Na tien jaar


 Inhoud 10 jaar  Overzicht boeken
Inhoud
Start
Kerk, kapitaal,kroeg - A. Hahn


TIEN JAREN KARIKATUUR EN DE SOCIALISTISCHE BEWEGING IN NEDERLAND

De karikatuur, een woord, waarvan zich het spraakgebruik meester gemaakt heeft om al wat satirieke kunst is, samen te vatten, neemt een heel eigenaardige plaats in tusschen de historieprenten, omdat zij een persoon of gebeurtenis niet om hun zelfs wil in beeld brengt, maar wel critische gedachten óver die feiten en personen.
Zij geeft niet de werkelijkheid zelve, maar de afschaduwing daarvan; vreemd en vluchtig is de karikatuur, als schaduwen verwrongen en toch pijnlijk getrouw de werkelijkheid, die in het scherpe licht staat, volgend; als de schaduwen herinnert zij er ons aan, dat van een zeker standpunt belicht, schoonheid tot mismaaktheid, grootheid tot kleinheid, verhevenheid tot belachlijkheid worden kan.
In die tegenstelling ligt meermalen iets grappigs: grootheden gekleineerd, kleinheden tot onevenredige kolossen uitgedijd te zien, werkt in den regel op het eerste gezicht komisch. En daarom omschrijven velen karikatuur als de kunst, die door het beeld lachen doet. Velen gaan uit van het grondidee, dat lachen een behoefte is van alle volken.

R.N. Roland Holst -- Het riool braakt zijn ellende HET RIOOL BRAAKT ZIJN ELLENDE.
R.N. Roland Holst. "De Plaat" No. 1; maandelijksche bijlage van "De Sociaaldemocraat" (1899)
En toch, die uitleg en dat punt van uitgang voeren ons niet op de plaats, van waaruit wij een goeden kjk krijgen op de plaat van Roland Holst: "Het riool braakt zijn ellende". Ik geloof ook niet, dat de teekenaar zelf inwendig gelachen heeft of spotbedoelingen gehad, - wat weer anderen als toessteen voor het wezen der karikatuur aannemen, - toen hij deze teekening ontwierp. Liever zou ik karikatuur omschrijven als die beeldende kunst, welke de draagster is van ontevredenheid over maatschappelijke gegevens. Veelal ligt aan het verschijnsel der karikatuur belangenstrijd ten grondslag, waarvan zich de terugslag op allerlei terrein, - politiek, godsdienstig enz., - doet gevoelen. Maar ook waar die belangenstrijd zich niet zoo met den vinger laat aanwijzen, vindt men nog altijd de ontevredenheid over maatschappelijke gegevens als stuwende kracht terug.
Hoe uit zich die maatschappelijke ontevredenheid?
De een zegt de gehoorzaamheid aan zijn vorst op; de ander rebelleert tegen het juk der dogmatiek van zijn kerk; weer een ander sleept den vermeenden schuldige aan zijn ontevredenheid onder guillotine; een vierde kleedt zijn wenschen in woorden van afkeuring, bedreiging, bestrijding: overal zijn het schakeeringen van belangenstrijd, kleurwisselingen der ontevredenheid! En waar het blanke wapen, de religie, de revolutie en het geschreven woord klaar staan tot aanval, verdediging en hervorming, daar heeft de beeldende kunst de karikatuur gevonden, zoo scherp als het zwaard en de valbijl, zoo treffend als het gesproken en het geschreven woord tezamen.
Het is de heilige ontevredenheid over maatschappelijke gegevens, de onbewuste, die tot verandering, - de bewuste, die tot verbetering prikkelt; het is ook de heilige ontevredenehid over maatschappelijke gegevens, - de onbewuste zoowel als de bewuste, maar de bewuste met de zekerste hand, - die de teekenstift tot kritiek spitst.
En wat is dan de taak der "karikatuur"?

Frank van der Goes als beursbezoeker en als privaatdocent.
FRANK V.D. GOES als beursbezoeker en als privaat-docent - "De Amsterdammer," Febr. 1900

Ontevredenheid om het bestaande, om het komende nieuwe, heeft haar propagandisten noodig; liefst zulke zoekt zij, die tot velen spreken kunnen. Alle talen spreekt de beeldende kunst, maar alleen voor de ingewijden; tot in de binnenkamers dringt de goedkoope, vermenigvuldigbare prent dóór; maaar op de straten en pleinen, midden door de volten van het dagelijksche leven rent en dringt de spotprent: zij is de propagandist van huis uit!
Ook zij spreekt alle talen, maar wat meer zegt, zij spreekt de taal van den dag, de taal van het oogenblik; en wat zij heden zegt, hoeft dikwijls reeds morgen niet meer herhaald: een nieuw licht beschijnt dan de werkelijkheid, nieuwe schaduwen, vluchtig als haar voorgangers, teekenen zich nu af en wisselen bij een nieuwen morgen met haar opvolgers. Wat er overblijft is het document: hoe de gedachten over de verdwenen werkelijkheid geweest zijn, gezien van het standpunt der heilige ontevredenheid.

* * *

Een gedenkschrift vraagt naar herinneringen van de enkele personen, naar documenten, waaruit de gang der feiten en de meeningen over deze gebeurtenissen te kennen vallen.

DE MEETING DER PARLEMENTAIRE (EN
ONPARLEMENTAIRE) SOCIALISTEN.

De meeting der parlementaire (en onparlementaire) socialisten.
DOMELA NIEUWENHUIS: "Nu kan je toch zien, dat er nog
orde is onder de anarchie!"
"De Amsterdammer," 7 Oct.1894

Moeilijk zou het zijn uit de karikatuur, betrekking hebbend op de socialistische beweging in Nederland, den gang der gebeurtenissen na te gaan, omdat er weinig dergelijke documenten van socialistische zijde als aaneengesloten geheel verschenen zijn, terwijl de burgerlijke pers, vooral in den tijd vóór 1895, meer gelet heeft op persoonlijke eigenschappen en handelingen van enkelen, dan op de socialistische beweging in haar geheel. En waar zij zich gezet heeft haar woeligen vijand beet te nemen, is zij zéér beïnvloed door gebeurtenissen in het buitenland. Zoo weet zij de socialisten, dikwils hand in hand afgebeeld met de radicalen, niet afzichtelijker aan het publiek voor te stellen, dan door hun petroleum en dynamiet als onafscheidelijke metgezellen op hun wandeling door de karikatuur mede te geven. Verklaarbaar is dit zeker, omdat in de tijden van vóór 1895 nagenoeg geheel het theoretisch houvast bij de socialisten ontbrak, en bij gemis daaraan, het de losse gedachten over - en de vage verwachtingen van een toekomststaat waren, waardoor de burgerlijke satirieke spot vat kon krijgen op de socialistische beweging:
Waar de dubbeltjes vandaan komen en waar de dubbeltjes blijven. 'Uilenspiegel', 7 Aug. 1886

wie kent niet de flauwe moppen over het gelijk-op-deelen, het luieren in de toekomstmaatschappij, het omdraaien-van-de-rollen, de vrije liefde, enzovoort! Wat omgekeerd van socialistische zijde vóór 1895 vercheen, bepaalt zich tot ongedisciplineerd schermen tegen koningschap, deurwaarders, politiemannen, geestelijkheid, geldmenschen en militie, zooals ieder, die De Roode Duivel (1892-"99) van Hermans en voor een deel ook De Socialist (1891) van Schaper en Luitjes kent, weten zal. Door haar eng, dikwijls persoonlijk karakter is de socia;istische karikatuur uit die dagen ook geen maatschappelijke satirieke kunst. Een loflijke uitzondering vindt men in de plaat hierachter gegeven, ongeveer in 1893 als illustratie van een brochure verschenen. Wel is het een overgenomen (Amerikaansche) teekening, maar evenals de bekende "Maatschappelijke pyramide" is zij belangrijk voor de socialistishce karikatuurgeschiedenis in Nederland.
Na de eersten tijden van vrij achteloos en onbegrijpend tegenover de socialistische beweging staan, na het als kleine stoute kinderen behandelen en afstraffen - ook de karikatuur werd vervolgd, b.v. bijgaand plaatje uit De Roode Duivel, - begint de burgerij door het ageeren voor het Algemeen Kiesrecht, langzamerhand meer aandacht te schenken aan de, blijkens die actie langzamerhand gevaarlijker wordende, socialistische beweging. Vooral de liberale Uilenspiegel, die haar gansche leven met het klerikalisme op venijnigen voet van oorlog verkeerd heeft, begint Domela Nieuwenhuis en Abraham Kuyper als politieke tegenstanders van het liberalisme aaneen

[IN VERBAND MET DE VELE EN SOMS GROTE AFBEELDINGEN STAAN ZE HIERNA OP EEN APARTE PAGINA.]

Illustratie van een brochure "Aanschouwelijk onderwijs in de Staathuishoudkunde" (1893)
1e deel van de illustratie
3e deel van de illustratie
2e deel van de illustratie
4e deel van de illustratie

te koppelen; zelfs vindt men deze beiden als Siameesche tweelingen in Uilenspiegel's poppenkast ten tooneele gevoerd. Als voorbeeld diene het - om Dr. Kuyper's repliek aan D.N. over "opstand tegen het gezag" - pikanmte, hiernevens gereproduceerde prentje naar aanleiding van het z.g.n. Palingoproer (Juli 1896), waar deze beweging, in den grond niet meer dan een politierelletje in den Jordaan, den socialisten en anti-revolutionairen gelijkelijk verweten wordt. Ook bij de verkiezing van Domela Nieuwenhuis in Schterland (1888), zien wij dezen op de schouders der klerikalen het Binnenhof binnengedragen worden. [De hier zwart gereproduceerde vlaggetjes zijn in het origineel rood gekleurd.]

Hoe de eerste sociaal-democraat naar het Binnenhof wordt gebracht.

Zoodra de socialistische beweging in het spoor der parlementaire politiek komt, stijgt de belangstelling. Het is, alsof ook de burgerlijke partijen voelen, dat politieke actie organisatie veronderstelt, en dat georganiseerde aanval oneindig méér te vreezen is, dan het ongeregeld schermen tegen maatschappelijke instellingen.
Politieke karikatuur is daarom steeds de meest strijdbare, de meest hartstochtelijke karikatuur geweest, omdat zij haar bestaan dankt aan scherp geshceiden, duidelijk waarneembare vijandige partijen, beide georganiseerd, beide gegrondvest op een weloverwogen samenstel van belangen, eischen en strijdregelen. Politieke karikatuur heeft geen andere bedoeling, dan direct afbreuk doen aan de tegenpartij: zij kan niet vaag zijn, niet sentimenteel, zij leeraart niet, bekritiseert geen algemeene gegevens, doch zij bedoelt onmiddellijk af te gaan op den buiten het eigen kamp opgestelden tegenstander. Zoodra dan ook een partij in den kring der politieke karikatuur treedt of getrokken wordt, weten wij, dat een onmiddellijke, een dadelijke bedreiging bedoeld of verwacht wordt.

De herstemming in Schoterland tusschen F. Domela Nieuwenhuis en B.H. Heldt.

De liberale Uilenspiegel voelde in die dagen vóór 1890 de politieke en dus onmiddellijke bedreiging uit het kamp der socialisten, doch verwarde de beginselen harer tegenstanders nog dermate, dat zij die bedreiging alleen dan als gevaarlijk achtte, wanneer en zoolang zij de beweging tegen haar gerugsteund meende door de kletikalen. Alleen De Amsterdammer met Johan Braakensiek geeft, zooals gewoonlijk, commentaar van het feit, den toestand op zich zelf: zoo in dit geval, bij de verkiezing van Domela Nieuwenhuis voor Schoterland, hoe Heldt, de gevallen candidaat, zijn waardigheid gracelijk overdraagt aan zijn overwinnenden tegenstander.
De aanvallen in de karikatuur op het socialistisch opdringen richtten zich natuurlijk in de eerste plaats op de personen, die vóóraan stonden.
Platte verdachtmakingen zijn natuurlijk daarbij aan de orde van den dag" als de sociaaldemocraten geen werk hebben, dan komen ze bij den kastelein geen slokjes drinken".

Isaäk van den Dam over de Joden-socialisten vergadering.

Elders schutterige persoonlijkheden aan het adres van Fortuijn en zijn huwelijk: "Ik vermoed", zegt Kwik tegen Kwak in Uilenspiegel, "dat Fortuijn eene vrouw noodig had, om hem naar de vergaderingen der Amsterdamsche vrouwelijke socialisten te geleiden." En vooral natuurlijk tegen Domela Nieuwenhuis. Zoo heeft Kwik opgemerkt, dat Domela Nieuwenhuis een gelapten broek aanhad, toen hij te Gent was: "een mehrfacher Millionair, die met een gelapte broek loopt.... dat kan niet andres dan een gunstigen indruk omtrent den man geven!" En zoo meer. Vooral toen Domela Nieuwenhuis' aanwezigheid en optreden in de Tweede Kamer niet evenredig bleken aan de, overigens overdreven, verwachtingen, waartegen hij zelf ook gewaarschuwd had, kwam er geen eind aan de persoonlijke hatelijkheden.
Alles passeert nog eens de revue; na zijn uittreden uit de kamer verdwijnt hij ook nagenoeg geheel uit de karikatur. Het is eerst met de oprichting der S.D.A.P. dat Domela Nieuwenhuis, thans als lijdende partij, weer in de karikatuur behandeld wordt.
Het hoe en het gansche verloop dezer scheuring in den ouden S.D.B. te verhalen, dat is iets wat anderen in dit gedenkschrift met voldoening kunnen-, en zeker uitvoeriger zullen herdenken, dan in dit korte overzicht geschieden mag.
De burgerlijke pers moet, naar de karikatuur uit die dagen van inwendigen strijd, gesmuld hebben aan de welkome oneenigheid in dat gestadig naderende, gestadig groeiende legertje. Het is ook altijd een aangenaam rustig, verpoozend gevoel, als je tegenstanders elkaar in het haar zitten. Hoe de burgerlijke karikatuur uiting gaf aan het welbehagen der verademende burgerij, voelt men uit de goedige grapjes, die, als zat men aan de bittertafel, losjesweg geuit werden over de rumoerige vergaderingen der socialisten.

De moderne Laokoon.

En toen de scheuring werkelijk een feit scheen te worden, toen links en rechts Domela Nieuwenhuis zijn partijgenooten zag afvallig worden - toen steeg die gemoedelijke stemming wel een beetje tot leedvermaak. Zij zagen hem als den modernen Laokoon, die "een adder, een draak aan zijn borst had gebroed" en nu door dienzelfden adder - van der Goes - aangevallen wordt, terwijl zijn zoon Fortuijn zich ook al gereedmaakt van hem weg te gaan. Deze prent is werkelijk een der beste producten van Braakensiek: zóó moet de burgerlijke kijk op de zaken het meest juist weergegeven zijn.

De scheuring in de Sociaal Democratische Partij.

Steeds bleef de lust tot spotten: steeg zelfs tot overmoedigheid in de prent, waar Domela Nieuwenhuis werkelijk heelemaal alleen blijft staan, tot op het hemd uitgekleed door de afvallige bende. Fortuijn, die op deze prent zijn hoed voor Domela Nieuwenhuis afneemt, moet de burgerij overtuigd hebben, dat 't nu voorgoed uit was met den ouden leider.

De aftreding van den hoofdredacteur van "Recht voor allen".

Hetzelfde idee vinden we later terug. Ook daar staat de veteraan Domela Nieuwenhuis alleen op de voorplecht van zijn zinkend schip. Maar er is dan in 1898 een andere noot in den spot over den vroegeren leidsman. De afvallige partijgenooten hebben dan een baken, waarheen zij zich richten. Een nieuwe lichtbaken is dan de S.D.A.P. geworden, en dat er weer eenheid zal komen na de scheuring, dat die eenheid gevaarlijk kan worden voor de bourgeoisie, dit is de nieuwe noot die in de jaren om 1894 gemist wordt in het orkest der satire op de verdeeldheid bij de socialisten.
Er komt ook langzamerhand meer houvast aan den socialisten-vijand, meer degelijk punten waarop een grondige - voor zoover men in de karikatuur van "grondig" spreken kan - aanval kan gewaagd worden. Een prent uit 1891 op de revolutie-ideeën van Domela Nieuwenhuis is als een uitlooper, een late vertegenwoordiger aantemerken van het vroegere genre van kritiek op socialistische ideeën en utopieën.

De sociale revolutie, door Domela Nieuwenhuis voorgesteld aan Liebknecht.

Maar ook hier is het weer een nieuw aangeslagen toon; het is alsof de burgerlijke partijen het holle gefraseer over revolutie doorzien hebben, of ze voelen, dat er achter die schermutselende voorpostengevechten, achter dat schermen met woorden, een rustiger, tevredener, taktisch sterker vijand staat: de sociaal-democratie. Het is de sociaal-democratie zelve, die bij monde van Liebknecht oordeelt; een oordeel, dat de bourgeoisie opgevangen heeft als een signaal uit het kamp der beter en rustiger tot den aanval zich voorbereidende sociaal-democraten, een signaal, dat klinkt als een waarschuwing, op te houden met de voorpostengevechten, met de kleine schermutseligen, daar thans de voorbereiding tot den hoofdaanval alle aandacht en alle krachten vergt. Het is 't besef, dat strenge voorbereiding tot den aanval noodwendig is, hetwelk Liebknecht zeggen doet: "Wat spreekt ge nu reeds van revolutie. Dat beest heeft nog geen tanden. Ge brengt hem vóór zijn tijd in discrediet!"

Weer is de socialistische beweging in de sfeer van de politieke karikatuur gekomen. Voorbeelden daarvan worden menigvuldiger en deze zijn niet meer alle aantewijzen. Nieuwe personen treden op, de omstandigheden brengen nieuwe organisaties voort. Telkens vraagt de socialistische beweging meer aandacht omdat ze sterker blijkt te worden dan de vroegere. De S.D.A.P. wordt erkend als een zelfstandig werkzame partij met eigen regelen van aanval en verdediging.

Mr. P.J. Troelstra.

Wij ontmoeten nu Troelstra, als het erkende partijhoofd, het vaakst. Wij vinden nu spotprenten op de taktiek der jonge partij, op haar eischen, op haar theoretische basis, op haar politiek optreden. Als voorbeeld kan dienen de katholieke prent van van Geldorp op de verkiezing van Schaper in Veendam.

Een politieke "Rattenvanger van Hameln."

Dat ook hier dikwijls misverstaan wordt, zal niemand verwonderen, die de bestrijding der socialistische ideeën in de pers kent. Niet onvermakelijk is het prentje van Rinke in de Vrijzinnig-Democratische Vooruitgang. Is dat geen kostelijke bijdrage, de socialistische begrippen over orde en discipline in den dwangstraat" zóó gechargeerd te vinden?

Toekomstige socialistenvergaderingen.

* * *

Na aldus de hoofdlijnen te hebben aangegeven, volgens welke de burgerlijke karikatuur haar oordeel over de socialistische beweging uitsprak, valt nog na te gaan, wat van haar kant de socialistische karikatuur in de afgeloopen jaren geweest en waard geweest is.
Eén feit valt al dadelijk te constateeren: evenals bij de burgerlijke uitingen is een belangrijke toeneming in vastheid, in zakelijkheid op te merken, zoodra de organisatie, de beredeneerde berekening van aanval en verdediging op den in klaarder bewustzijn gezienen klasse-vijand, beslag krijgt en met de jaren bij meerderen ingang vindt. Reeds is boven opgemerkt, dat de socialistische karikatuur van vóór 1895 meer uit persoonlijke oppositielust tegen maatschappelijke verschijnselen, dan volgens een passend ineensluitend plan werkzaam was. Dat men in den eigen boezem van de S.D.B. inzag, hoe verkeerd, hoe doelloos, hoe nadeelig voor de eigen partij de toon in een blad als De Roode Duivel was, bewijzen de congres-uitspraken tegen het toenmaals nog op de oude wijze optreden van genoemd blad. Het ging er in den grond niet om, of dominé die of diender nummer zóóveel dingen deed, voor welke de burgerij den mantel der liefde of den sluier van politie-heimlijkheid in gereedheid placht te houden. Ook niet, of er een koning of konigin leefde, die in een hedendaagsche maatschappij als een teveel moest beschouwd worden. Er blejen, zoo men uitging van den klassenstrijd, wel andere, veel ernstiger vijanden van het proletariaat te zijn dan weesvaders, heilsoldaten, nonnetjes en deurwaarders.
Op den gezuiverden socialistischen bodem is langzaam-aan een sociaal-democratische karikatuur gegroeid, nog in haar eerste begin en bezig zich te ontwikkelen.
Het meer bewust worden van het Nederlandsche proletariaat, de meerdere bekendheid en het geschoolder inzicht in den strijd tegen den klassevijand, heeft het mogelijk, anderzijds wenschelijk gemaakt, dat voor de reeds bewusten in korte, sprekende herhalingen, toepassing van het geleerde op dagelijksche gebeurtenissen gegeven werd. Terwijl datzelfde, in den aantrekkelijken vorm der karikatuur gegoten korte overzicht, de nog onbewusten in staat stelde de eerste beginselen van sociaal-democratische ideeën te vatten. Want een gedrukt artikel vordert tijd en lust tot lezen; een vergadering verlangt opoffering van rusttijd; een cursus eischt leerlust en toewijding. Maar een plaatje wil ieder graag zien Er blijft allicht van een dadelijke voorstelling door het beeld, een leerende herinnering achter. Niet veel tijd, nog weinig belangstelling en totaal geen overtuigde toewijding is er noodig om even een blik te gunnen aan een prentje in een krant of een plaat achter de winkelruiten opgehangen.
Welke andere beweegredenen kunnen bij de redactie van de vroegere Sociaal Democraat gegolden hebben, om bijwijlen tusschen den tekst prentjes te zetten, zooals het hiernevens afgedrukte van Roland Holst? Het meeerendeel dezer plaatjes werd uit het buitenland overgenomen, zooals van Walter Crane.

R.N. Roland Holst. Aan de Staatsruif.

Geldgebrek en gemis aan artistieke krachten verschoven uitgebreider en oorspronkelijke ondernemingen van dezen aard tot later tijden.
Een eigenaardig gebrek is dat gemis aan artistieje krachten, dat zich tot op heden nog gevoelig gelden laat. Er was nog geen voldoend overschot van strijders in de S.D.A.P. om de gelederen te vullen van een, wat ik zou willen noemen, luxe-corps van schrijvers en teekenaars. Roland Holst is langen tijd vrijwel de eenige karikaturist geweest. Daarbij komt, dat de meeste artiesten een overgeleverden afschuw hebben van alles, wat het georganiseerde, het dringende insluit, zoolang hunne broodbelangen hun eenige kans laten tot onverschillig kunnen blijven ten opzichte van het maatschappelijke, wat het bedriegelijke gevoel opwekt ook vrij te zijn van de banden, die het sociale leven anderen werkers aanlegt.
De voor hun werk noodige vrijheid van produceeren plant het verlangen voort ook vrij te blijven staan tegnover maatschappelijke banden, terwijl partij-kunst en parti-karikatuur juist een program, een vast, gemeenschappelijk beginsel als band vooropzetten. Daarom ziet men, vooral in het buitenland het duidelijkst, de meeste karikaturisten overhellen naar het ongebondener strijden van de anarchie of van de ontevredenheid eener decadente bourgeoisie, waar althans nog een glimp van vrijheid van arbeid - economisten zoowel als artistieken - haar lichtende aantrekkingskracht voor artiesten bleef uitoefenen.
Langzamerhand evenwel dringt ook daar de overdenking door, dat ook zij proletariërs zijn, die op de maatschappelijke markt niet anders te koop te bieden hebben dan hun arbeid. Hun loonen en hun arbeid te verzekeren, de voorwaarden voor beide langs proletarischen weg te verbeteren, gevoegd bij een groeiend vertrouwen in- en een vreugde om het frissche van een ontwakenden ochtend, dat alles heeft reeds velen nader tot het proletariaat, daarna tot de S.D.A.P. gebracht en de lust mee te strijden door het Beeld, dat is: door de karikatuur, moest vanzelf komen.
Vóór nog het Zondagsblad van Het Volk een geschikte gelegenheid aanbood zich in deze richting te doen gelden, is al een poging gewaagd tot een geregelde uitgave van sociaal-democratische kunst en karikatuur. Het is niet gelukt, denkelijk wel om de geringe belangstelling. Waar eens de uitmuntende karikatuurprenten van De Kroniek onvoldoende belangstelling vonden bij de meer ontwikkelden, baart het geen verwondering, dat onder het zooveel minder artistiek-onderlegde proletariaat, De Plaat (als bijvoegsel van De Sociaal Democraat) slechts een kort leven had; na het vierde nummer werd de uitgave opgegeven.

Hoytema. Titelvignet voor een brochure tijdens de Hogerhuis-actie in 1899.

Nog vinden we enkele losse uitgaven van propagandische karikatuur, van minder gehalte dan De Plaat. De Hogerhuizen-actie gaf aan een brochure het leven met het uitstekende kopvignet van Hoytema: op den gevangeniswal zitten drie weldoorvoede, welgekamde rechter-uilen, in hun vlerken als toga's gedoken; op het gevangenisgebouw een dak van twee krokodillen, symbolen van de onbarmhartigste wreedheid.

Propaganda-briefkaart tijdens de Hogerhuizen-actie in 1899.

Minder satiriek, maar duidelijker verstaanbaar sprekend in de actie en met de woorden van het dagelijksche leven, is de prent-briefkaart door Jan de Waardt geteekend: "Niet in den doofpot!"

Het ontwerp-tuchthuiswet.

Als vlugblad verscheen tijdens de actie tegen het beruchte ontwerp-tuchthuiswet van minister Cort van Linden de bijgaande, niet ònkomische plaat van mevrouw De Roode.

Een vergadering van "grondwet" en "vooruitgang".

Eveneens voor directe propaganda bedoeld is een plaat door Bink ter aanbeveling van de candidatuur-Polak contra Den Hertog. Is deze plaat niet als een korte herhaling, een overzicht der hoofdpunten van een rede in een vrekiezingsmeeting?
Ook de Jonge Gids-zaliger heeft enkele karikaturen gepubliceerd. Als beste uit het kleine aantal wordt hier "Een der heiligen der Bourgeoisie" afgedrukt.

Een der heiligen der Bourgeoisie.

Na aldus met de alleenstaande uitgaven vankarikatuur vrijwel te hebben afgerekend, belanden wij bij de geregelde uitgaven in het Zondagsblad van Het Volk en zijn teejenaar Alb. H. Hahn. Een enkele maal vinden wij wel teekeningen van een andere hand dan van genoemde, zooals het aarige prentje van Iris op den heer Ch. Boissevain, naar aanleiding der verkiezingscompromissen in district IX.

Iris. De houding van het "Handelsblad" en de Liberalen bij de verkiezing in Amsterdam IX.

Maar Hahn is de man van het Zondagsblad.
En terecht.
Hahn en het Zondagsblad van Het Volk hebben evenveel aan elkaar te danken.
Het zou niet passend zijn hier een kritiek op Hahn's werk te geven, noch op den m.i. wat te weinig wisselenden aard der opgedragen teekeningen. Maar dit mag wel gezegd, dat Hahn in De ware Jacob veel betere groote platen levert, dan in Het Volk, daartoe in staat gesteld door kleurendruk, en daartegen kan Het Volk niet concurreeren! "Lieve vrienden", zegt het eerste nummer van het Zondagsblad, "zoodra wij onbescheiden in de brandkast van Het Volk kunnen grabbelen, zal onze plaat een oppervlakte beslaan, waarvoor geen winkelruit groot genoeg is, en in zeven felle kleuren worden gedrukt, zoodat zij van verre reeds de oogen verblindt." Dit nu behoeft ook niet! Vooral niet zoo men den menschen de oogen openen wil. Maar niet altijd is ook het zwart-en-wit werk van Hahn zoo goed als in bijgaand prentje van De houten Schildwacht." Niet altijd zit in de platen echt sociaal-democratische propaganda-kracht, als in het plaatje van "Arbeiderspolitiek en vakaktie", dat zoo kort en eenvoudig precies het praktische S.D.A.P. program illustreert.

De bekende plaat van A. Hahn uit den stakingstijd, waarvan de tentoonstelling en colportage vervolgd werd.

Teekening van A. Hahn naar aanleiding der stakingsdebatten in de 2e Kamer.

A. Hahn. Vakactie en arbeidrespolitiek.

Maar we hebben nog een anderen Hahn: dien van de kleine vignetjes en de kopvignetten. En een aparten Hahn schijnt in den teekenaar te leven, die Abraham Kuypertjes bij de vleet schept, zooals geen teekenaar in Holland dat kan. Dat klein-goed zijn de gekruide pepernoten van Het Volk.

A. Hahn. 2 vignetten.

Hahn heeft het in Holland zeldzame feit eener vervolging van een zijner teekening mogen uitlokken. Mendels heeft er over gepleit en geschreven, de burgerlijke pers heeft er over gesputterd, en we weten nu allen wel, dat een fiasco niet door de S.D.A.P. geleden werd. Prikkelbare menschen en reggeringen zijn, als zij er de macht toe hebben, al heel licht geneigd gebruikt te maken van hun strkere positie en vergeten nog lichter, dat roeren van de groote tromkijkers en critici lokt, en wee dan, als de zéér edele verontwaardiging en overdreven prikkelbaarheid de pratte wraakzucht niet dekken kan: als de positie van den sterke het innerlijk zwak staan blijkt te moeten schragen. Dan wijst de geschiedenis der karikatuur op voorbeelden genoeg, dat het zitten op bajonetten onaangenamer is dan het staan voor een rechtbank....
En wil men spreken van "beleediging" - en karikatuur is steeds beleedigend, omdat de heilige ontevredenheid, die haar schiep, haar eigen leed omzet in verlangen leed te berokkenen, letsel te brengen aan wat zij verkeerd acht - dan is toch zeker de betichting van sluipmoord in "Bedreigd doch wakend" ook "beleedigend" te noemen voor het bewuste Nederlandsche proletariaat?

Bedreigd doch wakend.

* * *

Na tien jaren heeft de S.D.A.P. redenen te over om bij het monsteren van hare strijdkrachten gerust te zijn voor de toekomst. Zij heeft oude, beproefde strijders en jonge. Tot de laatsten behoort haar partij-karikatuur, als jonge strijder onder de leiding geplaatst van de oudere, ervarener sociaal-democratische pers.
En als zoodanig voldoet het bijblad van Het Volk aan drie eischen: het blijft in de lijn der sociaal-democratische strijdwijze; het is propaganda- en herhalingslectuur voor onbewusten en bewusten; het kan gratis onder de lezers gebracht worden. Juist dit laatste is een belangrijke factor voor een karikaturenblad, bestemd om te werken voor en onder de minder bedeelden. De koopkracht van den proletariër is gering en het is zeer de vraag of voorloopig elders dan in Duitschland met zijn sterk sociaal-democratisch proletariaat, een afzonderlijk partij-karikaturenblad zou kunnen blijven bestaan.
Als dan de S.D.A.P. haar troepen monstert, dan vindt zij dat kleine luxecorps van satiriek schrijvende en teekende krachten op een der vleugels staan, aangesloten bij de hoofdmacht, vechtend voor éénzelfde ideaal. Zij vindt daar dat kleine luxe-corps aan het werk om de frischheid, de strijdlust onder eigen troepen wakker te houden; zij ziet het bezig, het propagandawerk aantrekkelijk, begrijpelijk te maken; zij vindt daar de levende geschiedenis van den grooten strijd in de taal van het oogenblik bewaard.
Er is zeer veel te doen voor dat kleine luxe-corps op een der vleugels van het sociaal-democratische leger.

Ch. v. S.

beschavingsmateriaal


webdesign & copyright
© 2001-2005 Eveline