|
|
De wenteling der zon om hare as.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Januari 1889 - 9e jaargang |
Al zeer spoedig na de uitvinding van den teleskoop werden, zooals algemeen bekend is, de zonnevlekken waargenomen (het eerst omstreeks 1611) en reeds omstreeks het jaar 1630 kwam de jezuïet Schneider door het vergeljken van enkele waarnemingen tot het merkwaardig resultaat, dat de duur der omwenteling van de zichtbare zonoppervlakte om hare as niet voor alle gedeelten gelijk is.
In den laatsten tijd hebben Carrington in Engeland en Spörer in Duitschland zich met gerekelde plaatsbepalingen der zonnevlekken bezig gehouden en daaruit de gevolgtrekking gemaakt, dat de omwentelingstijd der zon steeds iets langer was, hoe verder de waargenomen vlekken van den zonequator verwijderd waren. Deze verschillen zijn zóó aanzienlijk, dat de omwentelingstijd der zon tusschen 25 dagen en 2 uren en 27 dagen en 17 uren wankelde, al naarmate deze uit waarnemingen van vlekken aan den equator der zon of tot op circa 40 graden afstands daarvan werd afgeleid. Deze afwijkingen ontstaan hierdoor, dat de zonnevlekken, behalve de rotatie-beweging, ook eene dikwijls niet onaanzienlijke eigen beweging bezitten. Het berekenen van den duur eener omwenteling door middel dezer vlekken levert dus grgoote, om niet te zeggen: onoverkomelijke moeilijkheden op.
Naast de vlekken op de zon vertoonen zich vaak in 't oogvallend helder schitterende plaatsen, de zoogenaamde zonnefakkels, (plaatselijke ophoopingen van waterstof, naar men meent), en deze zoo hoogst eigenaardige vormingen heeft dr. Wilsing, (astronoom van het astrophysikalisch observatorium te Potsdam) zich nu ten nutte gemaakt om daaruit den duur van den omwentelingstijd der zon om hare as te bepalen.
Als hulpmiddel diende de fotografie; de negatieve beelden der zonnefakkels vertoonden zich op de fotografische platen als donkere, scherp begrensde, duidelijk herkenbare vlekken. Bij deze waarnemingsmethode nu bleken de resultaten niet meer afhankelijk van den afstand der fakkels van den zonequator, zoodat hier de verschillen geheel wegvallen, die bij de resultaten, uit de waarnemingen der vlekken afgeleid, te voorschijn treden; - als resultaat kon de omwentelingstijd van de zon om hare as op 25 dagen, 5 uren en 28 minuten worden vastgesteld.
Zooals den lezers van dit tijdschrift misschien bekend is, kwam dr. Lohse, mede een der sterrenkundigen aan bovengemeld observatorium nog niet zoo heel lang geleden tot een eenigszins andere uitkomst. Volgens dezen sterrenkundige bedroeg de duur der omwenteling: 25 dagen, 4 uren, 7 minuten en 40 4/5 secunden. |
webdesign & copyright © 2001-2005 Eveline |
↑ |
|