|
|
Een weervoorspeller?
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Maart 1889 - 9e jaargang |
 |
Vruchtje van Erodium gruinum: a gedeelte, waarin het zaad besloten is; b uiteinde van den snavel; c borsteltjes aan de oppervlakte van a. |
Een der lezers van "de Natuur" zendt aan de redactie een stuk karton, waarop een in graden verdeelde schaal is geteekend in wier midden een voorwerpje met het ondereinde bevestigd is, dat den vorm heeft als in bijgaand figuurtje wordt voorgesteld. De inzender voegt er bij, dat het vrije uiteinde (b) zich bij weersveranderingen over de verdeelde schaal heen beweegt, nu eens links, dan weer rechts, zoodat men uit die bewegingen inlichtingen betreffende den toestand der atmosfeer kan verkrijgen. De geachte schrijver gaat zelfs zoover van te verzekeren, dat uren (48!) van te voren het weer op die wijze voorspeld wordt.
Het zij ons vergund te zeggen, dat de bovenbedoelde eenvoudige inrichting het vraagstuk der weervoorspelling evenmin oplost als de "groote ontdekking" van den heer J.F. Nowack, die sinds korten tijd een plant in den handel bracht, waarvan de blaadjes op de wijze van een Acacia paarsgewijze aan een bladsteel gezeten, de meest zeldzame bewegingen in verband met het weer zouden vertoonen.
Deze blaadjes toch gaan bij veranderingen in den vochtigheidstoestand van den dampkring op en neer, bij veranderingen in de sterkte van den wind voor- en achterwaarts; nadert er onweer, dan krommen de blaadjes van elok paar zich naar elkaar toe eb des te meer naarmate het onweer een dreigender karakter vertoond; is er eindelijk een aardbeving op til, dan gaat het geheele blad omlaag en kan men aan de mate van daling zien, of men al of niet op lijfsbehoud dient uit te zijn. Zeker is er wel nooit mrkwaardiger en tevens nuttiger plant ontdekt, maar aangezien de plantkundigen van beroep grooten twijfel koesteren omtrent de juistheid van Nowack's waarnemingen en er zware vermoedens bestaan, dat het den ontdekker voornamelijk te doen is om een fraai kastje, waarin de plant "verpakt" is, op groote schaal aan den man te brengen, is het voorloopig het veiligst, zich de "weerplant" nog niet aan te schaffen.
Wat nu de waarnemingen aan den weervoorspeller betreft, geven wij gaarne toe, dat zekere veranderingen in de atmosfeer het wijzertje over de plaat doen draaien. Ademt men boven het voorwerpje, dan gaat de wijzer links en ziet men het kurketrekkertje zich ontwinden, plaatst men daarop het toestelletje bij het vuur of in de zon, dan vangt de tegenovergestelde beweging terstond aan. Men heeft hier echter alleen met den vochtigheidsgraad van de omgeving te doen en met niets anders. Het toestelletje is bijgevolg niets dan een hygroskoop. In de vrije natuur vindt men ze bij massa's en het hier bedoelde is er een van: t.w. een deel van de vrucht van Erodium gruinum. Even vóór de rijpheid bestaat de vrucht uit vijf zulke deelen als de afbeelding er een vertoont, alle, met het uiteinde a benedenwaarts gericht, tegen een centrale zuil bevestigd. Treedt volledige rijpheid in, dan maken zich de vijf deelen, die tot nog toe recht waren, los en beschrijven tevens de kromming en vliegen met eenige kracht van de zuil weg. Allicht komen ze daar op de grond en is deze vochtig, dan ontrolt zich de spiraal, om straks als door den invloed der zon de omgeving weer droger wordt, zich weer op te rollen.
Bij deze afwisselende bewegingen gebeurt het al heel licht, dat het onderste deel (a) dat spits toeloopt, tusschen een paar aarddeeltjes wordt ingeschoven. Verder zal door de bewegingen van het tegenovergestelde uiteinde de punt b stellig nu en dan tegen het een of andere beletsel stuiten; geschiedt dit bij de ontrolling van de spiraal, dan zal het verdikte deel (a) in den grond worden gedrongen en op die wijze het zaadje, dat daar ter plaatse is ingesloten, worden gezaaid. Een inrichting, die hier van bijzonder veel gewicht is, bestaat uit eenige borsteltjes (c) die met de punt bovenwaarts zijn gericht en dus een voortschuiven van het zaad in den grond in geenendeele tegenwerken, maar een uittrekken in hooge mate verzwaren1. De nuttige beteekenis van dezen hygroskopischen toestel voor de verspreiding en de uitzaaiing van Erodium valt hier onmiddellijk in het oog. Door dezelfde werking springen bij andere planten doosvruchten open, storten helmknoppen hun stuifmeel uit en vinden de sporen van het fraai gebouwde sporehuisje der Varens een uitweg;
daardoor ziet men op velden en wegen de haarpluizen van de Paardebloem en andere Composietae zich uitbreiden en de Jerichoroos zich oprollen om daarna door den wind over groote afstanden te worden voortgerold. In al deze gevallen komt de zaak hierop neer, dat twee verschillende celweefsels naast elkaar gelegen zijn, waarvan het eene gemakkelijker uitdroogt, d.i. water verliest dan het andere. Hierdoor zal het spoedig uitdrogende weefsel trachten in te krimpen, maar daar het in vasten samenhang is met het andere, zal er een spanning ontstaan, die eerst bij voortgezette uitdroging groot genoeg zal worden om barsten, spleten of verscheuring te doen ontstaan. Zijn die weefsellagen eenvoudig evenwijdig aan elkaar, dan zal de kromming plaats grijpen in de richting van de snelste uitdroging, liggen die weefsels spiraalsgewijs om elkaar heen, dan zal het gevolg natuurlijk een kurketrekker zijn. Daar omgekeerd weefsels, die hun vocht gemakkelijk afgeven, het ook zonder moeite weer uit de omgeving opnemen, zal bevochtiging juist de tegenovergestelde beweging tengevolge hebben, en men kan zich hiervan overtuigen door het vruchtje van Erodium eenvoudig te beademen.
Die de hier bedoelde verschijnselen zelf wil nagaan, vindt in den zomer daartoe ruimschoots gelegenheid bij Erodium cicutarium (Reigersbek), een geslachtsgenoot van de straks genoemde, die in verschillende streken van ons vaderland in menigte wordt aangetroffen. Bij het aanverwante geslacht Geranium (Ooievaarsbek), door tal van inlandsche soorten vertegenwoordigd, buigen de vruchtensnaveltjes slechts in ééne richting.
Wij eindigen met de verklaring dat de toestel, dien men trouwens ook in een onzer bekende bloemenwinkels te koop vindt aangeboden, geen weervoorspellers is, omdat hij ons niets anders kan mededeelen dan den betrekkelijken vochtigheidstoestand der atmosfeer. Het stuk karton mag dus geen andere aanwijzing bevatten dan dáárover; men mag er b.v. regen op zetten, maar niet regen en wind. |
| 1 In onze figuur, die naar Erodium gruinum vervaardigd is, kan men deze bijzonderheid niet opmerken, daar hier de haartjes loodrecht op de as staan; zeer duidelijk daarentegen vindt men haar daarentegen bij de straks nog te noemen soort, die in ons land voorkomt. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
↑ |
|