|
|
Het centraal telefoonstation te Stockholm.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Januari 1889 - 9e jaargang |
| Met betrekking tot den telefoonaanleg neemt Zweden onder de Europeesche Staten een zeer voorname plaats in; niet alleen voor zooveel het getal deelnemers betreft, maar evenzeer uit het oogpunt van technische volkomenheid en deugdelijke exploitatie. |
Fig. 1. Front van het gebouw aan de Malmskilnadsstraat te Stockholm. |
Reeds in 1885 telde het telefoonnet te Stockholm 4832 aangeslotenen, hetgeen overeenkomt met 22,5 per 1000 inwoners; terwijl in hezelfde jaar de inrichting te Rome 6,4, te Amsterdam 3,6, te Berlijn 3,3, te Brussel 2,1, te Parijs 1,4, te Londen 0,9 en te Weenen 0,8 gebruikers per 1000 inwoners bediende. Die snelle ontwikkeling op het gebied der telefonie in Zweden's hoofdstad maakte het noodzakelijk, dat op afdoende wijze werd voorzien in de eischen van den centralen dienst; daarbij rekening houdende met een geleidelijke uitbreiding in een verre toekomst. Hoe men daarin geslaagd is, moge blijken uit de beschrijving en de afbeeldingen van het Station te Stockholm, behoorende aan de Almaenna Telefonactiebolag dat enkele maanden geleden voor den dienst is geopend. Blijkbaar vormt het de trots der inwoners; we lazen althans onlangs in de dagbladen, dat een bezoek aan het nieuwe gebouw behoorde tot het programma der feesten, tijdens het beleefdheidsbezoek van den Duitschen Keizer gegeven.
Het gebouw (fig. 1) keert het front naar de Malmskilnadsstraat, en omvat in twee kelders, een rez de chaussée en twee verdiepingen de benoodigde ruimte voor den telefoondienst en voor de elektrische verlichting van het gansche complex. De diepst gelegen kelder is de aangewezen berkplaats voor materiaal en kolenvoorraad; de tweede is gedeeltelijk tot woning ingericht, en bevat daarenboven werkplaatsen en de ruimte voor stoomwerktuigen en dynamo's.
Op den beganen grond treft men wederzijds van den ingang aan vertrekken voor bestuur en kantoorpersoneel, werk- en studeervertrekken voor de ingenieurs en toiletinrichtingen. |
| De figuren 2 en 3 stellen den plattegrond voor der twee verdiepingen. Daarin is 1 de zaal voor de toestellen, welke door beide verdiepingen reikt, 2 is een verblijf voor de vrouwelijke beambten, 3 de kamer voor den hoofdbeambte, 5 en 6 onderscheidelijk een werkplaats voor de herstelling van toestellen en een laboratorium, 7 is de meetkamer voor het onderzoek van leidingen, 10-14 omvatten wasch- en gemakkamers, 15 is het vertrek van waaruit de baden, onder 16 vermeld, worden bediemd, 17 is de ruimte voor de batterijen, 18 en 19 zijn werkvertrekken, 20 is het trappenhuis, leidende naar den toren met bijbehoorende toestellen. |
 |
Fig. 4. Gezicht in de zaal der wisseltoestellen. |
Figuur 4 doet ons een blik slaan in de zaal der wisseltoestellen; langs de wanden verheffen zich de contactinrichtingen. De verlichting geschiedt des daags door verscheidene bovenlichten, volgens de lengte-as van de zaal aangebracht; des avonds en des nachts wordt de omvangrijke ruimte door elektrisch gloeilicht bestraald. En in dit opzicht vindt het Stockholmsche station nergens zijn wederga; het is een leerrijk voorbeeld ter navolging, want het kan nauwelijks genoeg worden beseft, van hoe groot belang het is voor een regelmatigen dienst en voor het behoud van het gezichtsvermogen der beambten, met dezen zenuwprikkelenden dienst belast, dat in dergelijke inrichtingen het licht overvloedig en doelmatig worde verschaft.
De zaal kan de toestellen bevatten voor 7000 draden; vooralsnog bepaalt zich de uitrusting tot het noodige voor 40001 aangeslotenen. De toestellen zijn afkomstig uit de ter goeder faam bekende fabriek van Ericsson te Stockholm. De centrale verwarming van het gebouw geschiedt door stoom, waartoe de voorhanden machines, welke de dynamo's drijven, tevens worden gebezigd.
Op het dak verheft zich een indrukwekkende toren, uit façonijzer samengesteld, tot bevestiging van de draden. De toren is 22,5 M. hoog met een basis van 16,5 M. bij 14,3 M. en biedt de vereischte ruimte aan voor 6068 isolatoren.
In dit opzicht - het binnenvoeren der draden - is het stelsel gevolgd, dat, als het meest voor de hand liggende, ook elders voorhands wordt gebezigd, en dat zeker voor kleine inrichtingen volkomen recht van bestaan heeft, maar dat, indien het stations van grooten omvang betreft, van meer dan 1000 draden, onmiskenbaar bezwaren oplevert. Immers, het valt in de eerste plaats niet te loochenen, dat, al is men te Stockholm met de architectonische oplossing van het vraagstuk om een ijzeren gevaarte van dien omvang zich uit den onderbouw te doen ontwikkelen, althans niet minder gelukkig geslaagd dan elders, het geheel nimmer een bevredigenden indruk kan maken, laat staan aan kunst zou kunnen doen denken.
Voorts is en blijft op zoodanigen toren de ruimte voor het opnemen van draden beperkt, en is men genoodzaakt om, zooals te Stockholm geschiedde, met het oog op mogelijke zeer ruime uitbreiding, een aanleg te maken, welke de tegenwoordige eischen ver voorbij streeft. Eindelijk doet zich met betrekking tot den aanleg van nieuwe draden nog het bezwaar gevoelen, dat de keuze van den te volgen weg al meer en meer bemoeilijkt wordt door de reeds voorhanden draden; een bezwaar dat als van zelf spreekt klemmender wordt, naarmate de toren meer en meer bezet raakt. En vooral daar zal men de nadeelen daarvan gevoelen, waar de ingezetenen de medewerking tot het plaatsen van toestellen op de daken hunner woningen naar believen kunnen ontzeggen of intrekken, zoodat men telkenmale blootstaan aan kostbare en storende verleggingen of wijzigingen.
Aan al deze omstandigheden is op eenvoudige wijze te gemoet te komen, wanneer men - met behoud der luchtleidingen - de verschillende dradenbundels op het punt waar zij de laatste, vóór het centraalstation gelegen, ondersteuning verlaten, tot kabels te zamen voegt, en deze langs onderaardschen weg het station binnenleidt. Die bundels schieten in alle mogelijke richtingen op het centraalstation toe, en de toren, welke thans geheel vervalt, wordt als het ware vervangen door een kring, getrokken rondom het gebouw, ter plaatse waar de kabels den bodem snijden. Dien kring kan men zoo wijd trekken als men verkiest. Tevens vervallen dan de samengestelde en kostbare inrichtingen voor de koppeling van de torendraden met de wisseltoestellen binnen het gebouw.
Een en ander neemt niet weg, dat de nieuwe stichting te Stockholm haren ontwerpers tot groote voldoening mag strekken; terwijl zij tevens getuigenis aflegt van de mogelijkheid om de strenge eischen, welke dit nieuwe middel tot gedachtenwisseling stelt, te bevredigen op een vgoor het oog smaakvolle en voor den dienst onberispelijke wijze. |
| Amsterdam, Augustus 1888. |
F. J. L. |
| 1 Dit getal komt niet overeen met dat, voor het aantal aangeslotenen in den aanhef aangegeven; men bedenke echter dat Stockholm door twee maatschappijen wordt bediend, als de Stockholm's Bell Telefonactiebolag en de Stockholm's Almaenna Telefonactiebolag, die te zamen, einde 1887, 5665 abonné's telden. |
webdesign & copyright © 2001-2005 Eveline |
↑ |
|