Speelgoed


← overzicht
Inhoud
Start
Speelgoed.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 December 1889 - 9e jaargang


   Een van de aardigste toepassingen der wetenschap op kinderspeelgoed, is de klimmende neger, een Fransche uitvinding. De samenstelling is even vernuftig als doelmatig, al gelijkt de palmboom, waarin het ventje klimt niet zeer veel op een echten en al is hij zelf ook wat stijf uitgevallen.

Fig. 1. De klimmende neger. Fig. 1. De klimmende neger.    De hierbijstaande figuur 1 toont duidelijk, hoe het spelletje in zijn werk gaat. Een neger zit onderaan een palmboom, waarin een kokosnoot onder het bladerdak hangt. Men schudt even aan het werktuigje en de neger begint met regelmatige arm- en beenbewegingen in den boom te klimmen. Is hij genaderd tot onder het bladerdak, dan vangt hij de noot op in het mandje op zijn hoofd en schiet dan snel met zijn buit omlaag.
   Een nadere beschouwing leert de werking in bijzonderheden. Boven in een hollen blikken cilinder (den boom) bevindt zich een tandrandje, waarover een koord loopt, aan hetwelk een gewicht hangt. Het andere einde van het koord is bevestigd aan het mandje op 's mans hoofd, doch is onzichtbaar doordat in den cilinder een opgaande sleuf is gemaakt. Hangt men de kokosnoot, een vrij zwaren kogel, aan den korten hefboomsarm der pal boven het tandrad, dan kan dit laatste vrij draaien; is daarentegen de kogel er af, dan valt de lange hefboomsarm en hokt het rad.

   In onze figuur bevindt zich alles in afwachtende houding. De neger zit onderaan, het gewicht boven in den boom, terwijl de kogel aan de pal hangt en het rad zich dus vrij kan bewegen. Een klein schokje en het gewicht, dat zwaarder is dan de neger, daalt terwijl laatstgenoende omhoog wordt getrokken. Dit nu gaat niet zoo plotseling en snel dat het mannetje in een wip boven is, doch oogbedriegelijke realistisch. De neger klimt echt; beweegt armen en beenen, doordat deze beweegbaar verbonden zijn aan een tandradje, dat in zijn binnenste verborgen is en dat, doordien de tanden in een opgaande reeks gaatjes grjipen, in beweging wordt gebracht.
   Is de neger boven, dan ontmoet de mand den bal. Deze wordt afgehaakt en maakt zoodoende het mannetje eensklaps zwaarder dan het gewicht. Dientengevolge glijdt hij met zijn vracht omlaag, terwijl het tegenwicht weder naar boven wordt getrokken en daar zelfs blijft als men den kogel uit het mandje neemt, doordien de pal het tandrad belet te draaien. Eerst wanneer de bal opnieuw aan den haak wordt gehangen, bevindt zich de toestel weder in een wankelend evenwicht, dat door een schokje kan worden verbroken.

   Aardig is het, dat dit speeltuigje geheel met de valmachine van Atwood overeenkomt. De neger en het treklood zijn de beide gewichten, de kokosnoot vervult de rol van het overwichtje. De meeste elementen van het beroemde werktuig tot vermindering der valsmelheid, vindt men ook hier en de natuurkundige, die het meer dan een eeuw geleden uitvond, dacht zeker niet, dat zijn vernuftig toestel eenmaal in zoo vermakelijken vorm zou verschijnen.
   Wat het behoud van arbeidsvermogen betreft: de arbeid bij elk der bewegingen, het klimmen en het dalen van den neger besteed, is volkomen gelijk aan dien welken de proefnemer verricht, wanneer hij de vrucht uit het boodschapmandje van den neger aan den voet, naar den top van den palmboom brengt.
   Dat het ideaal wel eens van de werkelijkheid verschilt, wordt alweer door den "Klimmenden Neger" bewezen, althans door dien welken men met Sinterklaas te Amsterdam in de winkels te koop zag.
   In plaats van het bladerdak, dat toch aan een "heuzigen" palmboom min of meer noodzakelijk is, heeft men boven aan den blikken cilinder een schel aangebracht, terwijl zich onderaan een hefboom bevindt, waarop de proefnemer slaan moet. De neger moet dan snel stijgen en op een der nummers van een op den cilinder aangegeven getalschaal, staan blijven, of den top bereiken en de schel in beweging brengen. Wie van de medespelers dit gedaan krijgt, heeft het spel gewonnen.
   Van dit alles echter gebeurt niets, omdat het tegenwicht niet zwaar genoeg is. Ten hoogste schiet het mannetje een paar vingers omhoog, terwijl zijn stijve armen en beenen akelig schokken en knarsen. Ook is er geen kokosnoot, die hij in zijn mandje zou kunnen opvangen, zoodat men hem telkens met den vinger omlaag moet halen. Moge dus het Fransche speeltuigje alleraardigst zijn, het Nederlandsche is niet veel meer dan een mislukt nakomertje van den krachtmeter, die vroeger wel op kermissen voorkwam en waarbij men met een zwaren hamer "op den kop van Pinkoffs" of op eenige andere vermaardheid een slag moest geven om een gewicht omhoog te drijven.

   Een handige jongen zal het beschreven toestelletje wellicht in elkaar kunnen knutselen. Gemakkelijker zijn intusschen de hulpmiddelen voor een spelletje, dat wij op de Parijsche tentoonstelling zagen verrichten. Men heeft er niets anders voor noodig dan een aantal bakjes zand van verschillende kleuren. Doch men moet er ook mede kunnen omgaan, en dit kost heel wat oefening en geduld, vooral, eer men het zoover brengt als mej. Adèle Callebaut, die dicht bij het Palais des Enfants op het Champ de Mars haar werkplaats had. Door beurtelings wat zand van verschillende kleur uit de gereed staande bakjes te grijpen en op de tafel voor zich te strooien, bracht deze talentvolle jonge dame de aardigste figuren te voorschijn. Nu was het een roos, rood of wit, tusschen groene twijgen, dan een tros druiven, van paarsch zand met groen-bruinen steel en groene bladeren en van den vorm als links boven fig. 2 is afgebeeld. Mozaïeken, tapijten in alle kleuren en figuren werden dus te voorschijn gebracht en mej. Callebaut kon het zand in zóó fijne straaltjes uit de hand laten loopen, dat zij er als met een penseel mede schilderde.

Fig. 2. Zandschilderen op de Parijsche tentoonstelling.
Fig. 2. Zandschilderen op de Parijsche tentoonstelling.

   Gekleurd zand wordt meer voor knutselwerkjes en aardigheden aangewend. Op het eiland Wight koopt men glazen presse-papiers, die gevuld zijn met kunstig door en langs elkaar loopende gekleurde zandlagen, die naar het heet, aan de zeekust gevonden worden. Een toepassing als die van mej. Callebaut is echter geheel nieuw en daarom de aandacht waard van ieder, die belang stelt in iets fraais, dat met zoo geringe hulpmiddelen wordt voortgebracht.

C I N.


webdesign & copyright
© 2001-2005 Eveline