|
|
Over het militair gebruik van postduiven.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Mei 1889 - 9e jaargang |
Fig. 1. Een postduif gedurende het beleg van Parijs, voor zien van een mikroskopische depêche. |
Hoewel reeds in de fabelleer en in de oudste geschiedenis gewag wordt gemaakt van postduiven, die men gebruikte tot het overbrengen van berichten, heeft men het echter den nieuweren tijd te danken, dat genoemd verkeersmiddel op ruimere schaal zijn toepassing heeft gevonden.
De groote diensten, welke de postduiven hebben bewezen in den fransch-duitschen oorlog, - vooral tijdens het beleg van Parijs, - waren oorzaak, dat na 1871, bijna alle Europeesche staten er toe overgingen, vereenigingen in het leven te roepen, die zich bezighielden met het aankweeken en africhten van postduiven. |
Bij het begin van den oorlog bestonden er te Parijs van regeeringswege nog geen bepaalde postduivenstations. Deze wijze van correspondeeren was er in handen van eenige bijzondere vereenigngen. De heer La Perre de Roo, hoofd dezer gezelschappen, deed gedurende den loop van den strijd aan het fransche ministerie van oorlog het voorstel, zich deze duiven ook ten nutte te maken en zoodoende een vaste gemeenschap tot stand te brengen tusschen Parijs en die steden van Frankrijk, welke nog niet in 's vijands handen gevallen waren. Dit welgemeende aanbod sloeg de regeering echter af.
Spoedig was Frankrijks hoofdstad geheel door de duitsche troepen ingesloten en tal van middelen werden aangewend om in verbinding te komen met de departementen, doch alles te vergeefs. nadat men zoodoende gedurende vijf maanden verstoken was geweest van alle gemeenschap met de buitenwereld, kwam de heer Rampont, den 25en September 1870 op de gelukkige gedachte, de hoofdstad per luchtballon te verlaten en gelukte het hem alzoo verscheidene depêches over te brengen; en toen weldra daarna de heer van Rosebeke op het denkbeeld kwam, door middel van luchtballons postduiven uit Parijs naar de departementen te brengen, werd het verzenden van depêches zeer vergemakkelijkt.
|
Fig. 2. De penneschacht, waarin zich de mikroskopische depêche bevindt. |
Fig. 3. Poststempels van aankomst en ontvangst, op den vleugel gedrukt. |
Het kwam er nu slechts op aan een middel te vinden, waardoor het mogelijk werd, dat één duif een betrekkelijk groot aantal depêches met zich voerde.
Te Tours was inmiddels een postduivenstation gevestigd en nadat de heer Dragon er in geslaagd was van uit Parijs per ballon eerstgenoemde stad te bereiken, gelukte het dezen beroemden fotograaf zijn kunst dienstbaar te maken aan het welzijn des vaderlands, Spoedig verrees er te Tours een foto-mikroskopisch laboratorium.
|
Men begon nu met de te verzenden schrifturen op groote vellen af te drukken of duidelijk af te schrijven en vervolgens fotografeerde Dragon deze bescheiden op kleine, zeer lichte collodiumblaadjes, die gestoken werden in kleine ganzenveeren pijpjes. Dit fotografeeren geschiedde in den tijd van 2 seconden. Te Parijs gekomen, met behulp der postduiven, werd er copie genomen van deze blaadjes en ten einde dit in een minimum van tijd te doen plaats hebben, werd de inhoud op hiertoe gereedgemaakte borden, vergroot weergegeven door middel van een mikroskoop, met elektrische verlichting. Zoodoende konden verscheidene personen tegelijk copie nemen van de aangekomen depêches.
Van deze collodiumblaadjes bestonden twee soorten; beide hadden den vorm van rechthoeken, waarvan de zijden waren 3 bij 4 cM. en 3 bij 5 cM., al naarmate zij fotografieën bevatten van 12 of 16 bladzijden druks; het aantal depêches bedroeg dan per bladzijde 2800 tot 3000.
Daar het gewicht dier blaadjes slechts 0,01 gram was, kon één duif er 100 tegelijk met zich voeren.
|
Fig. 4. Een mikroskopisch, fotografisch vliesje van Dagron, in natuurlijke grootte. |
Fig. 5. Vergrooting der mikroskopische depêches. |
Van de 363 duiven, die uit Parijs naar de naburige departementen werden losgelaten, keerden er slechts 73 naar de hoofdstad terug; doch wanneer men nagaat, dat er destijds in Frankrijk nog van geen geregelde duivenpost sprake was en er in den winter van 70-71 vele sneeuwstormen plaats hadden, mag men de verkregen resultaten nog als zeer gunstig beschouwen.
Langen tijd heeft men in de meening verkeerd, dat de groote diensten, die de duiven verleenden, een gevolg waren van hare sterk ontwikkelde gave om zich te oriënteeren. Het heette toen, dat deze dieren zich zoo hoog mogelijk in het luchtruim verhieven, om vervolgens - geholpen door hun scherp gezicht - den te doorloopen weg van te voren op te nemen.
Uit verklaringen van bekende luchtreizigers blijkt echter, dat reeds een hoogte van 300 meters boven den beganen grond zelden door de postduiven bereikt wordt. De tijdens het beleg van Parijs opgelaten luchtballons verhieven zich zoo hoog mogelijk, ten einde niet getroffen te worden door de schoten der pruisische infanteristen, en toen bleek, dat de meegevoerde duiven geheel in een soort van verdooving geraakten, en nauwelijks liet men ze los of zij vielen als een levenlooze massa ter neder.
Weer anderen beweren, dat de gave - die de duiven bezitten, om op grooten afstand door het luchtruim hare woning terug te vinden - het gevolg is van een soort dierlijk magnetisme.
Het is moeielijk na te gaan, welke van deze beweringen de juiste is, doch wat ook de oorzaak moge zijn van de gave, die deze dieren in staat stelt om in een ruimte van meer dan 1000 KM. den weg tot hun nest op te sporen, zoo zal ook waarschijnlijk de groote liefde tot dit nest en tot alles, wat zich daarin bevindt, oorzaak zijn, dat deze vogels met verbazende snelheid de grootste afstanden kunnen afleggen en steeds hun tehuis weer vinden.
Het beleg van Parijs had duidelijk doen zien, welke belangrijke diensten de postduiven kunnen bewijzen. Na den fransch-duitschen oorlog nam dan ook het africhten van postduiven in bijna alle Europeesche staten een groote vlucht.
Van alle rijken neemt in dit opzicht België zeker wel de eerste plaats in. In dit land telt men niet minder dan 1150 postduivenvereenigingen. Iedere duif heeft er een naam, ja zelfs een geslachtsboom en deze zijn bekend aan alle leden der vereeniging.
Van bepaalde militaire postduivenstations is sprake in Frankrijk, Duitschland, Rusland, Engeland, Italië, Spanje, Portugal en Rumanië.
Rusland richtte in 1874 zijn eerste postduivenstation op te Moscou, waartoe het in België de noodige duiven liet aankoopen. De goede diensten, welke deze vogels bewezen,waren oorzaak, dat reeds het volgend jaar een tweede station van regeeringswege te Warschau tot stand kwam.
Tegenwoordig bestaat er in het Russische rijk een postduivendienst, die geheel tot militaire doeleinden dient en waarvoor jaarlijks op de begrooting een post van 130,000 gulden wordt uitgetrokken.
In Frankrijk bestonden reeds voor een tiental jaren 20 postduivenvereenigingen, die meerendeels na 1871 zijn tot stand gekomen.
Te Parijs beschikt men over 25,000 postduiven, verdeeld over 3 stations - waaronder het hoofdstation op den Mont-Valérien - en verder zijn er stations te Rijssel, Marseille, Chantellerault, Tourcoing en Perpignan.
Ieder armée-corps bezit 500 duiven, terwijl alle groote vestingen van een duizendtal dezer vogels zijn voorzien.
Ook Duitschland, dat op militair gebied in bijna alle opzichten de andere mogendheden als voorbeeld kan strekken, bleef niet achter in het oprichten van postduivenstations. Nauwelijks was de worstelstrijd van 1870-71 ten einde of het duitsche gouvernement bsloot tot het oprichten van vier postduiven-stations te Keulen, Straatsburg, Metz en berlijn, waartoe de noodige duiven ook in België werden aangekocht.
Op de duitsche oorlogsbegrooting van 1873 kwam een bijzondere post van 20,000 gulden, die bestemd was tot het oprichten van nieuwe postduivenstations te Posen en Thorn.
Ook de engelsche marine heeft zich het gebruik dezer vogels ten nutte gemaakt en deze bedient zich op haar schepen van deze dieren, ten einde steeds in verbinding met de kust te blijven.
Hoewel te Parma reeds sedert eeuwen een bijzonder soort postduif bestond, de zoogenaamde "Colombi parmensi", was van bepaalde postduivebstations in Italië geen sprake vóór 1877, toen zulk een station werd opgericht te Florence. Spoedig volgden er toen meerdere, o.a. te Reggio in 1882 en te Modena in 1883, terwijl men ze tegenwoordig ook aantreft te Rome, Alessandria, Ancona, Bologna en Piacenza.
Ook te Massowah heeft het italiaansche gouvernement getracht zich de postduif ten nutte te maken, doch zonder bevredigende resultaten, hetgeen wordt toegeschreven aan de groote hitte.
Hoewel bij ons te lande nog geen sprake is van een bepaalden militairen postduivendienst, zijn er toch ook in Nederland vele vereenigingen, die zich verdienstelijk maken met het africhten van postduiven en doordat deze gezelschappen steeds den steun ondervinden van het ministerie van oorlog, zoo zullen ook hier te lande deze getrouwe postboden in de ure des gevaars belangrijke diensten kunnen bewijzen. Nog niet lang geleden zijn een aantal afgerichte postduiven naar Batavia gezonden, zoodat men waarschijnlijk in onze koloniën zich ook van deze vogels zal gaan bedienen.
In de voordracht over "De postduif en haar gebruik in vrede- en oorlogstijd" gehouden door den heer J.C. van Ogten, den 29sten September 1882, in de Vereeniging ter beoefening van de Krijgswetenschap, werd door dezen heer een denkbeeld gegeven, op welke wijze - ook voor ons land - de postduif in oorlogstijd haar diensten zou kunnen bewijzen. Spreker wees er in zijn voordracht op, hoe bij eventueele landingen, de postduiven ons van groot nut kunnen zijn, door steeds de verbinding te onderhouden met de door onze marine uit te zenden kruisers en aviso-vaartuigen.
Van insluitingen zal in ons land bij eventueele oorlogen wel hoogst zelden sprake zijn, tengevolge van den aard onzer liniën. Alleen zou dit het geval kunnen zijn met de stelling Helder, die zoowel van de zee- als van de landzijde kan worden ingesloten, en bij onze sperforten te Pannerden en Westervoort. Evenals bij elke ingesloten vesting, zullen de postduiven hier groote diensten kunnen bewijzen, ten einde de gemeenschap met de buitenwereld te onderhouden, terwijl het wisselen van snelle berichten met onze oostelijke grenzen door middel van postduiven, het groote voordeel zou hebben, dat wij intijds gewaarschuwd werden voor de nadering eens vijands, zoowel wat aangaat de sterkte als de richting, waarin deze voorwaarts rukt.
Bij de in Juli 1887 gehouden manoeuvres in Italië zijn op groote schaal proeven genomen met postduiven. Aan deze proeven lag in de eerste plaats ten grondslag, middelen te vinden, ten einde een vijand te beletten de afgezonden duiven te dooden.
Om dit doel te bereiken, liet men met ongeljke tusschenruimten de duiven één voor één los. Door zoo te handelen, zal het een vijand hoogst moeielijk vallen deze alleenvliegende vogels te treffen, om reden zij een zeer klein doel aanbieden, dat zich met groote snelheid voortbeweegt, zoodat het treffen dezer vogels steeds aan een toeval zal te wijten zijn. En al moge het een vijand gelukken eenige dezer duiven te dooden, dan kan het overbrengen van depêches toch nog verzekerd blijven, door verschillende duiven hetzelfde bericht mede te geven.
In Duitschland zijn reeds pogingen aangewend om het postduivenverkeer eener belegerde vesting met de buitenwereld te bemoeielijken, door het africhten van valken tot het dooden der duiven. Op last van het italiaansche departement van oorlog zijn echter fluitjes gemaakt van bamboes, die - bevestigd aan den staart der duiven - eem doordringend gepiep doen hooren, zoodra deze vogels vliegen. Hierdoor verschrikken de valken en laten deze de duiven ongemoeid. Ook kan men de vogels tegen de valken beschermen, door hen in te smeren met een vloeistof, waarvan de lucht oorzaak is, dat deze roovers de duiven niet durven naderen.
Tevens zijn in Italië proeven genomen, om nauwkeurig den vluchttijd der duiven na te gaan. De gemiddelde vluchttijd bedroeg: |
| Te Rome |
51 |
KM. |
per |
uur. |
| Te Alexandria |
64 |
" |
" |
" |
| Te Ancona |
66 |
" |
" |
" |
| Te Bologna |
53 |
" |
" |
" |
| Te Piacenza |
55 |
" |
" |
" |
De grootste gemiddelde snelheid voor meerdere tegelijk losgelaten duiven verkreeg men den 29sten Juli 1887; deze bedroeg 68 KM. per uur. Voor alleen vliegende duiven bedroeg deze op denzelfden dag 95 KM. per uur.
Het gezicht is bij de duiven bijzonder sterk ontwikkeld (volgens Buffon is 't gezicht bij de duiven 20-maal sterker dan bij den mensch), doch hiertegenover staat, dat zij 's nachts weinig of niets kunnen zien.
Wordt dan ook onderweg een duif door de duisternis overvallen, zoo staakt zij onmiddellijk haar vlucht en overnacht ter plaatse waar zij zich bevindt.
Bij de te Verona genomen proeven heeft men nagegaan, hoeveel tijd vóór het invallen der duisternis de laatste duiven naar de verschillende stations moeten worden afgezonden, ten einde nog op denzelfden dag ter bestemder plaatse te kunnen aankomen. Hierbij bleek dat alle duiven, die van 4½ uur voormiddags tot 3½ namiddags werden losgelaten nog op denzelfden dag, de medegegeven depêches konden overbrengen. Slechts één duif, die om 3½ uur namiddags was afgezonden, bereikte eerst den volgende morgen haar nest.
Aangezien de tijd, waarop de duiven verzonden werden, reeds den vorigen dag was aangegeven, kon met de weersgesteldheid volstrekt geene rekening gehouden worden.
Gedurende den tijd dezer oefeningen, woedden er hevige onweders vergezeld van zware regens boven Italië; doch niettegenstaande dit alles kwamen de depêches goed over.
Bij deze proeven heeft men ook nagegaan, hoeveel duiven men minstens uit een ingesloten vesting met dezelfde depêches naar de verschillende stations kan afzenden; opdat men bij gebrek aan deze vogels (b.v. bij een langdurig beleg) toch nog met zekerheid kan rekenen op een tijdig overbrengen der berichten.
In den beginne werden de depêches naar Rome door 5 en naar de overige steden door 4 duiven overgebracht. Later nam men voor de dichtstbijzjnde plaatsen Bologna en Piacenza 3 duiven; voor Ancona en Alexandria 4, terwijl men er voor Rome nog 5 gebruikte. Bij wijze van proef werden enkele malen voor Bologna en Piacenza slechts 2 duiven bestemd en tweemaal werd slechts 1 duif naar deze plaatsen gezonden. Niettegenstaande de ongunstige weersgesteldheid en hoogen warmtegraad dier dagen, bleek uit de verkregen resultaten, dat de afgezonden depêches steeds op tijd waren overgebracht; zelfs al had men nog minder duiven gebruikt. Men moet echter hierbij in aanmerking nemen, dat in oorlogstijd steeds de mogelijkheid bestaat, dat eenige duiven door den vijand gedood kunnen worden.
Het hierboven aangegeven getal duiven zal dus over 't algemeen het meest gewenschte zijn.
Uit dit alles blijkt duidelijk, welke onschatbare diensten de postduiven kunnen bewijzen, en al heeft onze eeuw - ook op het gebied der oorlogvoering - zich alle groote uitvindingen weten dienstbaar te maken, zoodat in de jongste en toekomstige oorlogen op ruime schaal gebruik is en zal worden gemaakt, van de telegraaf; - verkeert men echter te velde meermalen in de onmogelijkheid, zich van deze wijze van correspondeeren te bedienen. De verbazende strijdkrachten, die in de hedendaagsche oorlogen tegen elkander optreden, maken de slagvelden uitgestrekter dan ooit te voren; zoodat meermalen de aanleg van telegraaflijnen ondoenlijk zal wezen, tengevolge van den grooten omvang, dien men gedwongen is hen te geven, en waardoor men allicht te laat zal komen.
De verre dracht der tegenwoordige getrokken achterlaadkanonnen is oorzaak geweest, dat de meeste groote wereldsteden op minsten een afstand van 8 à 9 K.M. omringd zijn door permanente verdedigingswerken. Het belegeringsgeschut dezer forten beheerscht tot op 1½ à 2 uur gaans het voorterrein, zoodat het een ieder duidelijk is, dat de insluitingslinie van den belegeraar een groote uitgestrektheid zal beslaan. Om in zulk een geval deze linie telegrafisch te verbinden, zullen wel meestal tijd en middelen ontbreken.
Afgescheiden van het voorgaande, zal de vijasnd steeds trachten de tot stand gebrachte telegrafische gemeenschap te verbreken, en hoewel reeds in vele rijken een onderaardsch telegraafnet is tot stand gekomen, staat ook dit aan vernieling bloot, zoodra een vijand er in geslaagd is, hiervan de juiste plaats door opgraving uit te vorschen.
Meer dan ooit komt het er in de nieuwere oorlogen echter op aan - tengevolge van de uitgestrekte operatietooneelen en groote te verplaatsen troepenmassa's - te zorgen voor goede verbindingen en juiste en snelle berichten.
Daarom zal dan ook in deze gevallen - naast de optische telegraaf en de luchtscheepvaart - met vrucht gebruik gemaakt kunnen worden van postduiven, en zullen deze vogels steeds zeer groote diensten kunnen bewijzen. |
Fig. 6. Een stel bamboefluitjes voor de postduiven. |
webdesign & copyright © 2001-2005 Eveline |
↑ |
|