Knoopen en lasschen

← overzicht
Inhoud
Start
Iets over het leggen van knoopen en lasschen.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Februari 1889 - 9e jaargang


   Bij de meeste ambachten wordt gebruik gemaakt van een eenvoudige kunst welker voortbrengselen niettemin in hooge mate nuttig zijn.
   De marsgasten, schippers, kannonniers, kleermakers, timmerlieden, metselaars, touwslagers, vuurwerkmakers, voerlui, werktuigkundigen en in 't algemeen alle werklieden, tot welk vak zij ook behooren, moeten stevige knoopen kunnen leggen.

   Een enkel woord over de innerlijke samenstelling van een henniptouw.
   Elk touwwerk wordt gevormd door verschillende strengen, die elk in een zekere richting om hunne as gedraaid, getordeerd zijn en door elkaar gewonden in een richting tegenovergesteld aan die der draaiing om de as. Iedere streng is weder samengesteld uit verscheidene draden, die in de streng dezelfde rol spelen als de streng in het touw. De draden moeten in tegenovergestelde richting gedraaid zijn als de strengen.

Fig. 1-5 Fig. 1-5    Men voorziet gewoonlijk het eind van het touwwerk van een woeling van bindgaren ten einde de ontwringing te voorkomen (fig. 4). Om het weerstandsvermogen van het touw te leeren kennen in kilogrammen, vermenigvuldigt men met 20 het vierkant van den omtrek van het touw in centimeters uitgedrukt.



   Laten we nu een overzicht geven van de handelwijzen, die in gebruik zijn.
Fig. 1-58. Verschillende knoopen en wijzen van lasschen.
Fig. 1-58. Verschillende knoopen en wijzen van lasschen.

   De elementen der knoopen zijn het oog en de lus (zie 5 en 6 in de tweede figuur). In de beide figuren stellen 1, 2 en 3 gereedgemaakte stroppen voor van algemeen gebruik.
   De knoopen worden onderscheiden in halve steeksknoopen, bindknoopen en meerknoopen.
   Tot de halve steeksknoopen behooren de enkelvoudige knoop, de dubbele knoop, de marlsteek, de timmersteek en de strop. Fig. 7 stelt een gewonen enkelvoudigen knoop voor; Fig. 8 een dubbelen knoop, die minder gemakkelijk los te maken is dan de vorige; fig. 9 een marlsteek; fig. 10 een timmersteek of duitschen knoop. Heeft men een eenvoudige inrichting noodig om iemand tot een zekere hoogte boven den grond te hijschen, dan maakt men op ongeveer twee meter van het eind van het koord een timmersteek gelijk fig. 11 voorstelt. De strop, fig. 12, is niets anders dan een krans, waarvan men de as krijgt door een oog te maken op een gegeven punt van het touw.

   In de klasse der bind- of hechtknoopen vallen: de platte knoop, de dubbele steek, de weversknoop, de visschersknoop of engelsche knoop, de splitsings- en de vuurwerkersknoop.
   Alle worden gebruikt om zooals de benaming aanduidt, twee einden van een touw aan elkander te verbinden. Fig. 13 stelt voor een dubbelen halfsteek, fig. 14 een dubbelem steek, die echter slechts met dun koord gemaakt kan worden; fig. 15 een weversknoop, gewoonlijk gebruikt om twee touwen van verschillende dikte te verbinden. Een verbinding kan evenzoo gemaakt worden door gebruik te maken hetzij van den visschersknoop (fig. 16), hetzij van den gewonen halvesteek (fig. 17).

   Het splitsen of splijten wordt in toepassing gebracht wanneer twee even dikke touwen met elkander verbonden moeten worden zonder een plotselinge verdikking bij de verbinding te vormen. Het splitsen dient om verschillende stukken touw tot een geheel te maken, om de beide einden van een touw aan elkander te verbinden ten einde een koord zonder eind te vormen, om het einde van een touw ergens in te lasschen, zoodat er een oog of lus gevormd wordt, enz. De korte splitsing (fig. 18) onderscheidt zich van een lange splitsing (fig. 19).
   De vuurwerkers- of mastknoop (fig. 20) is een uitstekende wijze van vasthechten; men kan dezen knoop dubbel maken (fig. 21).
   Er zijn verschillende meerknoopen; fig. 22 stelt voor den enkelvoudigen schuifsteek; fig. 23 den valreepsknoop, die gebruikt wordt, wanneer men het touw kan werpen over een paal waaraan men vast wil sjorren. Fig. 24 stelt de wijze van vasthechten voor, wanneer men geen merpaal heeft en het touw dubbel gebruikt moet worden om grooten weerstand te kunnen bieden; fig. 25 stelt een dubbelen schuifknoop voor.
   De naam van mastworp geeft men aan den vuurwerkersknoop, die gebruikt wordt om schepen vast te meren. De matrozenknoop (fig. 27) wordt gebruikt om een ankertouw aan den spiegel van een boot of vlot vast te sjorren. Fig. 28 stelt een wijze van sjorren voor met halve slagen; wanneer de trekking plaats heeft in de lengterichting van het voorwerp waaraan men zich vastsjort, gebruikt men de wijze van binden, voorgesteld door fig. 29. Het vastsjorren met een hanepoot geschiedt wanneer men een touw bevestigen moet aan een reeds gespannen koord (fig. 30). Moet het touw bevestigd worden aan een ring, dan gebruikt men den ankerknoop (fig. 31); moet het touw bevestigd worden aan een haak, dan gebruikt men een staande wandsteek (fig. 32), of den geknoopten strop (fig. 33) of den schuifknoop (fig. 34). Verder is het onnoodig te beschrijven hoe men een touw gebruikt aan welks eind een goed gesplitst of gebonden oog is.
   Een dergelijk gereed gemaakt touw wordt een liskoord (fig. 35) genoemd. Hetzelfde gebruik als van de vroeger genoemde knoopen kan van den kruisknoop (fig. 36) gemaakt worden; echter wordt deze meer in 't bijzonder gebruikt, wanneer zeer groote weerstand geboden moet worden. De galgsteek (fig. 37) wordt gebruikt om een stok te bevestigen in het touw welks einden niet vrij zijn. Indien het touw te stug is of te sterk gespannen, om den galgsteek toe te passen, bevestigt men den stok met een woeling, zooals fig. 38 aanwijst. Moeten er trekbanden aan een jaaglijn geslagen worden, dan gebruikt men de wijze aangewezen in fig. 39. De koorden laten los zoodra de jager stilhoudt. Eindelijk wordt een takelknoop gebruikt als men een blok moet bevestigen aan een kabel waaraan een sterke kracht moet werken.

   In 't gebruik komt het dikwijls voor dat de kabel verkort moet worden zonder er een stuk af te snijden. De werkman kan dan gebruik maken van een knevel als het touw niet te sterk gespannen is (fig. 41) of het touw een paar keer om en weer slaan en dan vastbinden (fig. 42) of hij kan gebruik maken van de wijze voorgesteld in fig. 43, indien een der einden vrij is of eindelijk den galgsteek toepassen wanneer deze voorwaarde niet is vervuld.

   Onder den naam van lasschen wijst men de koordwoelingen aan, die dienen om twee of meer stukken hout aan elkander te binden. Moeten er twee vierkant bewerkte balken waarvan de tegen elkander sluitende zijden even groot zijn, aan elkander gelascht worden, dan werkt men er een beslag om als fig. 45 voorstelt. Zijn de zijden, die tegen elkander komen, niet even groot, dan moet het verschil in breedte aangevuld worden met hout, dat echter iets langer moet zijn dan het beslag (fig. 46). In het geval dat twee zijbalken (fig. 47) verbonden moete worden, maakt men het beslag als hirvoor getoond is, en daarna drijft men met kracht stukken hout in de ruimte tusschen woeling en balken. Fig. 48 toont aan hoe de twee einden van een gebroken balk aan elkander gelascht worden; fig. 49 de wijze waarop de doorgaande balken van een vlotbrug worden vastgesjord; fig. 50 en 51 stellen voor, hoe de gezamenlijke houtstukken van eenig timmerwerk door krammen verbonden worden; maar hierbij zij opgemerkt, dat men de stukken ook haaksch kan kruisen, zooals fig. 52, 53, 54, 55 en 56 aantoonen, of ze in 't kruis (St. Andreas-kruis) verbinden kan, zie fig. 57 en 58.
   Een knoop losmaken is dikwijls een moeielijk werk; het eene eind van 't koord moet teriggedraaid worden en onder door het andere geschoven. Indien dit te moeielijk is, drijft men met hamerslagen een stuk hout als wig tusschen de ruimte vancden knoop. Dit is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan; een goed gelegde knoop is dikwijls hoogst moeielijk te ontwarren; de ontknooping levert niet zelden gordiaansche moeielijkheden op en de ongeduldigen zijn dan geneigd om het middel toe te passen waarvan Alexander de Groote weleer gebruik maakte.

   (Naar Lieut.-Col. Hennebert) D.P.


webdesign & copyright
© 2001-2005 Eveline