Transvaalsche goudvelden [II]


← overzicht
Inhoud
Start
Transvaalsche goudvelden [II].

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Mei 1889 - 9e jaargang


   Volgens 3-jarige waarnemingen van Lys schijnt de gemiddelde temperatuur van Pretoria (25º45'Z.br., 28º50'O.L., 1360m.) 19,4º C. te bedragen (Januari 23,1º, Juli 14,9º C.)
   In 67 regendagen valt 600 mM. regen, waarvan 70 pCt. in de 4 maanden December-Maart. De winter is bijna regenloos.
   Gedurende dit jaargetijde is de lucht het helderst, in de maanden October-Maart daarentegen is deze dikwijls bewolkt.
   Tengevolge van de lagere ligging van het gebied ten oosten van de Drakenbergen en ten noorden der Magalisbergen, alsmede van de beschutting van laatstgenoemde bergketen voor de koude zuidenwinden, heerscht in deze streken wel is waar een zachtere winter dan op het ten zuiden der Magalisbergen gelegen Hooge Veld; doch aan den anderen kant zijn op deze hoogvlakte weder de koortsen, welke het Bosch Veld in den regentijd eigen zijn, geheel onbekend. Het Hooge Veld kan als een van de gezondste streken der aarde beschouwd worden.

   Op de Kaap-goudvelden is het klimaat in het droge jaargetijde zoo gezond mogelijk, doch gedurende en vooral aan het eind van den regentijd woeden in de laag gelegen streken boosaardige moeraskoortsen, welke talrijke offers eischen.
Wat meer speciaal Barberton betreft, zoo zijn de kwade geruchten, welke omtrent den gezondheidstoestand in die stad verspreid werden, niet alleen overdreven, doch volgens Mr. E.P. Mathers geheel uit de lucht gegrepen. In diens uitstekend werk: "The Gold Fields Revisited" lezen wij dienaangaande:
      "There is no fever in the town proper, and little or no other sickness. Itmight have been expected that in the early days of growing Barberton the health of the town be unsatisfactory, and yet we find that in the seven months ending with last November there were only 120 odd cases in the hospital; of these 107 had been discharged then, while others remained to become convalescent. Deaths in the town are few in number, and those from fever bear a small proportion to those resulting from other diseases or accident. Medical men have little or no work to do. They flocked to the place thinking to coin money out of fever patients; for a livelihood they either flitted, had to become scrip-sellers, or turn their hand to harder toil. There are hardly more than half a hundred graves in the Barberton cemetry, and the grave-digger, finding his ccupation unprofitable, threw it up in disgust, and took to digging for gold."

   De plantengroei in en om Kaap Valley kan nauwelijks tropisch genoemd worden. Daartoe ontbreekt voor alles het noodige water. Verscheidene der in den regentijd uit de omliggende bergen stroomende beken, drogen 's winters bijna geheel uit en verdwijning in de vlakte onder den grond om eerst bij haar vereeniging met de voornaamste wateren der Kaap Valley, m.n. de Queens-River en de Kaap-River, weder te voorschijn te komen. Zelfs deze twee rivieren zijn bij gewonen waterstand gemakkelijk te doorwaden.
   Boomgroei wordt bijna uitsluitend langs de rivieren en beken aangetroffen; de bovenloop van laatstgenoemde ligt veelal verscholen achter fraaie loofboomen, welje voornamelijk uit inheemsche soorten van geelhout en ijzerhout betsaan.
   In de meer beschutte, naar de vlakte zich openende bergkloven vindt men eenige palmen, terwijl lager cactusboomen en een paar oude, reusachtige exemplaren van wilde vijgeboomen voorkomen. Deze laatsten, welje bijna uitsluitend tusschen verlaten kraals gevonden worden, schijnen door Kaffers geplant te zijn.

   Overigens wordt de geheele streek, zoowel berg als dal, door een uitgestrekte grasvlakte ingenomen en daar deze weiden jaarlijks zoowel door mijnwerker als boer worden afgebrand, zullen ook spoedig de nog aanwezige bosschen verdwenen zijn.
   Waren deze streken, blijkens de vele sporen van oude kraals, naar alle waarschijnlijkheid eens dicht bevolkt, thans ligt het grootste gedeelte van het land braak en wordt door de boeren slechts als winterweide gebezigd. Sedert de ontdekking der goudvelden is men begonnen eenige akkers te bebouwen, doch over de geschiktheid van den grond kan nog moeielijk een oordeel geveld worden. Bij een kunstmatige besproeiing gedijen hier al onze groenten uitstekend.
   De fauna is al even arm als de flora. Olifanten en antilopen zijn reeds lang verdwenen en alleen leeuwen en tijgers moeten het den oostwaarts naar de Delagoa-baai doordringenden goudzoekers dikwijls zeer lastig maken.

   De Kaap-goudvelden zijn langs verschillende wegen te bereiken, nl. over die van Natal, Kaapstad en Lorenço Marques. De eerste route door Natal is 472 Eng. mijlen, van welke 187 per spoor tot Ladysmith worden afgelegd. Van laatstgenoemde plaats reist men per postwagen over Newcastle, Ermelo en Lake Chrissie in 5 dagen naar Barbeton.
   De tweede route leidt van de Kaapstad of Port-Elisabeth naar Kimberley (per spoor in resp. 34 en 29 uur), van daar per postwagen via Pretoria, Middelburg, Elandsspruit en Duivelskantoor in 5 dagen naar Barbeton.
   De route van de Delagoa-baai eindelijk biedt veel minder moeielijkheden aan dan de bovengenoemde bergwegen en zoodra de spoorweg geopend wordt, zal het hoofdverkeer wel deze baan volgen.
   Nog slechts een paar jaar geleden gold deze weg in den regentijd door de alsdan heerschende koortsen voor onbegaanbaar; later bleek dat de gevaren overdreven waren voorgesteld en op het oogenblik wordt het verkeer ook in het natte jaargetijde door ossenwagens onderhouden.
   Van Barbeton kan men te paard Lorenço Marques in 5, Escourt in Natal in 6 en Petroria in 7 dagen bereikbaar.

   De Witwatersrandsche goudvelden.
   Omtrent de eerste ontdekking zijn de berichten zeer uiteenloopend, doch komen zij over het algemeen op het volgende neer:
   In 1854 ontdekte een Afrikaan met name Marais, welke in Australië geweest was, alluviaalgoud aan de Jokesky rivier in het distrikt Pretoria, doch de Regeering, voor een groote landverhuizing beducht, verbood bij doodstraf de zaak bekend te maken. In 1878 werden alluviaalgoud alsmede goudbevattende kwartsaderen op de farm Blauwbank, op de noordelijke helling van den Witwatersrand ontdekt en op primitieve wijze ontgonnen, doch de exploitatie moest uit gebrek aan kapitaal weder gestaakt worden. In 1884 moet een zekere Arnold aan den boer Gildenhuis medegedeeld hebben, dat hij goud op diens farm, welke eveneens op de noordelijke helling van den Rand gelegen was, had aangetroffen. Deze farm Wilgespruit werd later gekocht door den heer H. Struben, wiens broeder Fr. Struben een oogenschijnlijk zeer rijk reef ten zuiden van zijn woonplaats ontdekte. Monsters uit dit reef leverden 913 ons goud en 362 ons zilver p.t.? op, doch toen grootere hoeveelheden kwarts in de molens werden fijngestampt, bleek het reef te arm te zijn.

   Gildenhuis begon op nabijgelegen farms naar goud te zoeken, en ontdekte ook een veelbelovende ader ten oosten van het vorige reef. Ook op de farms Honingklip en Kromdraai, welke 12 E. mijlen noordwestelijk van Wilgespruit gelegen zijn, werden goudaderen gevonden, welke zeker evenmin van veel beteekenis waren.
   In April 1884 vond F. Struben op het hoogste gedeelte van den Witwatersrand door het water afgeronde kiezelsteenen (pebbles), welke aantoonden dat het geheele terrein in een vroeger tijdvak onder water moest gestaan hebben. Dit deed hem de aanwezigheid van sedimentaire conglomeraten vermoeden, van welke hij er ook een paar in de nabijheid aantrof. Daar deze echter geen goud bevatten, zag hij voorloopig van verdere nasporingen af om weder het onderzoek der kwartsgangen in de hand te nemen.
   Dit leidde in September van hetzelfde jaar tot de ontdekking van Confidence Reef en den aankoop van de eerste Sandycroft-batterij van 5 stempels, welke in December door de heeren Struben met groote moeite en kosten nabij dit reef werd opgesteld.
   Struben vatte zijn onderzoek naar het comglomeraat intusschen weder op en vond het ten zuiden van den Witwatersrand, zoowel tusschen banken van lei- en zandsteen als tusschen laatstgenoemd gesteente alleen. Naarmate hij verder naar het zuiden doordrong, werden de pebbles grooter.

   Van Witwatersrand in 't noorden tot de Klip-rivier in 't zuiden werden deze in steil opgerichte lagen door hem aangetroffen.
   In deze 8 E. mijlen breede landstreek ligt o.a. het beroemde Main Reef. Omstreeks November 1885 begon een zekere J. Bantjes op de farm Roodepoort naar goud te zoeken. Aangezien hij echter weinig geluk had, vertoonde Struben hem de conglomeraten en raadde aan deze grondiger te onderzoeken. In Januari 1886 werden eenige monsters van dit gesteente fijngestampt, het resultaat was evenwel niet bevredigend. Bantjes, welke zich daardoor niet liet afschrikken, zette zijn onderzoekingen voort en liet in Maart 50 ton van het conglomeraat uitgraven en op Struben's moelen fijnstampen. De opbrengst was 8 dwts (2/5 ons) p.t. Korten tijd daarna vond Walker, een vroegere werkman van Struben, het conglomeraat op Langlaagte, dat nu als Main Reef bekend is. Eenige weken later vond Struben de voortzetting van dit reef op de naburige farm Vogelstruisfontein, en Bantjes trof het op een ander gedeelte van die farm aan; 28 ton leverden 1 ons 8 dwts p.t. op, zoodat men aan de waarde van het reef begon te gelooven.

   De eer van de ontdekking der Witwatersrandsche goudvelden komt derhalve ongetwijfeld toe aan den heer Fr. Struben.
   In Juli 1886 werden de farms Roodepoort, Vopgelstruisfontein, Paardekraal, Langlaagte, Randjeslaagte, Turffontein, Doornfontein, Elandsfontein en Driefontein door de Regeering tot publiek goudveld verklaard. De eigenaars dezer farms, welke reeds gedeelten hunner bezittingen aan maatschappijen of privaatpersonen vrehuurd hadden, werden van wege de Regeering door de uitgifte van mijnpachtbrieven schadeloos gesteld en kregen een aandeel in de uitgegeven Licentiën.
   Aangezien het fijnstampen van monsters uit verschillemde gedeelten van het Main Reef, dat zich over een afstand van 30 E. m. door de geproclameerde farms uitstrekt, goede resultaten opleverde, werden overal maatschappijen opgericht, welke de ontginning in de hand namen en de noodige batterijen opstelden.
   De farm Randjeslaagte werd door de Regeering als plaats aangewezen voor de stichting van een dorp, dat echter met ongeloofelijke snelheid den omvang eener stad aannam.
   De eerste bouwterreinen werden December 1886 publiek verkocht voor 13,002 P.st., de 2e verkoop in Januari 1887 bracht 16,921 P.st. en de 3e in April 1887 meer dan 20,000 P.st. op, dus ongeveer 50,000 P.st. voor 1800 bouwterreinen, elk groot 50 vierk. voet. Het tiende gedeelte van deze som zou vóór de ontdekking der goudvelden voldoende geweest zijn om de geproclameerde 9 farms te koopen.

   Het Main Reef, dat voor zoover het tot nu toe ontdekt is, zich slechts hier en daar afgebroken, over een afstand van 30 E.m. door de farms uitstrekt, is over zijn geheele lengte blootgelegd.
   Het bestaat uit 4 of 5 smalle aderen van het conglomeraat of "Bankets", zooals de Boeren zeggen. Deze aderen loopen ongeveer evenwijdig, doch vereenigen zich dikwijls tot een of twee aderen. Een der aderen, rich leader geheeten, is zeer rijk, doch de andere gangen bevatten slechts op enkele plaatsen een grootere hoeveelheid goud. Bij Wemmers en de Jubilee-maatschappij levert de leader 5 tot 11 ons goud p.t. op, maar aangezien de ader slechts zeer dun is, kan deze later wel veel armer bevonden worden.
   Zoover het oog rijkt, ziet men langs beide zijden van het Main Reef 3 tot 10 voet diepe greppels, door welke het reef wordt blootgelegd. Deze slooten werden gegraven toen de eerste "Rush" plaats vond en dienden over het algemeen slechts om den grond met voordeel aan maatschappijen te kunnen verkoopen. Veel geld is op die wijze verknoeid en menig onervarene liet zich door schurken verleiden om tegen hoogen prijs grond te koopen, welke later geheel waardeloos bleek te zijn. Zelfs tegenwoordig nog bloeit hier de zwendelarij op elk gebied, waardoor velen geruïneerd worden.

   Verder bestaan hier verscheiden maatschappijen, welke, in plaats van haar kapitaal voor een goede en duurzame exploitatie der mijnen te besteden, er zich slechts op toeleggen om door het uitkeeren van aanzienlijke dividenden haar Shares te laten stijgen.
   Enkele maatschappijen zijn echter bij den aanleg en exploitatie der mijnen niet alleen bedacht geweest op oogenblikkelijk voordeel, doch hebben ingezien dat zij zich slechts door geregelden mijnbouw ook in de toekomst zouden kunnen staande houden.
   Het aantal der op den Witwatersrand gevestigde maatschappijen bedraagt ongeveer 120 met een gezamenlijk kapitaal van 3 millioen P.st.
   Sommige dier vennootschappen hebben reeds opgehouden te bestaan, andere zullen weldra failliet verklaard worden, en alleen goed beheerde maatschappijen, welke met een klein kapitaal werken, waarvan echter een voldoend bedrag voor een doelmatige ontginning der mijnen beschikbaar is, zullen duurzame en soms zelfs goede dividenden afwerpen.

   Reeds nu beslaan de in exploitatie zijnde mijnen een groote oppervlakte, welke zich uitstrekt van de farms Thornsdale en Koesterfontein ten oosten van Heidelberg tot Zuurbult, Luipersvlei en Middelvlei in het westen1.
   Op enkele plaatsen van het Main Reef, bijv. in de mijnput der Paarl Pretoria-maatschappij op de farm Langlaagte, heeft men reeds een diepte van 90' bereikt zonder een vermindering van het goudgehalte in dit reef te bespeuren. Elders is men op 70' tot hetzelfde resultaat gekomen. Op deze diepte is het reef 8 à 10' breed. In andere mijnen werd op 60' een nog aanzienlijker breedte geconstateerd en ook het goudgehalte grooter bevonden dan in de hooger gelegen reefs. In een mijn der Langlaagte Estate Company heeft men reeds een diepte van 115' bereikt, zonder het einde van het reef gevonden te hebben.
   De meeste machines, welke op den Rand zijn opgesteld, zijn van de bekende firma's Sandycroft-Foundry-Company te Hawarden bij Chester, doch tevens zijn aldaar batterijen en stoommachines van andere Engelsche firma's in werking. In den laatsten tijd schijnen de batterijen van Fraser en Chalmers te Chicago uitstekend te voldoen; van Duitsche firma's wordt alleen het Grusonwerk in Maagdenburg door een 5-tal stempels vertegenwoordigd.

   Aangezien de ontginning der verschillende mijnen volgens een zelfde systeem geschiedt, en ook de batterijen, onverschillig of deze met 5 dan wel met 100 stempels werken, in hoofdzaak naar één model zijn vervaardigd, kunnen wij volstaan met een korte beschrijving te geven van de twee voornaamste maatschappijen: de "Witwatersrand Gold-Mining-Company" te Driefontein en de "Langlaagte-Estate and Gold-Mining-Company" te Langlaagte.
   De Witwatersrand Gold-Mining-Company op de farm Driefontein, 13 E.m. oostelijk van Johannesburg gelegen, werd gevestigd met een maatschappelijk kapitaal van 210,000 P.st.2, waarvan 150,000 P.st. in aandeelen aan de verkoopers der farm werden uitgereikt, terwijl de rest in aandeelen van 10 P.st. het publiek werd aangeboden. Over het algemeen had men echter in deze eerste, met een grooter kapitaal werkende maatschappij weinig vertrouwen, zoodat slechts voor 11,000 P.st. werd ingeschreven; de oorspronkelijke stichters van deze vennootschap, de heeren Knight en Struben, namen de overige aandeelen.
   De balans, aan het eind van het eerste jaar opgemaakt, was niet schitterend, de waarde van het verkregen goud bedroeg slechts 12,000 P.st. terwil de exploitatiekosten 13,820 P.st. beliepen en bovendien nog 30,000 P.st. voor machinerieën was uitgegeven. Wij moeten echter in aanmerking nemen, dat gedurende het eerste jaar slechts 25 tot 50 van de op te stellen 100 stempels in werking waren.

   Volgens de opgaven van den heer Knight zijn de reefs op zijn grond over een afstand van 3½ E.m. ontdekt en twee van deze elk ter lengte van een mijl blootgelegd. Vier schachten van 53 tot 58 voet werden tot op de reefs uitgegraven, doch toen moest de arbeid tengevolge van het instroomende water gestaakt worden. Op deze diepte zijn de reefs 5½ à 6½' dik en veel duidelijker begrensd dan aan de oppervlakte. In de diepte vertoonen de reefs insluitingen van zandsteen, welke volgens den heer Knight bewijzen dat de oppervlakte van den bodem zich voortdurend verschoven heeft. In drie van de vier mijnputten is het reef in de diepte veel breeder dan dichter aan de oppervlakte. Drie schachten werden in het dal op het laagst gelegen gedeelte van de farm gegraven, één op een heuvel, 120' boven de 3 abdere putten; hieruit blijkt, dat het reef zich op 58' beneden de oppervlakte door de geheele streek uitstrekt. Toen de eerste 25 stempels in werking gesteld werden, lag er ongeveer 10,000 ton kwarts opgestapeld. De batterij bestaat uit 100 stempels, elke door twee horizontale stoommachines, elk van 60 paardekrachten gedreven worden. 200 wagens waren noodig om de machines van Kimberley naar de plaats van bestemming te brengen; eenige vrachten waren van Kimberley 35 dagen onderweg. De transportkosten bedroegen dan ook ongeveer 10,000 P.st. Met de genoemde 100 stempels hoopt men per week 1000 ton kwarts te verwerken.

   De mijnpachtbrief van den eigenaar der farm was aanvankelijk slechts voor 1000 acres uitgegeven, doch later werd de geheele bezitting van 10000 acres voor 10000 P.st. door de maatschappij gekocht. Toen met de ontginning begonnen werd was voor grond, machines, enz. reeds 43,000 P.st. uitgegeven, van welke som de heer Knight 36,000 P.st. voor zijn rekening nam. Hoewel men 1 ons goud p.t. verwachtte, werd in den beginne slechts 3/5 ons verkregen. Desniettemin is de maatschappij van plan 100 stempels aan de andere zijde van het dal op te stellen.
   Later brachten 300 monsters, uit verschillende gedeelten van het reef genomen, 32 dwts of 13/5 ons p.t. op; terwijl de exploitatiekosten op 2½ dwts p.t. gesteld werden.
   De batterij werd 1½ E.m. van het reef verwijderd opgesteld, daar men het beter oordeelde het water naar de batterij te leiden dan dit op te pompen. De waterleiding is ± 4000 yards lang en wordt door bronnen gevoed. De 100 stempels staan op een 40' hoog fundament, dat uit zandsteen is opgetrokken. Elke stempel weegt ongeveer 750 pond, terwijl het aantal slagen 90 p.m. bedraagt.

   Ten einde het erts gemakkelijker van de mijn naar de batterij te kunnen vervoeren is men reeds met den aanleg van een tram begonnen. De machines zijn dag en nacht in werking, 's nachts worden de werkplaatsen elektrisch verlicht. Uitgestrekte turflagen zijn op de farm aanwezig, tegenwoordig bezigt men echter nog steenkolen van Steenkoolspruit, welke op de plaats van bestemming 's winters 40 à 45 en 's zomers 25 sh. p.t. kosten. Op de naburige farms Vogelfontein en Leeuwpoort zijn echter onlangs rijke kolenbeddingen ontdekt.
   In den omtrek der mijn staan eenige soliede, uit zandsteen gebouwde huizen, in welke de heer Knight de administrateur, de opzichter en een 30-tal blanke arbeiders gehuisvest zijn.
   De heer Knight berekent de hoeveelheid goud, welke per maand met 100 stempels verkregen kan worden, op 2,000 onsen, welke een waarde van 80,640 P.st. per jaar vertegenwoodigen. Na aftrek der exploitatiekosten en renten kan deze maatschappij zoodoemde een dividend van 20 à 25 pCt. uitkeeren. De aandeelen van 10 P.st. worden op het oogenblik voor 11 P.st. verhandeld.
   De "Langlaagte Estate and Goldmining-Company" op de farms Langlaagte en Middelfontein werd gevestigd met een kapitaal van 450,000 P.st., waarvan reeds dadelijk 400,000 P.st. in aandeelen van 1 P.st. in het bezit der vroegere eigenaars dezer farms overging. Van de resteerende 50,000 O.st. werden 20,000 P.st. in reserve gehouden voor den aankoop van machines en als bedrijfskapitaal, terwijl de overige 30,000 P.st. het publiek werden aangeboden. Het vertrouwen in deze onderneming was veel grooter dan in de Witwatersrand-maatschappij, want er werd voor niet minder dan 200,000 P.st. ingeschreven, waarvasn ten slotte slechts 11 pCt. kon gegund worden.

   Voor den resident-directeur J.B. Robinson en den resident-administrateur G. Hudson, alsmede voor een groot aantal ondergeschikte bewambten werden ook hier fraaie, soliede woonhuizen gebouwd. Nabij deze gebouwen wordt thans een groot reservoir aangelegd, dat door talrijke bronnen gevoed wordt en een voldoende hoeveelheid water voor 300 stempels kan leveren.
   Op het oogenblik is slechts een batterij van 10 stempels in werking, welke dagelijks 12 ton erts kunnen verwerken; een batterij van 60 stempels van de firma Fraser en Chalmers te Chicago was onderweg en zal waarschijnlijk wel reeds opgesteld zijn. In deze molens, welke van de nieuwste en beste constructie zijn, kan in 24 uur 180 ton erts fijngestampt worden.
   Het Main Reef is op een diepte van 115' in 3 armen verdeeld en bleek hier dubbel zoo breed en 4-maal rijker te zijn dan aan de oppervlakte. Toen de mijnput deze diepte bereikt had, moesten de werkzaamheden tengevolge van het instroomende water tijdelijk gestaakt worden. Daarop werden op onderlinge afstanden van 100' 4 schachten in de as van het reef gegraven tot op een diepte van 65 tot 76', dit is tot even boven den grondwaterspiegel, en vervolgens door een tunnel met elkander verbonden. Uit deze mijnputten wordt dagelijks 75 ton erts opgehaald; de eerste galerij heeft reeds 50,000 ton opgeleverd.

   Tot verder in uitvoering zijnde werken behoort een schacht, welke op 300' van de lengteas van het reef wordt aangelegd en een diepte van 300' bereiken moet, ten einde het conglomeraat te kunnen blootleggen. Wanneer de bedoelde schacht een diepte van 130' bereikt heeft, wordt van daar uit een tunnel tot op het reef geboord.
   Door dien tunnel, welje de tweede galerij vormen zal, kan alsdan het kwarts naar boven gebracht worden. Uit dit niveau denkt men 100,000 ton erts te verkrijgen.
   De werkzaamheden aan de schacht worden door de noodige stoommachines en pompen ondersteund.
   Op een ander gedeelte van de bezitting zou binnen weinig maanden een batterij van 50 stempels worden opgericht. Wanneer de alsdan aanwezige 120 stempels gezamenlijk in werking zijn, hoopt men 230 ton erts in 24 uur te kunnen fijnstampen.

   Tot nu toe bedroeg de hoeveelheid goud, welke p.t. verkregen werd 3 3/4 ons, terwijl de exploitatiekosten op 25 sh. p.t. kwamen te staan. Zoodra de nu in uitvoering zijnde werken gereed komen, zullen de onkosten hoogstens 15 sh. p.t. beloopen.
   Buiten deze mijnen bezit de maatschappij nog 95 claims op een ander gedeelte van de farm; tevens ontvangt zij jaarlijks 2400 P.st. pacht van kleinere maatschappijen. De farm Middelfontein, welke Langlaagte ten noorden begrenst, zal nu ook onderzocht worden.
   De reeds vermelde batterij van 10 stempels, welke in December 1887 in werking werd gesteld om het erts uit een diepte van 65' fijn te stampen, leverde tot 30 December 1887 uit 238 ton kwarts 820 ons zuiver goud op ter waarde van 3300 P.st.
   Hieruit kan men de opbrengst van 120 stempels, welke 230 ton in 24 uur verwerken, berekenen wanneer wij ten minste aannemen, dat het goudgehalte niet vermindert.
   Naarmate wij een opbrengst van 3,2 of 1 ons3 p.t. aannemen, kan de zuivere jaarlijksche verdienste op resp. 785,772, 505,908 of 236,044 P.st. gesteld worden.
   Zelfs in het laatstgenoemde geval brengt het kapitaal der maatschappij dan nog een rente op van ruim 52 pCt.


   Omtrent ligging en klimaat van den Witwatersrand en het Hooge Veld, werd reeds vroeger het noodige medegedeeld.
   Alleen de noordelijke hellingen van den Rand zijn hier en daar met bosch begroeid, het ten zuiden gelegen Hooge Veld wordt echter door een uitgestrekte grasvlakte ingenomen. De dalen alsmede de noordelijke hellingen van den Rand zijn dicht bevolkt door Boeren, welke in Johannesburg een betere markt voor hun produkten vinden dan in Pretoria.
   De dagelijksche markt van eerstgenoemde plaats wordt dan ook dikwijls door 140 à 150 wagens bezocht; alle levensmiddelen zijn hier dientengevolge veel goedkooper dan in de omliggende plaatsen.
   De ligging te midden eener landbouwende en produceerende bevolking, welke de goudgravers voor betrekkelijk geringen prijs van al het noodige voorzien kan, levert aan de Witwatersrandsche goudvelden een voordeel op, dat door andere goudvelden des lands, m.n. door Barberton niet genoten wordt. Naar deze plaats moeten alle waren langs steile bergwegen, welke in den regentijd dikwijls weken en maanden lang onbegaanbaar zijn, vervoerd worden, en zijn derhalve alle levensmiddelen veel duurder dan op den Rand.
   Volgens Europeesche begrippen zijn echter ook op laatstgenoemde velden de prijzen veel te hoog gesteld; de toenemde concurrentie zal hierin echter wel spoedig verbetering brengen.

   De bevolking der Witwatersrandsche goudvelden wordt geschat op 20,000 zielen4. Johannesburg is een plaats van 12,000 inwoners en derhalve 3-maal zoo groot als Pretoria.
   De stad op Randjeslaagte heeft zich enorm ontwikkeld. De winkels, welke van alle mogelijke goederen ruim voorzien zijn, kunnen zich met die der grootste steden van Europa meten. Regeeringsgebouwen, post- en telegrafeerkantoor, hospitaal en groote hôtels zijn reeds in gebruik gesteld; een goede straatverlichting komt weldra tot stand. Een schouwburg en zelfs een vast cirkus zullen spoedig verrijzen, aan ververschingslokalen van allerlei rang en soort is natuurlijk geen gebrek. Kerken en scholen zorgen voor de intellectueele ontwikkeling. De pers is sterk vertegenwoordigd. Op het oogenblik worden reeds 6 nieuwsbladen in de Engelsche taal uitgegeven, een paar couranten van den omvang onzer grootste bladen verschijnen dagelijks.
   Door de steeds toenemende uitbreiding van Johannesburg ontstonden in de onmiddellijke nabijheid verscheiden kleine plaatsen als Ferreiras-Camp, Marshalls-Township, Doornfontein, Boyssens-Township, en Jeppes-Township, welke eenigermate als voorsteden kunnen beschouwd worden.
   Krugersdorp op de farm Paardekraal, Elsburg op de farm Klippoortje en Boksburg op de farm Vogelfontein dienen als kleinere dorpen der Witwatersrandsche goudvelden vermeld te worden.
   Omtrent de jaarljksche opbrengst der Witwatersrandsche goudvelden bezitten wij nog geen vertrouwbare gegevens. Bijna alle bankiershuizen, welke het meeste ruwe goud opkoopen, weigeren nog steeds de noodige opgaven te verstrekken, en slechts enkele firma's zijn daartoe in den laatsten tijd overgegaan.
   Volgens de Chamber of Mines te Johannesburg bedroeg het gewicht aan goud, dat door verschillende bankiershuizen en maatschappijen direct verzonden werd, in:

Januari 1888   11,269 onsen.
Februari »   12,161 »
Maart »   14,706 »
    Totaal 38,136 onsen,

welke berekend tegen 3 P. 12 s. 6 d. een waarde van 138, 242 P.st, vertegenwoordigen.
   De cijfers moeten echter in verband met het hierboven medegedeelde nog als veel te gring beschouwd worden.
   Ontegenzeggelijk hebben deze goudvelden5 op het oogenblik het grootste aandeel in de goudproduktie der Transvaal6.
   Aangaande het gemiddelde goudgehalte der reefs loopen de inzichten zeer uiteen, en hoewel het onmogelijk is, reeds nu een bepaald oordeel daarover te kunnen uitspreken, gelooven wij toch dat zelfs bij een gemiddelde opbrengst van slechts 7-10 dwts p.t. voor de Witwatersrandsche goudvelden een schoone toekomst is weggelegd.

   De kortste weg naar Johannesburg leidt door Natal of, wanneer men van Europa komede in Capetown debarqueert, door de Kaapkolonie. De uitstekende stoombooten der "Union Steamship-Company"7 en "Castle Line" varen in 18 à 20 dagen van Engeland naar de Kaapstad.
   De in Durban (Port Natal) landende vreemdelingen gaan per spoor naar Ladysmith en van daar met den postwagen over Harrismith door de Oranje-Vrijstaat in 3 dagen, of via Newcastle en Heidelberg in 2½ dag naar Johannesburg. De reis van Durban naar Ladysmith kost Iste klasse 2 P. 7 sh. 3 d., IIde klasse 1 P. 11 sh. 6 d., IIIde klasse 15 sh. 9 d.; van laatstgenoemde plaats naar Johannesburg Via Harrismith 6 P. 10 sh. en via Newcastle 6 P. st.
   De route van Kaapstad via Kimberley, Klerkdorp en Potchfstroom is veel verder, doch wordt even snel afgelegd. De reis per spoor tot Kimberley kost: Iste klasse * P. 2 sh., IIde klasse 5 P. 17 sh. 10 d., IIIde klasse 4 P. 11 sh. De reis van het eindstation naar de plaats van bestemming, welke in 2½ dag in gemakkelijke Amerikaansche postkoetsen wordt afgelegd, kost 12 P. st. Het verkeer tusschen Johannesburg en het 36 E. m. daarvan verwijderde Pretoria wordt 3 maal per dag door dergelijke wagens, welke diem afstand in 5 uur afleggen, onderhouden.


   De gunstige invloed, welken de snelle ontwikkeling der goudvelden op de financiën der Transvaal heeft uitgeoefend, kan het beste blijken uit de volgende opgaven omtrent de inkomsten van dat land gedurende de laatste jaren; deze bedroegen in

1885   161,595 P. st.
1886   292,353 » »
1887   668,433 » »
1888 1e kw. 198,189 » »

   De nog slechts voor weinige jaren in zeer berooiden toestand verkeerende schatkist begint zich weder te vullen, het afgeloopen jaar kan zelfs een batig saldo aanwijzig.
   Doch niet alleen de verbetering van het financie-wezen is de Transvaal aan de goudvelden verschuldigd, ook tot de verheffing van den handel hebben deze het hunne bijgedragen. En ten slotte vergete men niet, dat door de steeds aangroeiende bevolking het land zich nu veel sneller ontwikkelen kan dan voorheen.
   Op het oogenblik ontbreken nog goede verbindingswegen met de kust, doch ook deze zullen niet lang meer op zich laten wachten. De Portugeesche spoorweg van Lorenço Marques naar de Transvaalsche grenzen (de terminus ligt op Transvaalsch grondgebied aan de vereeniging van de Komati met de Krokedil-rivier) nadert zijn voltooing; door de Ned. Zuid-Afrikaanshce Spoorwegmaatschappij zal deze lijn tot Pretoria worden voortgezet.
   Is eenmaal deze spoorwegverbinding, en voor alles de aansluiting met Barbeton en Johannesburg8 tot stand gekomen, dan gaat ook de Zuid-Afrikaansche Republiek een schoone toekomst te gemoet.

F.E.L. Veeren


   1 Deze goudvelden staan ten zuiden in verbinding met die van het distrikt Potchefstroom.
   2 Dit werd later verhoogd tot 250,000 P.st.
   3 Het ons berekend op 3 P.st. 18 sh.
   4 Het grootste gedeelte van de bevolking bestaat uit mannen, wier huisgezinnen nog in naburige steden of staten verblijf houden.
   5 Het aantal in werking zijnde stempels bedraagt hier ongeveer 1300, op de De Kaap-goudvelden nog geen 400.
   6 De opbrengst der gezamenlijke goudvelden wordt voor 1888 geschat op 2 millioen P.st., die van de Witwatersrandsche velden op 1 millioen P.st.
   7 [Zie hieronder.]
   8 22 Januari '89 had tegenver den hoofdingenieur van de Ned. Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij en belanghebbenden te Pretoria de publieke aanbesteding plaats van het maken van de aardebaan (zonder ballast) en de kunstwerken (zonder bovenbouw) voor de tramlijn Johannesburg-Boksburg. (± 25 K.M.).

7 de reiskosten
bedragen naar
I klasse.
Guinjes.
II klasse.
Guinjes.
III klasse.
Guinjes.
  Kaapstad 35 23 15
  Port-Elizabeth 38 25 16
  Durban (Port-Natal) 42 28 18


webdesign & copyright
© 2001-2005 Eveline