Eiffel-toren [II]


← overzicht
Inhoud
Start
De Eiffel-toren [II].

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Juli 1889 - 9e jaargang


   HET IN ELKAAR ZETTEN VAN DE ONDERDEELEN DER CONSTRUCTIE.

   Hiermede werd in Juli 1887 een begin gemaakt. Tot op 30 M. hoogte ging dit zeer eenvoudig; men gebruijte een kraan van die hoogte waarmede de balkijzers op hun plaats gebracht werden. Deze laatsten werden voorloopig verbonden door schroefbouten, om later aan elkaar met klinknagels vastgebout te worden. Ofschoon de liggers aan den voet een helling van 45º met den horizon hebben, werd de stabiliteit i 't minst niet verstoord; om hooger te komen, moest men echter stutten en gebruikte daarom een houten stelling, die aan drie van de 4 hoofdliggers steun aanbood; de meest buitenwaarts geplaatste vond genoegzamen steun door zijn verband met de drie overige. Op het bovenvlak dezer stellage waren bakken met zand geplaatst en aan de liggers werden tijdelijk consoles bevestigd, die hun steun vonden op het zand: was nu een daling dezer liggers voor een juiste plaatsing noodzakelijk, dan liet men uit den bak zand wegloopen; in het tegenovergestelde geval werd een rijzing met behulp van dommekrachten verkregen. Op deze wijze werd voortgewerkt, totdat men de hoogte bereikt had van het eerste platform (50 M.) waar de 4 kolommen door tralieliggers onderling verbonden zijn. Om de ijzeren balken op te hijschen, waren natuurlijk, met het oog op de groote hoogte, bijzondere maatregelen noodzakelijk. De ijzeren kranen, welker gewicht met toebehooren niet minder dan 12,000 Kg. bedroeg, waren 4 in getal, dus voor elken hoofdligger één.

Fig. 9. Hijschkraan voor het monteeren, gebruikt tot op 150 M. hoogte.
Fig. 9. Hijschkraan voor het monteeren, gebruikt tot op 150 M. hoogte.
Zulk een kraan werd zijdelings door schroefbouten aan den ligger verbonden (zie fig. 9) en had twee pltforms; op het bovenste werd de kraan gehanteerd, het onderaan geplaatste was kleiner. Zoodra het noodzakelijk werd om de ijzeren balken hooger te hijschen dan den kraan toeliet, werd deze omhoog getrokken; dit geschiedde op de volgende wijze. Ongeveer 2½ M. hooger werd een dwarsbalk aan den ligger vastgemaakt; een schroefstang ging door het midden van deze balk en door het ijzeren raamwerk van de kraan, waar hij door een moer werd opgesloten. Maakte men nu de schroefbouten los, waardoor de kraan met den hoofdligger was verbonden, dan hing deze aan de schroefstang en kon, door omdraaiing van de moer langs dezen laatsten, omhoog worden getrokken. Op de vereischte hoogte aangekomen, werd de kraan weder aan de liggers bevestigd en kon de schroef losgemaakt worden. Op een hoogte van 55 M. werden de horizontale dwarsaliggers aangebracht, die de 4 kolommen met elkaar moesten verbinden; balken van 7,5 M. hoogte en 70,000 Kg. gewicht, en met deze koppeling was de basis verkregen voor de eerste verdieping des torens. Toen vooral werd de verdienste erkend van den ontwerper en werd den heer Eiffel van alle zijden een welverdiende hulde gebracht.

   Van de eerste verdieping af werkte men op gelijksoortige manier verder. Op een planken vloer, die in 't midden een ruime opening vrij liet, was een hulpspoor aangebracht; de ijzeren binten werden door een kraan met behulp van een stoommachine van 10 Pk. omhoog gebracht, op wagentjes geladen en langs het hulpspoor vervoerd naar de plaatst, waar zij vastgeklonken moesten worden. Op deze wijze bereikte men spoedig een hoogte van ruim 115 M., waar de tweede verdieping zich bevindt. Hierboven kwamen de vier hoofddragers bij elkaar en werd een klein verschil in hoogte geconstateerd; twee der kolommen waren 5 à 6 mM. hooger dan de beide anderen; door den hydraulischen toestel aan den voet, waarvan we melding maakten, werd dit bezwaar uit den weg geruimd: men liet de beide kolommen eenvoudig zooveel dalen.
   Het was boven de tweede verdieping niet meer mogelijk om dezelfde wijze van montage te volgen en wel om de volgende reden:
   Zooals we zien zullen, werden 4 elevators geconstrueerd om bezoekers van den beganen grond tot de tweede verdieping te brengen, nl. in elk der kolommen één; deze bewegen zich lange leiders, die dezelfde helling hebben als de kolommen en tegen deze leiders waren de raamwerken vastgeschroefd, die de hijschkranen droegen.

   Boven de tweede verdieping geschiedt het omhoogbrengen van het publiek langs één centrale lift en miste men dus de steunpunten voor de 4 kranen. Men had er daar trouwens niet meer 4 noodig en de heer Eiffel besloot daarom twee hijschkranen aan vertikale raamwerken te bevestigen en deze laatsten aan weerszijden van een der vretikale binten vast te schroeven, die als leiders van den vertikalen elevator dienst doen (fig. 10); de eene kraan was aldus het tegenwicht voor de andere. Op de manier, die we reeds beschreven hebben, kon de kraan langs het raamwerk een hoogte van 9 M. opwaarts bewogen worden; was die hoogte bereikt, dan werd een tweede raamwerk daarboven aangebracht, enz. Voor zulk een verandering waren slechts 48 uren noodig en men had een gewicht te verplaatsen van 45 ton! Het ophijschen van de stukken ging ten slotte in 4 tempo's: een stoomkraan op de 1e verdieping heesch de binten van den grond; een tweede, op de 2e verdieping, bracht ze van de 1e op de 2e, terwil ze door een kraan met stoomlier op een plankier werden geheschen, dat 197 M. boven den grond was aangebracht; vandaar eindelijk werden ze door de verplaatsbare hijschkranen op de plaats hunner bestemming gebracht.
Den 30sten Maart 1889 was de geheele toren voltooid en op den volgenden dag werd hij feestelijk ingewijd.
Fig. 10. Hijschkraan voor het monteeren, gebruikt nadat een hoogte van 200 M. was bereikt. (Dec. 1888).
Fig. 10. Hijschkraan voor het monteeren, gebruikt nadat een hoogte van 200 M. was bereikt. (Dec. 1888).

Fig. 11. Het bovenste gedeelte des torens. Overdekte galerij, waarboven de boogvormige tralieliggers, die de lantaarn dragen.
Fig. 11. Het bovenste gedeelte des torens. Overdekte galerij, waarboven de boogvormige tralieliggers, die de lantaarn dragen.
    Het bovenste gedeelte des torens, in plattegrond een vierkant van 16 M. zijde, wordt door een koepelvormig stuk bekroond (fig. 11.) Hier bevindt zich een galerij, waar voor 800 menschen plaats is, die aan de 4 hoeken door stevige consoles gesteund is en welker zijwanden door glasramen kunnen worden afgesloten, hetgeen bij hevigen wind noodzakelijk is. Boven de galerij bevindt zich een reeks van vertrekken, voor het publiek gesloten, en bestemd voor hen, die wetenschappelijke waarnemingen willen verrichten. Nog hooger heeft men diagonaalsgewijze tralieliggers aangebracht, waarop, in de hoekpunten, zich een viertal kleinere vakwerkdragers verheffen; deze loopen boogvormig, om zich zestien meter hooger te vereenigen en steun aan te bieden voor de lantaarn, 6 M. hoog, waarin een elektrisch licht zal geplaatst worden. De lantaarn kleurt de doorgelaten stralen rood, wit en blauw, terwijl door twee kolossale reflectoren de straalbundels in de eene of andere richting kunnen weerkaatst worden. Nog bevindt zich op de lantaarn een klein terras, terwijl in het midden daarvan de bliksemafleider zich verheft; aan den voet des torens gaan 8 ijzeren buizen, van ongeveer 1/2 M. diameter, den grond in tot op het grondwater, onder het Seine-peil; zij buigen zich dan horizontaal over een afstand van 18 M. Voor een goede grondleiding is dus zorg gedragen.


   Trappen en stijgtoestellen (liften).

   Op de 1e verdieping komt men door een rechte trap van 1 M. breedte; tal van portalen geven den bezoeker gelegenheid om uit te rusten. Een tweede soortgelijke trap wordt gebruikt voor het dalende publiek. Van de eerste naar de tweede verdieping gaan 4 spiltrappen, één in elk der kolommen, die 60 c.M. breed zijn: twee daarvan dienen voor 't beklimmen, de twee andere voor 't dalen. Van de tweede verdieping tot aan den top heeft men één spiltrap geconstrueerd, die niet voor 't publiek is bestemd.
   Behalve door de trappen kan men door liften den top bereiken. Vier dezer toestellen voeren naar de eerste verdieping, waarvan twee systeem Combaluzier en twee systeem Otis. Twee van deze laatste soort zijn aangebracht tusschen de eerste en de tweede verdieping, terwijl een lift, systeem Edoux, vandaar naar den top voert.

   De lift Combaluzier bestaat uit een tweetal kettingen, een aan weerszijden van het vertrek, dat de passagiers opneemt; die kettingen, een reeks van stangen, door scharnieren aan elkaar verbonden, zijn in leiders besloten, die op zijde van rails voorzien zijn waarover geleidingsrollen zich bewegen, welker assen aan de ketting zijn bevestigd.
   Aan deze twee kettingen is de kamer verbonden en door een tweetal krachtige zuigers, door waterdruk bewogen, worden de kettingen zonder eind in beweging gebracht. In één minuut, dus met een snelheid van 1 M. per seconde, bereiken de bezoekers (wier aantal in elke kamer 100 kan bedragen) de eerste verdieping. Daar de ketting omhoog gedrukt, niet getrokken wordt, is het breken volstrekt zonder gevaar en kan hoogstens eenig oponthoud veroorzaken.

   De Otis-elevators, die tot aan de 2e verdieping gaan, kunnen 50 passagiers bevatten, doch hebben dubbele snelheid. In een enormen cilinder, 11 M. lang en 95 cM. middellijn, beweegt zich een zuiger, bewogen door water onder een drukking van 11 à 12 atmosferen, dat zich bevindt in reservoirs op de 2e verdieping. De kamer is aan de halende part van een reusachtigen takel van 6 vaste en 6 losse schijven opgehangen en beweegt zich 12 M. omhoog, als de zuiger, die aan het blok van 6 schijven is bevestigd, 1 M. daalt. Onder aan de kamer bevindt zich een automatische rem; de 6 kettingen, die de kamer dragen, zijn echter zoo stevig, dat een van hen alleen dat werk zou kunnen doen. (Zie fig. 12). Fig. 12. Doorsnede van de kamers van den Otis-elevator.
Fig. 12. Doorsnede van de kamers van den Otis-elevator.


Fig. 13. Elevator-Edoux, van de tweede tot de derde verdieping des torens. Fig. 13. Elevator-Edoux, van de tweede tot de derde
verdieping des torens. In de teekening is voorgesteld,
dat beide kamers zijn aangekomen aan het plankier
halverwege en de verwisseling der passagiers plaats heeft;
de kamer links zal daarna stijgen, de rechtsche dalen.
   De Edoux-elevator brengt den bezoeker in twee tempo's van de tweede verdieping naar den top. Halverwege bevindt zich een platform; van hier tot aan de bovenste verdieping wordt de kamer omhoog gevoerd door een tweeral stangen van 32 cM. niddellijn; deze stangen zijn door scharnieren aan het boveneinde met een ijzeren dwarsbalk verbonden, die in het midden de kamer draagt (zie fig. 13 links). Zij bewegen zich in stalen cilinders en worden bewogen door den druk van water, dat zich in een reservoir bevindt aan den top des torens en waarin ongeveer 20,000 liters kunnen geborgen worden. De kamer is door 4 kettingen, die aan den top over schijven loopen, verbonden met een vertrek van gelijke afmetingen (zie fig. 13 rechts).

   Gaat dus de kamer links omhoog, dan daalt de andere, en heeft de tegengestelde beweging plaats, dan komen ze gelijktijdig aan het plankier halverwege, waar de verwisseling van passagiers plaats heeft. Elke kamer heeft een oppervlakte van 14 M. in 't vierkant en kan 63 personen bevatten; men rekent 1½ minuut stijging of daling van elke kamer en 1 minuut voor het overstappen halverwege.
   Ook deze ascenseur is voorzien van een remtoestel, wardoor het gevaar zeer gering wordt.
   Verschillende stoompompen, met een gezamenlijk vermogen van 300 pk. brengen de elevatoren in beweging.

   Trappen en lifts verschaffen aan ongeveer 5000 personen per uur gelegenheid om den toren te bezoeken.
   Op de eerste verdieping wordt den bezoeker ruimschoots de gelegenheid geboden om uit te rusten en zich te versterken of te verfrisschen. De oppervlakte bedraagt 2400 M2; een galerij van 2,60 M. breedte (zie fig. 11), met arcaden versierd, stelt het publiek in staat, in alle richtingen van het heerlijk vergezicht te genieten, terwijl 4 restauraties tusschen de kolommen zijn ingericht. Op de 2e verdieping, die 1400 M2 oppervlak heeft, is ook een overdekte galerij van dezelfde breedte.
   Wat nu aangaat de bestemming van het gevaarte, dat naar men verzekert, den grond niet meer te dragen geeft dan een gebouw van vijf verdiepingen doet - men heeft meer op het oog gehad dan het leveren van een bewijs, dat ijzer het materiaal bij uitnemendheid is voor het construeeren van reuzenwerken.

   Als een verkenningspunt: de top geeft een cirkel te overzien van 60 KM.; alle vehevenheden binnen dien kring ziet men in plattegrond; als een station voor optische telegrafie (wanneer andere communicatie-middelen zijn afgesneden, zal men door lichtseinen op grooten afstand kunnen correspondeeren), voor meteorologische onderzoekingen en voor sterrenkundige waarnemingen, - ziedaar vier belangrijke diensten, die de toren zal kunnen bewijzen. Fig. 14. Plattegrond van de eerste verdieping des torens.

   Op dit oogenblik zal het financieele voordeel, dat de toren oplevert, wel het grootste zijn; wij willen hopen, dat men zich van de vier genoemde diensten niet te veel illusies heeft gemaakt1, maar dat men na eenige jaren zal kunnen getuigen, dat de Eiffel-toren nog iets anders is dan een reusachtige proeve van bekwaamheid of eenvoudig een soevenir aan de wereldtentoonstelling van '89. In onze 19e eeuw vraagt men zoo gaarne naar het praktische nut of de financieele voordeelen van kunstwerken en stelt men zich niet tevreden met de enthousiaste verzekering van een ingenieur: "Maar mijnheer het is een meesterstuk zonder weerga."
   "En als het nu blijken mocht, dat de toren tot niets nut is en uit het bezoek niet eens de rente gedekt wordt van het benoodigde kapitaal?"
   Welnu, kapitalist, de financieele commissie van de tentoonstelling, die 5½ millioen subsidie toestond, moge zich beklagen - wij brengen hulde aan het genie van den man, die alle technische moeielijkheden zoo glansrijk wist te overwinnen.

   Wie een Eiffel-toren kan bouwen, zij het dan een onnut monument, kan ook meer; laten wij zulke mannen in eere houden.

Amst., Mei 89. A.L.J.B.


   1 Voor observaties is bijv. het zwiepen van een hoog gebouw zeer hinderlijk. De heer Eiffel verzekert, dat onder de ongunstigste omstandigheden, de vibratie niet meer dan 15 cM. zal bedragen.


webdesign & copyright
© 2001-2005 Eveline