Blokstelsel


← overzicht
Inhoud
Start
Het blokstelsel.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 December 1889 - 9e jaargang


   Als er op onze spoorwegen een ongeluk plaats heeft, dan kan dit zeker niet worden geweten aan te weinig voorzorgsmaatregelen; als men nagaat met welk een zorg er bij de veiligheidstoestellen gelet is op alle eventualiteiten, hoe ook bij de inrichting rekening is gehouden met personeel, dat, om welke reden dan ook, zijn plicht niet nauwgezet waarneemt, dan zou men haast tot 't besluit komen, dat de spoorwegongelukken tot de geschiedenis moeten gaan behooren. Alleen de omstandigheid, dat niet alles automatisch geschieden kan, dat er altijd werkzaamheden te verrichten blijven, waarbij een waakzaam oog noodzakelijk is, - gevoegd bij de mogeljkheid, dat de gebruikte toestellen in gebreke blijven hun functie naar behooren te vervullen, - verklaart de, gelukkig hier te lande schaarsche, gevallen van botsingen en dergelijken.
   Als een spoorbaan aangelegd is voor dubbel spoor, dan geldt hier, evenals in Duitschland, de regel dat rechts wordt gereden, dat wil zeggen, dat men, in den trein zittende met het geziocht in de richting van de beweging, het rechter spoor houdt. Van botsing op de lijn, tusschen treinen, die in verschillende richtingen rijden, behoeft dus geen sprake te zijn als de machinist van elken trein slechts let op het spoor, dat hij berijdt. Daar kan dus alleen gevaar bestaan als een trein een anderen achteroprijdt en zijn voorganger om de een of andere reden niet zien kann. Om deze mogelijkheid weg te nemen, dient het blokstelsel, dat o.a.. op de lijnen van de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij in gebruik is.

   We zullen trachten den lezers van "de Natuur" een begrip van deze vernuftige vinding te geven.
   Men stelle zich de baan tusschen twee stations A en B voor, verdeeld in vakken en, behalve op elk aansluitingspunt dier vakken, op eenigen afstand van de stations, wachtershuisjes geplaatst; die van de eerste soort heeten blokposten, die bij de stations: blokstations, op de stations zelve heeft men de sluitposten.
   Vóór een trein van den eenen post naar den anderen vertrekt, wordt de laatste gewaarschuwd en op den eersten wordt door een signaal te kennen gegeven, dat het tusschenliggend baanvak onveilig is. De tweede blokwachter waarschuwt den derden als hij den trein ziet aankomen, laat dezen voorbij rijden en zendt den voorgaanden wachter, terwil hij zelf het tweede baanvak door een signaal voor onveilig verklaart, bericht dat het eerste baanvak vrij is.
   Een tweede trein kan dus, volgens dit systeem nooit een baanvak berijden, waarop zich de vorige trein bevindt.

Fig. 1. Het bloktoestel (Siemens und Halske).    De blokwachter heeft in zijn huisje een toestel, dat in fig. 1 is afgebeeld en naast de baan een seinpaal, aan welks boveneinde twee armen draaibaar zijn aangebracht; de beweging dier armen kan geschieden door krukken H1 en H2, die zich aan genoemden toestel (het bloktoestel) bevinden. De armen aan den seinpaal vormen de optische signalen of semaphoren; een liggende stand wijst op onveilig, een hellende geeft aan, dat het volgend baanvak vrij is. De normale stand is de liggende.
   De toestellen in de wachtershuisjes zijn door een draadgeleiding aan elkaar verbonden en staan tevens in verbinding met den grond; zij dienen voor de elektrische seinen. Deze zijn tweeledig, maar voor beide wordt één draad gebruikt en wel in beide richtingen.

   Het eene sein dient om den volgenden postwachter te waarschuwen, dat de trein in aantocht is; men noemt dit "voorwekken". De wachter behoeft hiertoe slechts op een zoogenaamden wekkerknop (links boven den toestel voor de treinen, die van rechts naar links rijden en rechts voor die in tegenovergestelde richting) te drukken en op den volgenden post komt een schelletje in beweging; de wachter, die aldaar het sein ontvangt, zet zijn optisch signaal op veilig. De toestel is zoo ingericht, dat voorwekken in de verkeerde richting niet mogelijk is.
   Het tweede elektrische signaal is zichtbaar en hoorbaar te gelijk.

   Drukt de wachter op den blokknop k1 of k2 (het accent 1 geldt in 't vervolg voor treinen van rechts naar links, 2 voor treinen in tegengestelde richting) dan krijgt de vorige blokwachter een hoor- en zichtbaar sein, waaruit hem blijkt dat de trein den volgenden post is gepasseerd, dat dus het tusschenliggend baanvak veilig is; zijn station is dan "ontblokt", terwijl dat van den volgenden wachter geblokkeerd is. Dit signaal kan door den wachter slechts aan den vorigen gegeven worden; en wel eerst dan, als eerstgenoemde zijn optisch signaal op onveilig heeft gebracht, maar dan wordt, door de inrichting van den toestel, tengevolge van het neerdrukken van den knop k1 (of k2), de vleugel in dien stand vastgezet. Het ontblokken van een vorig baanvak en het blokkeeren van een volgend gaan dus steeds samen: het eerste kan niet zonder het tweede geschieden. De vleugel kan door den blokwachter niet op veilig worden gezet, vóórdat deze door zijn volgenden collega is ontblokt. Het hoorbare sein is een schelletje, het zichtbare een schijf U1 (of U2), die een wit veld vertoont als het baanvak veilig, een rood als het onveilig is; beide schijven bevinden zich op één bord (wit boven, rood onder, behalve op de sluitblokposten aan de stations waar de volgorde juist omgekeerd is) welk bord om een horizontale as draait. Door den kruk h wordt een inductor rondgedraaid, die de elektrische stroomen levert, terwijl de krukken H1 en H2 dienen om de optische signalen in den gewenschten stand te brengen.



Fig. 2. Schematische voorstelling van de onderlinge verbinding der blokposten.



   Uit het schema in fig. 2 zal nu de geheele regeling duidelijk worden.
   We stellen ons dartoe een trein voor, die van het eerste station links, naar het tweede station rechts vertrekt.
   A1 en A2 zijn blokstations, B1 en B2 sluitblokposten bij de stations, C1 C2 blokposten.
   Zoodra de trein vertrekt, wordt door den wekkerknop K' in A1, een sein gegeven aan B1 die zijn vleugel F2 op veilig zet; door het neerdrukken van k' wordt de schijf U2, die wit was, in een roode veranderd, waardoor het baanvak A1B1 geblokkeerd is.
   Zoodra de wachter in B1 den trein ziet aankomen, seint hij aan C1 door op q2 te drukken (onder omdraaiing van den kruk h), waardoor deze gewaarschuwd wordt, dat een trein in aantocht is. Daarna zet hij den vleugel F2, als de trein inmiddels gepasseerd is, op onveilig met behulp van den kruk H2 en drukt dan op knop k2 (waarbij kruk h weer wordt gedraaid). Door deze laatste bewerking geschieden drie dingen: 1º ontvangt A1 een hoorbaar sein, waaruit hij op kan maken dat de trein B1 is gepasseerd en dus het baanvak A1B1 veilig (ontblokt) is; 2º wordt de roode schijf U2 in A1 door een witte schijf en de witte schijf U2 in B1 door een roode vervangen, waaruit blijkt dat vak A1B1 ontblokt en vak B1C1 geblokkeerd is; 3º wordt het optisch signaal F2 in zijn stand van onveilig vastgezet.

   Nu komt de trein in 't gezicht van den wachter in C1, die zijn signaal F2, bij 't ontvangen van 't wekkersein uit B1, op veilig heeft gezet.
   Deze wachter geeft eerst weer aan C2 het wekkersein; laat dan den trein passeeren, zet zijn vleugel F2 op onveilig en drukt k2 neer, waardoor zijn schijf U2 rood wordt en F2 wordt vastgezet, terwijl de wachter in B1 een sein ontvangt, zijn roode schijf U2 in een witte ziet veranderen en in de gelegenheid wordt gesteld om zijn vleugel F2 op veilig te stellen, waarmede het baanvak B1C1 ontblokt is, terwijl C1C2 is geblokkeerd.
   Bij de volgende blokposten tusschen C1 en B2 geschiedt hetzelfde.
   Nu nadert de trein B2, waar, evenals in A2, de schijf U2 rood is; de vleugel F2 staat in B2 op onveilig. De wachter in dezen sluitblokpost seint met q2 naar A2 langs de draadgeleiding L"; als nu de chef aldaar den trein wil laten binnenrijden, seint hij met knop k2 terug, waardoor beide schijven U2 wit worden en den wachter in B2 de gelegenheid wordt gegeven, zijn optisch signaal F2 op veilig te stellen. Zoodra echter de trein B2 is gepasseerd, zet de wachter F2 op onveilig, drukt k2 neer en tengevolge daarvan wordt in den vorigen blokpost (hier C2) U2 weer wit, in B2 en A2 wordt U2 daarentegen rood, terwijl F2 wordt vastgezet. Behalve dat hierdoor B2A2 is geblokkeerd en C2B2 ontblokt, heeft het veranderen van de schijf U2 aan 't blokstation A2 den chef aldaar de zekerheid gegeven, dat de wachter in B2 zijn plicht heeft gedaan.

   Laat ons nu eens uit een paar onderstellingen nagaan of er werkelijk zoo weinig kans bestaat, dat een trein een anderen achteroprijdt.
   Stel dat de wachter, in C2 bijv., den trein niet ziet aankomen, dan rijdt de trein C2, waar F2 op veilig staat, voorbij, maar vindt in C3 (of hier in B2) F2 op onveilig, daar de wachter in C2 geen wekkersein aan C3 (ofaan B2) heeft gegeven; hij houdt dus daar stil en de onattente wachter wordt betrapt.
   Op dat traject kan echter geen andere trein den genoemden achterop rijden; immers, C2 heeft C1 niet ontblokt en dus is het baanvak C1C2 nog niet veilig verklaard.

   Stel, als tweede voorbeeld, dat een trein C2 is voorbijgereden; de wachter zet zijn optisch signaal op onveilig en wacht tot hem door C3 (of B2) het sein gegeven wordt, dat de trein C3 is gepasseerd. Door de een of andere oorzaak blijft dat sein wat lang uit; de wachter is van meening, dat zulks aa onattentie van C3 is toe te schrijven en wil zijn signaal F3 op veilig stellen. De toestel is nu zóó ingericht, dat hem dit onmogelijk is zoolang hij het sein van C3 niet heeft ontvangen; hij kan in dit geval, door op den wekkerknop q2 te drukken, naar C3 telegrafeeren om inlichtingen. Ontblokken kan dus alleen door den volgenden wachter geschieden en deze kan niet ontblokken, alvorens zijn signaal op onveilig te hebben gezet.
   Het eenige wat door slordigheid of moedwil kan geschieden is, dat een optisch signaal F2, dat op "veilig" behoorde te staan, op onveilig wordt gezet. Drukt dan de wachter in C2 den knop q2 neer, vóórdat de trein is gepasseerd, dan wordt het baanvak, waarop de trein zich bevindt, ontblokt en zou dus een tweede trein op dat vak kunnen komen. De beide treinen vinden echter het signaal F2 op onveilig en houden dus achter elkaar stil/ De blokwachter in C2 kan alleen de schuldige zijn en kan, als hij zijn vergissing bemerkt, voordat beide treinen bij zijn post zijn aangekomen, onmogelijk zijn signaal op veilig stellen; hij heeft nl., door op den knop k2 te drukken, dit vastgezet en alleen de volgende wachter kan hem ontblokken.
   Het spreekt wel van zelve, dat de toestellen en draadgeleidinge aan een geregeld en nauwkeurig onderzoek zijn onderworpen en dat de wachters de instructie hebben ontvangen om onmiddellijk kennis te geven van storingen in de geregelde ewrking van den toestel.
   Twee verzegelde kleppen x1 en x2 (fig. 1) geven den beambte, die met het onderhoud der toestellen is belast, de gelegenheid om de schijven U1 en U2, zoo die onklaar mochten geraakt zijn, in orde te brengen; is dit geschiedt, dan worden de openingen weer gesloten en vergezeld.
   Een beschrijving van de inrichting der toestellen in fig. 1 geteekend, behoort, om de vrij ingewikkelde mechanisme samenstelling, hier niet thuis. Belangstellende lezers verwijzen we naar een duidelijke uiteenzetting daarvan in het "Organ für die Fortschritte des Eisenbahnwesens," jaargang 1874, 1es Heft, blz. 57.

   Amsterdam, Oct. '89 A.L.J. Bouten.


webdesign & copyright
© 2001-2005 Eveline