|
|
Het kweeken der seringen.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Maart 1885 - 5e jaargang |
Het kweeken der witte seringen bij Parijs. |
Het is in Frankrijk tegenwoordig de gewoonte, om in den winter bij alle feestelijke gelegenheden de kamers te versieren met bouquetten van witte bloemen. Bij doopfeesten en huwelijken zijn er de tafels en ramen mede versierd, en gelukwenschen op verjaardagen, op nieuwjaar, enz. gaan steeds vergezeld van het aanbieden van witte bloembouquetten. Witte rozen, sneeuwballen, Virburnum opulus, maar vooral seringen worden hiervoor gebruikt. Het verbruik van deze laatste bloemen is geweldig groot en neemt nog van dag tot dag toe. Er zijn daarvoor natuurlijk bijzondere kweekinrichtingen noodig, waarin de planten gedwongen worden in den winter te bloeien. Deze kweekerijen bevinden zich nabij de voorsteden van Parijs, in de onmiddellijke nabijheid der stad, omdat de bloemen bij eeb langdurig vervoer, tijdens vorst en ongunstig weder, te veel zouden lijden.
De seringen, welke voor deze cultuur gebruikt worden, zijn de gewone paarsche seringen onzer tuinen, die door een kunstgreep, het doen bloeien in bijna geheel duistere broeikassen, gedwongen worden witte bloempluimen te vormen. De heesters worden eerst aangekweekt in gewone boomkweekerijen, die op grooteren afstand van Parijs gelegen zijn, totdat zij een leeftijd van zes tot acht jaar hebben bereikt. Daarop worden zij met hun kluit naar de eigenlijke bloemkweekerijen overgebracht, en worden daar van twee tot zes maanden onder afdaken in de open lucht bewaard. Zij worden telkens bij gedeelten in de broeikassen overgebracht, maar vooraf gesnoeid. Dit snoeien vereischt groote kennis, want op dit oogenblik zijn de bloemknoppen nauwelijks gevormd en nog moeieljk van de bladknoppen te onderscheiden, en men moet deze laatste alle verwijderen en alleen de bloemknoppen laten zitten. Van sommige heesters behoeven dan ook slechts enkele takken weggesneden te worden, terwijl men aan andere slechts een enkelen tak laat zitten.
De broeikassen zijn lang en smal en ongeveer 4 meter hoog. Zij zijn ten deele in den grond gegraven, en de glazen daken zijn met een dicht latwerk bedekt, zoodat er slechts een zwak schemerlicht heerscht. Zij zijn door lage muurtjes in een aantal afdeelingen verdeeld.
De grond der broeikassen bestaat uit gewone tuinaarde, die niet opzettelijk wordt bemest. Rondom langs de binnenmuren loopt een dubbele rij van ijzeren buizen, waardoor warm water stroomt, om de kassen op de temperatuur te brengen, die voor de ontwikkeling der bloemen noodig is.
De seringen vereischen een temperatuur van 30° tot 35°C. Wanneer het niet vriest, opent men des daags gedurende hoogstens twee uren de glazen ramen een weinig, om de lucht in de broeikas te ververschen.
Telkens met een tusschenruimte van twee dagen wordt een zeker aantal planten in de broeikassen geplant, ten einde den geheelen winter door dagelijks de noodige hoeveelheid bloemen te kunnen snijden. De hoeveelheid planten, die men telkens poot, is natuurlijk afhankelijk van den dagelijkschen verkoop der bloemen. De kluiten der heesters worden slechts los in de aarde geplaatst op zeer geringe diepte, en de volledige ontwikkeling der planten is door de warmte, welke in de broeikassen heerscht, zoo snel, dat reeds na twintig dagen de bloempluimen tot volledige ontwikkeling zijn gekomen, zoodat men ze kan afsnijden. Het gezicht van een serre is op dit oogenblik verrukkelijk. Het is een welriekend bosch van seringen van een verblindend witte kleur. De volle, donzige bloempluimen doen het oog zeer aangenaam aan.
Gedurende het uitbotten der bloemknoppen moet in de broeikas een vrij moeilijk werk verricht worden. De tuiniers moeten al de nieuw uitkomende knoppen, die geen bloemen dragen, afsnijden, ten einde aan de bloemknoppen zelf de grootst mogelijke kracht te geven, zoodat ze tot volle bloempluimen uitgroeien. Dit werk is bij de temperatuur van 35°, die in de serres heerscht, niet zeer aangenaam; de werklieden zijn dan ook slechts licht gekleed. Zij moeten bovendien de planten steeds vochtig houden, en begieten ze daartoe met een soort van gieters met zeer lange tuit. Van insecten heeft men geen last; alleen treft men er soms een enkelen meikever aan; deze wordt echter onmiddellijk opgemerkt, en voordat hij den tijd gehad heeft de planten aan te tasten, gedood.
De cultuur der seringen duurt de wintermaanden, van September tot Juni. Een der grootste kweekers heeft voor zijn broeikassen meer dan 2000 meter warmwaterpijpen noodig en gebruikt ongeveer 60,000 heesters per jaar; met de andere kweekers rondom Parijs tezamen kan men op 150,000 planten jaarlijks rekenen. Nadat de planten gebloeid hebben, hebben zij geen waarde meer; zij zijn volkomen uitgeput en sterven af.
De aankweeking der sneeuwballen vereischt ook een gemiddelde temperatuur van 30°-35°C.; men moet er dezelfde zorgen voor dragen als voor de seringen, maar de ontwikkeling der bloemen is veel langzamer en duurt zes weken. Wat de witte rozen betreft, deze moeten gedurende twee maanden op een temperatuur van slechts 15° of 16° gehouden worden.
Op sommige feestdagen, b.v. nieuwjaarsdag, is de navraag naar bouquetten van seringen te Parijs ontzettend groot. De kweekers leveren er dien dag ongeveer 12,000 af. Zij worden bovendien naar Engeland, België en Rusland verzonden. Deze verzending bedraagt ongeveer vier- tot vijfhonderd groote bossen per week. Dat zij daartoe met de grootste zorgvuldigheid moeten worden ingepakt, spreekt van zelf.
De seringen-bouquetten worden op de Parijsche bloemenmarkt, les halles centrales, ten verkoop aangeboden. Elken ochtend of liever nachts omstreeks drie uur worden zij daar in gesloten wagens aangevoerd, in manden bijeengepakt. Indien het vriest, worden de bouquetten zorgvuldig in papier gepaktm en bovendien nog met dikke kleeden bedekt.
Er zijn te Parijs ook afzonderlijke kweekerijen voor Lelietjes van dalen, Convallaria majalis, want de Parijzenaars hebben tegenwoordig een bijzondere voorliefde voor witte bloemen, liefst zonder bladeren, hetgeen o.i. deze bouquetten wel wat eentoonig maakt; wat groen er tusschen zoude een aangename afwisseling geven. De lelietjes van dalen worden echter te Parijs alleen in de warme kas tot bloeien gebracht; de bollen komen alle uit de omstreken van Berlijn. |
| W. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
↑ |
|