|
|
Een oude en een nieuwe seismograaf.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Mei 1885 - 5e jaargang |
Seismografen of seismometers zijn blijkens hun naam (van het Grieksche Seismos=aardbeving) toestellen, die voor de studie der aardbevingen van groot belang zijn. Zij geven het begin, de richting en de sterkte aan van de bewegingen, die door onderaardsche werkingen zoo dikwijls in onze aardkorst worden voortgebracht.
Volgens een mededeeling, een paar jaar geleden in het Eng. tijdschrift Nature opgenomen, werd reeds in het jaar 136 van onze jaartelling zulk een werktuig bedacht door den Chinees Chioko. Dit bestond uit een hollen koperen kogel , die van een hals voorzien, in vorm overeenkwam met een bijzonder soort van wijnflesch. Van buiten was de kogel versierd met oude teekens en beelden van dieren. Van binnen bevatte hij een staaf, zoo geplaatst, dat zij zich in acht verschillende richtingen kon bewegen. Op den buitenwand stonden acht drakenkoppen, elk een kogel houdende en onder elk van deze een kikvorsch met geopende bek. Wanneer nu een aardbeving plaats had, viel de staaf in een der acht richtingen en wierp dan een der kogels uit de drakenkoppen in den bek van den bijbehoorenden kikvorsch. Op deze wijze kon dus de richting van den stoot bepaald worden.
Het is zeer vreemd, dat wij van al die Chineesche werktuigen gewoonlijk eerst iets vernemen, als men in Europa deze door eigen vinding reeds kent. Het is steeds mosterd na den maaltijd. Als de Franschen onder de vredesvoorwaarden den Chineezen ook de verplichting konden opleggen om al hun kennis van de natuurwetenschappen en haar toepassingen openbaar te maken, en de Chineezen daaraan voldeden, zouden zij de gansche wereld aan zich verplichten.
De geschiedenis van den Seismometer begint in Europa eerst met het jaar 1784, toen de werktuigkundige Salsano te Napels het eerst met zulk een werktuig voor den dag kwam. Dit was samengesteld uit een langen slinger met een 36 pond zwaar gewicht en met een penseel aan het ondereinde, dat met een gekleurde vloeistof gedrenkt, de sterkte der bevingen en haar richting op een onderliggende windroos moest afteekenen; de toestel werd daarom Seismograaf genoemd. Bovendien hing aan het gewicht nog een dwarsstang met klepels om bij het in beweging geraken tegen klokken te slaan, ten einde den waarnemer te waarschuwen.
Na dien tijd zijn verschillende toestellen voor hetzelfde doel aangewezen en gebruikt. Zoo maakte Cacciatore er een, die berustte op de meerdere of mindere uitstrooming van kwik uit een gootje, van welk beginsel ook Palmieri, de beroemde directeur van het observatorium te Napels bij zijn elektro-magnetischen seismograaf gebruik maakte; die van Kreil (1855) bestaat daarentegen weder uit een slinger en een daarmede verbonden uurwerk, terwijl de bijzonderheden van den schok door een potlood worden opgeteekend. |
De Seismograaf van Cordenons.
[Klik op de afbeelding voor een vergroting.] |
De nieuwste toestel van dezen aard is van Frédéric Cordenons, te Padua, en is nog pas eenige maanden bekend. Of hij de beste is, kunnen we niet verzekeren. De maker zelf verklaart, dat hij met zijn toestel getracht heeft twee groote bezwaren bij de bestaande seismografen te overwinnen; deze zijn of hun te groote eenvoud, waardoor hun aanwijzingen geen waarde hebben, of hun te ingewikkelde samenstelling, waardoor ze te kostbaar en te moeielijk in orde te houden zijn. De seismograaf van Cordenons is daarom eenvoudig ingericht maar toch voldoende om automatisch de feiten aan te geven, welke men noodzakelijk kennen moet bij een wetenschappelijk onderzoek naar de bewegingen van onzen bodem.
Daar wel niemand een toestel beter kan verklaren dan de maker zelf, laten we hier zijn eigen beschrijving volgen.
De in nevenstaande figuur voorgestelde seismograaf registreert: 1° de vertikale schokken; 2° de horizontale schokken; 3° de volgorde, waarin de schokken zich voordoen; 4° hun richting; 5° het oogenblik van de eerste beweging.
De horizontale bewegingen worden aangewezen door het voorste gedeelte, de vertikale door het achterste gedeelte van den toestel. |
Het oogenblik van den eersten schok wordt op de volgende wijze aangegeven: de stalen veer C is met een harer einden aan een vasten voet d bevestigd; als het vrije einde van de veer, tengevolge eener vertikale beweging schommelt, valt het looden kogeltje x in de pijp c.
Bij zijn val op den bodem dezer pijp werkt het op een koordje i, waardoor de slinger van een uurwerk, dat vooraf op 12 uur gesteld is, in beweging geraakt.
De andere veer B is geheel gelijk aan de eerste, maar in plaats van een kogeltje te dragen, ondersteunt zij een metalen cilindertje u, en zoo in evenwicht geplaatst, dat het door een vertikalen schok van beneden naar boven terstond voorover valt in de voorste helft van de links staande pijp; een vertikale schok van boven naar beneden werpt het cilindertje in de andere helft van de pijp. Deze aanwijzing wordt over het algemeen niet gegeven door de seismografen. Toch is het zeer belangrijk haar te kennen, omdat de aardbevingen naar de verschillende oorzaken den eenen of den anderen zin der vertikale beweging volgen. De cilinder u en de looden kogel x worden op hun plaats gezet door middel van schroeven, die aan den vasten voet voorkomen.
Het deel van den toestel, dat bestemd is om de horizontale of golvende bewegingen te registreeren, bestaat uit vier vertikale slingers zzzz; elk van deze kan slechts in één bepaalden zin afwijken, omdat hij in andere richtingen tegen vaste zuiltjes steunt. De aardgolvingen volgen, naar de nieuwste waarnemingen, bijna altijd in elke streek twee richtingen, die elkander rechthoekig kruisen. Als men den seismograaf volgens deze richtingen heeft opgesteld, zal een der vier slingers in beweging komen, van welken kant de eerste horizontale schok ook moge komen. Indien er na een eerste golving in zekeren zin, een tweede volgt in een omgekeerden zin, zal de slinger, die recht tegenover den eersten staat in beweging geraken; en als nog andere golvingen in lijnrecht tegenovergestelde richtingen zich doen gevoelen, zullen de andere slingers op hun beurt gaan slingeren.
De slingers voeren bij hun bewegingen de bijbehoorende deelen eeee mede; deze metalen stukken zijn zoo opgesteld, dat zij midden op de marmeren of ijzeren tafel over elkander komen te vallen en wijzen alzoo de volgorde aan, waarin de golvingen hebben plaats gehad. Het deel van den toestel voor de vertikale stooten heeft ook een staaf r, die op dezelfde plaats neervalt, wanneer het looden kogeltje x valt.
De toestel kan geheel in een kist geborgen worden; als men hem wil gebruiken, moet men hem in een kelder opstellen, terwijl het uurwerk in een der hoogere verdiepingen van het huis kan geplaatst worden. |
| H. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
↑ |
|