Gepolariseerde dubbelschrijftoestel


← overzicht
Inhoud
Start
De gepolariseerde dubbelschrijftoestel van Estienne.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 April 1885 - 5e jaargang


   Welke veranderingen er ook sedert haar begin in de magneto-elektrische telegraaf zijn aangebracht, en hoeveel nieuwe vindingen op haar gebied zijn toegepast, de Morse-toestel is steeds in eere gebleven en heeft zich door zijn mededingers nog niet zien verdringen.
   Als wij spreken van den Morse-toestel dan hebben wij natuurlijk daarbij ook de wijzigingen op het oog, welke die toestel in den loop van circa een halve eeuw uit den aard der zaak heeft ondergaan. Die wijzigingen betreffen zijn uiterlijken vorm, zijn mate van gevoeligheid enz., niet echter zijn beginsel, dat onaangeroerd is gebleven.
   De Morsetoestel heeft dat lange leven in hoofdzaak te danken aan de eenvoudigheid van zijn samenstel, welke de regeling zoo gemakkelijk maakt. Hij is daardoor meer dan de nieuwere en in den regel zeer gecompliceerde toestellen geschikt voor draden, waarop slechts weinig druk verkeer is. Ook bij slechten toestand der lijnen, (afleiding) werkt hij dikwijls vrij voldoende, waar andere toestellen te kort schieten.

   Naast deze belangrijke eigenschappen heeft het stelsel evenwel zijn gebreken, het voornaamste van welke zeker is, dat voor een correct en vlug gebruik van den toestel lang niet iedere telegrafist geschikt is.
   Gelijk bekend is, bestaat het Morse-seinschrift uit combinaties van punten en strepen van een zekere bepaalde lengte ten opzichte van elkander. Zoodra nu die lengte of de afstanden tusschen de teekens niet behoorlijk worden in 't oog gehouden, en bij vele telegrafisten laat dit te wenschen, bestaat er gevaar, dat uit een teeken iets anders wordt gelezen en kunnen er dus verminkingen plaats hebben. Dit wat correctheid betreft.
   Een ander gebrek, en daardoor wordt het snelle werken beperkt, is, dat de seinsleutel voor het maken van een streep driemaal zoolang moet worden neergedrukt als voor een enkele punt, (dit is juist de verhouding tusschen punten en strepen) zoodat b.v. voor de overbrenging van een teeken, dat uitsliutend uit strepen bestaat, driemaal zooveel tijdseenheden noodig zijn als voor een ander, dat uit even zooveel punten bestaat.
   Al die bezwaren nu hebben een zeer vernuftige en overigens eenvoudige oplossing gevonden in den toestel Estienne, zoo genoemd naar den uitvinder, een ambtenaar tot de fransche telegraafadministratie behoorende.

   De toestel blijft een Morsetoestel, in zooverre namelijk, dat daarbij ook van het Morse-schrift gebruik wordt gemaakt, echter met deze uitzondering, dat de seinteekens op de papierstrook in transversale richting aankomen in plaats van in de lengte; aldus: Morse ~ Estienne

   Verder zijn bij den nieuwen toestel de stroom-emissies voor punten en strepen van gelijken duur d.w.z. dat zoo men een streep wil voortbrengen, de seinsleutel niet langer behoeft te worden neergedrukt dan voor een punt bij het gewone Morse-stelsel noodig is.
   Uit dit laatste volgt van zelf, dat punten en strepen automatisch, om zoo te zeggen, de gevorderde afmetingen moeten bekomen, en dat er dus voortaan van gebrekkige teekens als gevolg van mindere geoefendheid of gebrek aan maatgevoel geen sprake meer kan zijn.
   Er is dus meerdere snelheid en tevens grootere nauwkeurigheid.
   Als men stelt, dat in het Morse-alphabet ongeveer evenveel strepen als punten voorkomen, en dat in den tijd voor het maken van een Morse-streep vereischt, twee punten (met inbegrip van den afstand daartusschen) zijn te meken, dan verhoudt zich het arbeidsvermogen van den Estienne-tot den Morse-toestel als 3:2, hetgeen in de praktijk hierop neerkomt, dat met den eersten toestel ongeveer 45 telegrammen van gemiddeld 20 woorden per uur kunnen worden overgebracht tegenover 30 met den MOrse toestel.
   Bij de genoemde voordeelen heeft de Estienne-toestel echter, om er ook niet de kwade zijde van te verzwijgen, een gebrek, dat zich bij den Morse-toestel in veel geringer mate voordoet. Wanneer ten gevolge van afleiding op den draad bij dezen nu en dan een enkele punt wegblijft, iets wat zeer licht kan gebeuren, dan blijft het seinschrift in den regel toch goed leesbaar, daar uit de open plaatsen, zoo er niet te veel zijn, zeer gemakkelijk is te zien, welke punten er ontbreken. Bij den Estienne-toestel blijven in dezelfde omstandigheden eveneens punten uit; doch, gelijk wij hebben gezien, zijn punten daar in de helft der gevallen ook bestemd om, op het correspondeerend station strepen te vormen, en dit kan het lezen bij het uitblijven van stroom allicht zeer moeielijk en dikwijls onmogelijk maken, zoodat het geseinde schrift moet worden herhaald, wat weer de snelheid vermindert.

Het magneto-elektrisch gedeelte van diens schrijftoestel van Estienne. Het magneto-elektrisch gedeelte van diens schrijftoestel van Estienne.    Wij willen trachten zoo eenvoudig mogelijk een denkbeeld van de inrichting van den toestel te geven.
   Het magneto-eletrisch gedeelte bestaat uit twee gewone elektro-magneten E E -- zie de schetsteekening -- waarvan de weekijzeren kernen van boven door een ijzeren sluitstuk a zijn vereenigd. Beneden steken zij uit de omwindingsklossen om daar te worden verbonden met de poolstukken bb. Tusschen deze poolstukken is een beweegbaar ijzeren anker c, dat door middel van een constanten hoefmagneet M, boven een der polen van welken het aan zijn onderuiteinde is geplaatst, dus door inductie, steeds een vaste polariteit bezit; zeggen wij, dat zijn uiteinde bij de poolstukken van den elektro-magneet een noordpool vormt.

Dat anker zal in den ruststand, d.w.z. wanneer er geen stroom door de omwindingen van den elektro-magneet loopt, door de noordpool van den constanten magneet steeds midden tusschen de beide genoemde poolstukken worden gericht. Deze zijn overigens door middel van stelschroeven ook te verplaatsen.
   Komt nu door de omwindingen van den elektro-magneet een b.v. positieve stroom, dan zal het eene poolstuk een noord- en het andere een zuidpool vormen en het daar tusschen liggend uiteinde van het anker door het een afgestooten en door het andere worden aangetrokken; komt er een negatieve stroom, zoo heeft juist het omgekeerde plaats. Er is dus even als bij alle polaire inrichtingen dubbele werking, en verhooging van gevoeligheid.
   Voor die afwisselende emissie van positieve en negatieve stroomen wordt gebruik gemaakt van een dubbelen seinsleutel, waarvan het eene werkcontact met de positieve en het andere met de negatieve pool eener zelfde batterij is verbonden, terwijl die sleutel verder zóó is ingericht, dat, telkens wanneer door neerdrukking van een der beide werkcontacten een van de polen der batterij met de lijn wordt verbonden, de andere pool dan aan den grond wordt gezet. Zonder zulk een inrichting zouden natuurlijk twee afzonderlijke batterijen noodig zijn.

   Van de bovengenoemde beweging van het anker links of rechts wordt gebruik gemaakt om de teekens op de papierstrook te doen komen. Daarvoor bevindt zich aan de as van dat anker, doch aan de voorzijde van den toestel, een soort van vork voorzien van twee armen of tanden. Die vork wordt dus met het anker links of rechts bewogen, terwijl haar tanden dan in pennetjes grijpen, welke op armen bevestigd zijn, waaraan de schrijfblokken of schijfjes vastzitten, van welke het een de breedte van een streep en het andere die van een punt heeft. Draait de vork nu naar links, dan drukt de eene tand door middel va\n zijn overeenkomstig pennetje den schrijfarm, waaraan het breede schijfje is verbonden, een weinig naar boven, en, met behulp van een inktbakje, waardoor het benedengedeelte der schijfjes loopt, wordt een streep afgedrukt, welker lengte overeenkomt met de breedte van het schijfje. Draait de vork naar rechts, dan doet de andere tand dienst; de tweede schrijfarm maakt een punt of korte streep - zooals men heeft gezien, bestaan de punten bij het Estienne-stelsel uit kleine strepen - omdat deze arm een schijfje draagt, waarvan de breedte ongeveer de helft van die van het andere heeft, en op deze wijze komen punten en strepen op de papierstrook, al naar gelang op het correspondeerende station met den eenen of den anderen seinsleutel punten worden gemaakt.
   Het raderwerk voor de voortbeweging van het papier wordt gedreven door een sterke veer, evenals dat bij de gewone Morse-toestellen het geval is.
   De toestel heeft eenigen tijd met voldoend succes tusschen 's Hage en Rotterdam gewerkt en is thans ook in dienst tusschen eerstgenoemde plaats en Amsterdam.
E.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline