Toestellen voor post-gemeenschap


← overzicht
Inhoud
Start
Toestellen voor de post-gemeenschap
bij doorloopende treinen.


Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Juli 1885 - 5e jaargang


   Het gemakkeljk verkeer tusschen alle plaatsen, welke door een spoorweglijn met elkander verbonden zijn, moge voor een groot gedeelte bestaan in het snelle vervoer van de personen zelf, die elkaar wenschen te ontmoeten, voor een niet minder groot deel zeker bestaat het in de snelle briefwisseling, door de spoorwegverbinding mogelijk gemaakt.
   In daarvoor aangewezen treinen wordt een postrijtuig ingeschakeld, dat als een heen- en weertrekkend postkantoor de brieven uit alle verbonden plaatsen opneemt, verdeelt en afgeeft. Om alle tusschengelegen stations hiervan partij te doen trekken, moest de toepassing echter beperkt blijven tot de zoogenaamde bommeltreinen.
   Het afgeven van brievenzakken kon wel is waar ook bij doorloopende sneltreinen geschieden, als men zich tevreden stelde met deze zakken, onder het voorbijrijden van het desbetreffende station, eenvoudig naar buiten te werpen, maar het opnemen was op deze wijze niet mogelijk.
   Het was daarom gewenscht een middel te bezitten, waardoor ook aan de stations, die de trein voorbijrijdt, brieven konden worden aangenomen en tevens op een minder primitieve wijze dan de voor de hand liggende konden worden afgegeven.
   Onderscheidene inrichtingen zijn daartoe voorgesteld, maar tot voor korten tijd schijnt nog geen van deze geheel aan de vereischten te hebben voldaan.
   In het voorgaande jaar is intusschen op de Fransche Staatsspoorwegen een nieuw stelsel beproefd en daar dit voldoende uitkomsten schijnt te hebben gegeven, is het sedert 15 Januari 1885 op de lijn van Parijs naar Belfort ingevoerd en zal het waarschijnlijk binnen korten tijd een uitgebreider toepassing vinden.
   Volgens een beschrijving van A. Laplaiche, Commissaris van toezicht op de Staatsspoorwegen in Frankrijk, bestaat dit stelsel uit twee afzonderlijke deelen: een toestel voor het afgeven der brieven, van Engelschen oorsprong, en een toestel voor het opnemen der brieven, uit Amerika ingevoerd. Daarom werd aan dit stelsel de naam gegeven van het Anglo-Amerikaansche stelsel. Elk dezer toestellen omvat deelen, die een vaste plaats hebben op den weg en bewegelijke deelen, welke aan den postwagen verbonden zijn.

   1° De toestel voor het afgeven der brieven (fig. 1).
   Buiten aan het postrijtuig V onder aan het portier, is een vertikale holle stang A aangebracht, welke draaibaar is om haar as. Aan deze stang is ongeveer op het midden een galg B verbonden, die om een horizontale as kan draaien, en buiten gebruik, vertikaal opstaande tegen de stang wordt gehouden door middel van een tegenwicht, dat in de holle stang geplaatst is. De galg eindigt in een kop, die voorzien is van drie groote geweerhanen. De af te geven brieven worden in een gewonen postzak gedaan, welke in het midden omvat is door een stevige leeren riem met T-vormige ijzeren stang.
   Als het oogenblik is gekomen om een zak af te geven, openen de postbeambten het portier van hun waggon, draaien de vertikale holle stang, om de galg naar zich toe te halen, en plaatsen de ijzeren stang van den riem om den zak, in den kop met de geweerhanen. Het gewicht van den zak, hetwelk steeds grooter is dan dat van het tegenwicht, brengt de galg uit den vertikalen in den horizontalen stand; de beambte stoot haar nu naar buiten en een bijzondere sluiting houdt haar in de richting vooruit, haaks op den wagen.
Fig. 1. Engelsche toestel om de brievenzakken af te geven. Fig. 1. Engelsche toestel om de brievenzakken af te geven.

   De toestel, die ter zijde van den weg vast staat, en den brievenzak moet opvangen, bestaat uit een net van dik touw, om tte voorkomen, dat de zak onder den trein geraakt; dit net is bevestigd aan een ijzeren stijl, die weggenomen kan worden, als de toestel niet gebruikt wordt. Boven aan het net is een sterke leeren riem aangebracht, die den vorm heeft van een liggende V, met de opening naar dien kant, waar de trein van daan komt.
   Op het oogenblik, dat de trein voorbij den vasten toestel gaat, stoot de riem, waaraan de brievenzak hangt, tegen het achterste gesloten gedeelte van de V, de ijzeren stang raakt los van de geweerhanen en de zak valt in het net, terwil de niet meer bezwaarde galg onder de werking van het tegenwicht zich weder opricht tegen den hollen balk A.

   2° De toestel om de brieven op te vangen.
   De vaste toestel op den weg bestaat hoofdzakelijk uit een vertikale paal, voorzien van twee, om horizontale assen beweegbare armen; als zij niet in functie zijn, staan deze armen automatisch vertikaal, de bovenste arm onder de werking van een tegenwicht, de onderste door zijn eigen gewicht. Deze twee armen eindigen in veerende platen, die aan haar einde S-vormig gebogen zijn en horizontaal kunnen draaien. De brievenzak, die in het voorbijgaan moet opgenomen worden, heeft den vorm van een cilinder met twee leeren bodems, in wier midden ijzeren ringen bevestigd zijn. De brieven zijn verdeeld over de twee helften van den zak, die in het midden is omgeven en sterk saamgenepen door een leeren riem. De twee ringen van den zak worden opgehangen aan de einden der twee armen van de galg, welke dan horizontaal staan, haaks op de richting van den weg en alleen op dit oogenblik over den weg uitsteken.

Fig. 2. Amerikaansche toestel om den brievenzak op te vangen. Fig. 2. Amerikaansche toestel om den brievenzak op te vangen.    Anderdeels is het postrijtuig van buiten en wel boven aan het portier (fig. 2), voorzien van een uiteenloopend gebogen, haakvormigen arm B, draaibaar om een horizontale as H, bevestigd aan de twee stijlen V van het portier. Buiten gebruik staat deze arm recht op tegen den wand van den wagen. Is het oogenblik gekomen, waarop de brievenzak moet worden opgevangen, dan openen de beambten het portier en stellen den genoemden arm in zijn stand door middel van een bijzondere kruk M; deze arm steekt dan ver genoeg uit om achter de insnoering van den zak voorbij te gaan, de zak wordt dus in den hoek van den arm gepakt en van de S-vormige veeren der vaste galg afgerupt. De postbeambten hebben dan niets meer te doen dan de beweegbare arm B met den kruk M weder op te richten en den zak in den waggon te nemen.
   De beide hier beschreven verrichtingen voor het afgeven en opnemen der brieven hebben gewoonlijk tegelijkertijd plaats; daarvoor is het echter noodig, dat de beambten in het rijtuigen

en die aan den weg verwittigd worden van het juiste oogenblik, waarop de verrichting zal moeten plaats hebben. Te dien einde zijn twee elektrische wekkers aangebracht, onder den eigenaardigen naam van krokodillen bekend, de eene op 7000 meter, de andere op 320 meter van de plaats van uitwisseling en in werking gebracht door een koperen borstels onder het rijtuig. De eerste krokodil werkt op een schel, die den brievenbesteller op den weg waarschut, dat het oogenblik is gekomen om de galg en het net in orde te brengen; de andere krokodil verwittigt de beambten in het postrijtuig, dat de haak, die den brievenzak moet opvangen, gesteld moet worden en de zak, die overgegeven moet worden, in den stand moet geplaatst worden, waarin hij het net zal ontmoeten. De vaste toestellen worden nooit vroeger in den stand van werking opgestetld dan eenige weinige minuten vóór het oogenblik der uitwisseling, om te voorkomen dat deze toestellen, vooral de brievenzak, die opgenomen moet worden, met de machinisten, de stokersd, de conducteurs op de loop planken of met de hoofden der reizigers buiten de portieren in aanraking mochten komen. Van den anderen kant, zouden de toestellen aan het postrijtuig en vooral de zak, die afgegeven moet worden, ongelukken kunnen veroorzaken aan de beambten en werklieden der spoorlijn; daarom worden deze toestellen in den toestand van rust altijd tegen het rijtuig opgeslagen gehouden. Bovendien, als de wisselposten tegenover de stations geplaatst waren, zou de af te geven zak, ingeval de toestel weigerde te werken, de reizigers op het plankier kunnen treffen: daarom werd bepaald, dat deze posten voorbij de stations zouden geplaatst worden.

   De toestellen, die sedert het begin van dit jaar op de lijn van Parijs naar Belfort in dienst zijn, werken elken dag bij een sneltrein, maar wisselen nog slechts aan één station uit, te Pont-sur-Seine (Aube). De wisselpost ligt 700 meter voorbij dit station. Uit voorzorg is op 57 meter vóór de aankomst aan de vaste toestellen een paal geplaatst met een geel en zwart geverfd bord, om den machinist, den stoker en de spoorbeambten te waarschuwen. Verder is een afsluitdraad gespannen 280 metr voor en even veel meter voorbij de toestellen; aan de einden van dien draad staat een paal met het volgende opschrift: "Het is ten strengste verboden tusschen den spoorweg en de kleine afsluiting te loopen." Eindelijk is het postrijtuig onmiddellijk geplaatst achter den tender, opdat de briefwisseling reeds geschied zij en de toestellen weder in den toestand van rust gekomen zijn als de andere waggons den wisselpost voorbijgaan, en bovendien is het aan de conducteurs verboden op de loopplanken der rijtuigen te komen tusschen het voorafgaande en het volgende station.
   Dat het vraagstuk door iedereen nog niet als hiermede opgelost beschouwd wordt, blijkt ons uit een nieuwen voorslag, die in Scientific American voorkomt. De voorgesttelde inrichting is daar zoo verbazend eenvoudig, in vergelijking met de hierboven beschrevene, dat zij verreweg de voorkeur zou verdienen, als het blijken mocht, dat zij in deugdelijkheid niet of slechts weinig bij deze ten anderen stond.

   Een vaste haak aan een paal op den weg (fig. 3) draagt op een korten afstand van den trein den brievenzak, dien de beambte in het postrijtuig onder het rijden moet pakken. Daartoe bevindt zich een beweegbare haak aan een as in het portier van het rijtuig. Deze haak kan om die as worden gedraaid door middel van een kruk, die de beambte hanteert. Als de zak bij den lederen riem gegrepen is, heeft de beambte slechts een kleine draaiing te geven aan den haak om den zak mede te voeren. Om den brievenzak af te geven, is het voldoende een omgekeerde beweging te maken; in dit geval is de zak geplaatst op den voorsten arm van den bewegelijken haak, terwijl de vaste haak op den weg gericht is naar het achtergedeelte van den trein. De bijgaande figuur stelt den postbeambte voor op het oogenblik, dat hij den brievenzak grijpt, die aan den weg hangt; hij staat op het punt om den beweegbaren haak te draaien en den zak van den vasten haak te verwijderen, ten einde hem daarna met de hand van den beweegbaren haak in het rijtuig te nemen. Fig. 3. Nieuwe Amerikaansche toestel voor het opnemen en afgeven van brievenzakken bij doorloopende treinen. Fig. 3. Nieuwe Amerikaansche toestel voor het opnemen en afgeven van brievenzakken bij doorloopende treinen.

   Het is echter te vreezen, dat bij deze eenvoudige inrichting te veel aan de handigheid van den postbeambte wordt overgelaten.
H.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline