Pomp zonder zuiger


← overzicht
Inhoud
Start
Een pomp zonder zuiger.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Maart 1885 - 5e jaargang


   Onze gewone zuigpompen zijn zoo eenvoudig saamgested, dat we, niet beter wetende, zouden meenen, dat het niet eenvoudiger kan.
   Toch kent men reeds lang, om water of eenige andere vloeistof op te pompen, een inrichting, die het in eenvoud nog van de zuigpomp wint.

Fig. I. Pomp zonder zuiger, met klep van onderen.
Fig. II. Idem, met klep van boven.
Fig. III. Glazen buis, met den vinger als klep.
     Om haar te zien, neme men een glazen buis van één meter lengte bijv. en zoo wijd, dat men een van de beide opene einden met den vinger goed kan afsluiten. Men steekt deze buis eenige centimeters diep in een vat met water (fig. III). Als de buis van boven nog niet met den vinger gesloten is, zal het water in de buis tot dezelfde hoogte staan als in het vat buiten de buis. Nu sluit men de buis van boven, door den vinger los op de opening te leggen, en bewege haar snel een paar centimeter op en neer, daarbij zorg dragende, dat men haar niet geheel uit het water tilt. Men voelt bij elke neerwaartsche beweging de lucht uit de buis ontsnappen en ziet het water in de buis opstijgen en al spoedig tusschen den vinger en de opening door, met kracht ontwijken.

   Als men deze proef voor de eerste maal neemt, staat men verbaasd over de werking, ofschoon haar verklaring zeer gemakkelijk is.
   Bij het eerste neerdrukken van de buis in het water, terwil zij van boven gesloten is, zal de lucht boven het water in de buis worden samengeperst; daar echter de vinger slechts met een zachte drukking de opening sluit, kan de saamgeperste lucht bij den vinger ontsnappen en stijgt dus het water in de buis. Haalt men haar dan snel naar boven, en sluit de vinger bij deze beweging de lucht goed af, dan blijft het water tot bijna dezelfde hoogte in de buis staan. Drukt men de buis voor de tweede maal snel naar beneden, dan kan de waterzuil deze beweging zoo snel niet volgen en wordt dus de lucht boven haar opnieuw samengeperst en bij den vinger uitgedreven, zoodat de zuil al weder hooger in de buis opgeheven blijft staan. Na elke beweging zal de waterzuil tot zoodanige hoogte zijn gestegen, dat zij met de nog ingebleven lucht een drukking uitoefent gelijk aan die van den dampkring, en zal dus ook op deze wiijze het water nooit hooger dan tot ruim 10 metr kunnen worden opgevoerd. Door het achtereenvolgend ontwijken van de lucht uit de buis, zal deze spoedig geheel met water gevuld zijn; daarna wordt bij elke volgende neerwaartsche beweging een zekere hoeveelheid water met kracht uitgespoten. De vinger vervult hier, vooral zoodra hij nat is, vrij wel de rol van een klep; bij het snel naar beneden bewegen, drukt hij automatisch lichter tegen de opening dan bij het ophalen.
   De werking zal evenwel met een werkelijke klep regelmatiger kunnen geschieden; de klep kan onder of boven aan de buis aangebracht worden en moet in elk geval naar boven opengegaan (fig. I en II). Zij kan op het eenvoudigst bestaan uit een stukje nat handschoenleer, hetwelk door een kromme speld en een koperdraadje (fig. II), aan een doorboorden stop zoo wordt verbonden, dat het de opening in den stop bij de opgaande beweging sluiten kan en bij de neergaande slechts weinig wordt opgetild. Men heeft dan, om te pompen, niet anders te doen dan de buis in het water snel op en neer te bewegen.
   In een Duitsch leerboek der natuurkunde door J.T. Mayer, uit het begin dezer eeuw, werd het beginsel dezer pomp het eerst aangegeven; in Duitschland is zij daarom bekend onder den naam van Mayer'sche pomp. De Franschen noemen haar de Chineesche pomp. Hachette liet voor de Polytechnische school te Parijs een model vervaardigen; dit bestaat uit een buis, die van onderen een klep heeft en van boven in verbinding staat met een windketel, om evenals bij vele gewone zuigpompen een voortdurende uitstrooming te verkrijgen. De buis, aan twee kettingen hangende, is in het midden aan een dwarsbalk verbonden, waar mede zij vertikaal, op en neer kan glijden. De beweging geschiedt geschiedt door middel van een hefboom.
   In weerwil van haar eenvoudigheid heeft deze pomp in de praktijk weinig of geen toepassing gevonden. Zij is gebleven, wat zij oorspronkelijk was, een eenvoudige toestel, waarmede een aardige natuurkundige proef kan genomen worden.
   Slechts een beperkte toepassing van haar beginsel is door Molard voorgeslagen: de korte arm van een hevel wordt van onderen door een klep gesloten en dan in de vloeistof, welke men wil overhevelen, op en neer bewogen, waardoor de hevel zich vult, tot dat de vloeistof door den langen arm kan blijven uitstroomen.
H.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline