|
|
De physiograaf, een nieuwe lichte kamer voor het teekenen naar de natuur.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 November 1885 - 5e jaargang |
De camera lucida of lichte kamer is een toestel, waarmede iedereen naar de natuur kan teekenen. Gewoonlijk wordt zij gebruikt om de beelden af te teekenen van voorwerpen, welke met den mikroskoop beschouwd worden.
Haar naam is niet erg duidelijk; want zij bestaat nooit uit een afgesloten ruimte of kamer, gelijk de camera obscura of donkere kamer; alleen omdat zij evenals deze beelden geeft, welke men gemakkelijk kan afteekenen, heeft men haar los weg lichte kamer genoemd.
De eenvoudigste camera lucida bestaat uit een glasplaat, die onder een hoek van 45 graden helt ten opzichte van de invallende lichtstralen.
Ziet men in vertikale richting door een zoodanige plaat heen, dan kan men van voorwerpen, welke in horizontale richting voor de plaat staan, de beelden zien op een blad papier, dat horizontaal onder de plaat ligt; daar de teekenaar aan de tegenovergestelde zijde van de plaat moet staan om de invallende lichtstralen niet te onderscheppen, ziet hij een omgekeerd beeld van het voorwerp.
Wordt zulk een glasplaat op den mikroskoop geplaatst, dan ziet men door de plaat heen het beeld in den mikroskoop, terwijl de teekenstift door terugkaatsing kan gezien worden. Men heeft dan echter het lastige bezwaar, dat de punt van de teekenstift zich in een tegenovergestelden zin schijnt te bewegen als werkellijk het geval is.
Wollaston was de eerste, die van een tweemalige terugkaatsing gebruik maakte, om een recht beeld te verkrijgen; hij bediende zich daartoe van een glazen prisma, waarbinnen de lichtstralen tweemaal totaal teruggekaatst worden.
Een andere lichte kamer, van Sömmering, is niet veel minder eenvoudig. Het beeld in den mikroskoop ziet men door terugkaatsing in een rond gepolijst stalen spiegeltje, dat kleiner is dan de pupil van het oog; de lichtstralen van het papier en van de punt der teekenstift vallen om dit spiegeltje heen rechtstreeks in het oog, zoodat weder het beeld en de punt der stift op dezelfde plaats van het papier kunnen gezien worden. Om een sterker verlicht beeld te verkrijgen, heeft men het spiegeltje vervangen door een grooteren spiegel en daarin een opening gemaakt, kleiner dan de pupil om rechtstreeks in den mikroskoop te zien, terwijl men met den hellenden spiegel de punt der teekenstift weder door terugkaatsing ziet. Men heeft dan echter weder met het bovengenoemde bezwaar te kampen.
Door Amici, Nachet en anderen werden onderscheidene wijzigingen bedacht, tot gemak van den mikroskopist, welke alle met voordeelen ook een schaduwzijde bezitten.
De nieuwste van deze wijzigingen is die van de H.H. Delapierre en Ch. Vesque. Zij noemen hun toestel physiograaf.
In navolging van Wollaston maken ook zij gebruik van een tweemalige terugkaatsing, ten einde een recht beeld te verkrijgen, maar in plaats van een prisma, nemen zij twee zeer dunne verzilverde glasplaatjes.
Aan het gebruik van glazen spiegels was tot dusver het bezwaar verbonden, dat men van een zelfde voorwerp twee beelden zag en dus bij het gebruik van een tweemalige terugkaatsing met twee spiegels vier beelden zou zien, welke niet geheel samenvallen, hetgeen aan de scherpte van het eigenlijke beeld afbreuk moest doen.
Delapierre en Vesque vermijden dit gebrek, door zich te bedienen van de zeer dunne glasplaatjes, welke bij de mikroskopisten reeds in gebruik zijn. De twee beelden, door de terugkaatsing op de voor- en achtervlakte van een glasplaat gevormd, wijken des te minder uiteen, naarmate de plaat dunner is, zoodat bij een zeer dunne plaat de vorming van twee beelden bijna niet meer merkbaar is. |
Fig. 2. De terugkaatsing der lichtstralen op de beide spiegeltjes. |
De nieuwe camera lucida bestaat alzoo uit twee kleine, aan een zijde verzilverde, glazen plaatjes. Het eene AO (fig. 2) ontvangt bijv. een horizontalen lichtstraal MN, die onder een even grooten hoek als waaronder hij is ingevallen, wordt teruggekaatst volgens NP; bij P valt hij op het tweede spiegeltje OB en dit kaatst hem terug volgens de vertikale richting PQ, zoodat het oog in Q geplaatst den horizontaal invallenden straal in vertikale richting ontvangt, en dus in O' een beeld zal kunnen zien van een voorwerp, dat in horizontale richting voor de spiegeltjes staat. Maakt het spiegeltje AO met de horizontale richting een hoek alpha=22½ graad, dan is de rechthoekige driehoek MO'P gelijkbeenig en moeten dus de spiegeltjes met elkaar een hoek NOP maken, die 180-45=135 graden bedraagt. |
Om nu het beeld in O' te kunnen afteekenen, moet men ook de punt der teekenstift daar kunnen zien. Hiertoe bevindt zich boven P een schermpje met een opening, ter grootte van de pupil, zoodat de helft van de pupil het teruggekaatste beeld kan opvangen en de andere helft de rechtstreeksche stralen van de punt der teekenstift.
Evenals Sömmering hadden zij de spiegeltjes kleiner kunnen nemen dan de pupil; het oog zou dan tegelijkertijd in het spiegeltje het teruggekaatste beeld en daaromheen de punt der stift kunnen zien, maar dan geven de spiegeltjes een te klein veld als het oog niet vlak daarboven ligt.
Men heeft getracht tusschen de beide spiegeltjes een spleetopening te laten, waardoor de teekenstift zou kunnen gezien worden, maar dan werd de toestel met zijn dunne plaatjes te broos.
Ook zou men het spiegeltje OB onverzilverd hebben kunnen laten om de stift daardoor heen rechtstreeks te kunnen zien, terwijl toch de stralen van het beeld door dit spiegeltje werden teruggekaatst, maar op die wijze werd het beeld te zwak verlicht bevonden. |
In fig. 1 ziet men, hoe de toestel gebruikt kan worden. Aan een standaard op voet is een horizontaal staafje verbonden, dat aan het eene einde van een opening is voorzien, waarin de spiegeltjes zijn bevestigd. In vertikale richting door deze opening ziende, zal men op een papier naast de punt der teekenstift het beeld kunnen waarnemen van een voorwerp, dat zich in horizontale richting vóór den toestel bevindt. Het vertikale buisje kan in- en uitgeschoven worden om den gewenschten afstand boven het papier te verkrijgen en het horizontale kan worden omgeslagen, zoodat de geheele toestel gemakkelijk geborgen kan worden.
Doordien de zilvervlakken gepolijst zijn, moeten de verkregen beelden goed verlicht en scherp wezen. |
Fig. 1. Gebruik van den physiograaf |
H. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
↑ |
|