Panama [II]


← overzicht
Inhoud
Start
De doorgraving der landengte van Panama [II].
(Vervolg en slot van blz. 202).

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 September 1885 - 5e jaargang


   Bestaat er kans, dat reeds in 1888 het kanaal van Panama zal geopend worden? Om deze vraag te beantwoorden, heeft Maxime Hélène een bescvhouwing gegeven, van welke het eerste gedeelte den hoofdzakelijken inhoud vormde van het opstel, dat we onlangs aan de doorgraving der landengte van Panama gewijd hebben. We kunnen nu het vervolg van die beschouwingen geven, waarmede onze lezers zich een oordeel zullen kunnen vormen over de meerdere of mindere waarschijnlijkheid, dat dit reuzenwerk binnen het eerstvolgend drietal jaren genoegzaam voltooid zal zijn, om door alle zeevarende natiën in gebruik genomen te kunnen worden.
   Het geheele werk vordert een verplaatsing van 100 millioen kub. meter rots van verschillende soort en de tegenwoordige staat van werkzaamheden is deze, dat met onderscheidene ondernemers contracten zijn gesloten, volgens welke zij 70 millioen kub. meter op achtereenvolgende tijdstippen in 1885, '86 en '87 zullen moeten opleveren. De nog overblijvende 30 millioen kub. meter zullen moeten weggevoerd door diezelfde ondernemers na het afloopen hunner tegenwoordige contracten, of door nieuwe ondernemingen, die echter evenals haar voorgangers haar werken op bepaalde tijden zullen moeten voltooid hebben. De gemakkelijk op te maken vergelijking tusschen de hoeveelheid werk, die reeds in handen van de ondernemers is en den hun toegestanen tijd om aan hun verbindtenissen te voldoen, met het gedeelte van het kanaal, dat nog niet werd aanbesteed, bewijst, volgens onzen schrijver, voldoende de mogelijkheid, dat men in den loop van 1888 het kanaal aan de scheepvaart zal kunnen overgeven.

   Het zoo eenvoudige program, dus gaat hij voort, dat bij de invoering van dit ontzaggelijk werk wordt toegepast, kan eerst worden opgemaakt na een langdurige, moeielijke periode van betrekkelijke rust, een periode van angstvallige studie, van oprichting van werkplaatsen, van algemeene voorbereiding en schikking, een soort van wapenschouwing alvorens vastberaden op te trekken. Ieder, die op de werkplaatsen van groote publieke werken verkeerd heeft, weet inderdaad, dat de belangrijkste periode van het volbrengen dezer werken de installatie-periode is, welke de studie van het noodige materiëel, de bestelling, de ontvangst, het onderzoek, het opstellen der machines, enz. omvat. Eerst wanneer al het voorbereidingswerk is afgeloopen, als de machines, de leidingen, wegen, enz. beproefd en gelegd zijn, kan de arbeid met ernst worden ondernomen en zullen de vorderingen merkbaar worden; al wat vooraf gedaan werd, kon slechts onvolledige uitkomsten opleveren.

   Om een voorbeeld te geven, waaruit de afscheiding blijkt, die tusschen de zoogenaamde installatie-periode en die der eigenlijke uitvoering moet gemaakt worden, herinneren we, dat bij het groote werk van den Gothard-tunnel, in September 1872 aan den ondernemer Louis Favre overgegeven, met het mechanisch doorboren eerst ernstig kon begonnen worden in de eerste dagen van 1874, nadat de luchtdruktoestellen Colladon aan de beide einden van den tunnel waren opgesteld. De installatie-periode heeft daar dus over de 15 maanden geduurd. Gedurende deze eerste periode, toen het doorboren nog uit de hand geschiedde, bleven de maandelijksche vorderingen beneden 50 meter, met een voorlopige mechanische werking stegen ze ternauwernood tot 100 meter, maar gedurende de werkelijke periode van uitvoering bedroegen de maandelijksche vorderingen beneden 50 meter, met een voorloopige mechanische werking stegen ze ternauwernood tot 100 meter, maar gedurende de werkeijke periode van uitvoering bedroegen de maandelijksche vorderingen zelfs 250 m.

   Indien nu de Gothard-tunnel en zoo alle groote publieke werken, waarbij het in de eerste plaats op de snelheid van uitvoering aankomt, zulk een installatie-periode moesten doorworstelen, een tijd, dikwijls van langeren duur dan geacht werd voor het gansche werk noodig te zullen wezen, hoe zal het dan wel zijn met een reuzenwerk als dat in Panama, hetwelk een tienmaal grooter kapitaal verslindt dan de tunnel der Alpen, en uitgevoerd wordt in streken, die men vooraf heeft moeten bevrijden van den weelderigsten tropischen plantengroei, streken ver van elk middelpunt van nijverheid verwijderd en door onmetelijke afstanden van de werkplaatsen der oude en nieuwe wereld gescheiden.
   Indien men zich de geheel bijzondere toestanden voor den geest roept, waarin het personeel heeft moeten verkeeren om deze installatie-periode voor te bereiden, om op de landengte het uitgebreide materiëel te brengen, 't welk daar thans in gebruik is, als bagger- en graafmachines, locomotieven, waggons, toestellen voor het laden en ontladen, de duizende middelen voor een 20000-tal werklieden ter beschutting voor den dikwijls onverdragelijken, tropischen hemel en tot een onderhoud dezer gansche kolonie, dat in overeenstemming is met den van haar verlangden arbeid, eindelijk en vooral om die kolossale machinerie, met haar georganiseerd zoowel als stoffelijk raderwerk, geregeld en kalm in beweging te houden - dan moet men erkennen, dat er reeds een groot werk verricht is om tot het einde der voorloopige periode te geraken, zoodat de voltooiing van het werk welhaast kan worden tegemoet gezien.

   Volgens het oordeel van alle bevoegde personen, die de landengte bezochten, mag men de installatieperiode, welke nu geëindigd is, met het oog op de door haar te verkrijgen uitkomsten gelijk stellen met de helft van hetgeen voor de voltooiing van het werk gevorderd wordt.
   Dezelfde methode werd immers ook met goeden uitslag bij het kanaal van Suez toegepast, waar op de 70 millioen te vervoeren kub. meter, de 50 laatste in twee jaren werden verwerkt, toen eindelijk alle werktuigen in gang waren.
   Zeventig millioen kub. meter zijn dus tegenwoordig aan de graaf- en baggermachines van 21 groote ondernemingen overgegeven. Achttien millioen, van welke intusschen reeds ongeveer tien aan het einde van het vorige jaar werden opgeleverd, moeten 1º Augustus van dit jaar verwerkt zijn, anderhalf millioen in Juni en dertien millioen in October '86. De overige 37 millioen omvatten de beide einden van het kanaal, te Colon en te Panama, dus de gemakkelijke lagere deelen.
   De genoemde 21 ondernemingen vertegenwoordigen een uitgaaf van ongeveer 240 nillioen francs, van welke 65 aan Fransche, 55 aan Amerikaansche, 20 aan Italiaansche, Zwitsersche, Zweedsche en Inlandsche ondernemers en 90 aan een Engelsch-Hollandsche maatschappij. Schier alle natiën werken aldus samen tot de voltooiing van dit nieuwe wereldkanaal.
   Onder de 65 millioen francs, aan de Fransche ondernemingen toegewezen, is begrepen de aannemingssom van de doorgraving bij Emperador; de 90 millioen der Eng-Hollandsche onderneming gelden de dertien millioen kub. meter van de groote doorgraving van de Culebra. De geheele landengte is dus zoowel op haar bergachtig als op haar vlak terrein over haar geheele breedte in bewerking genomen.

Fig. 1. De werkplaats van Emperador op de landengte van Panama.
Fig. 1. De werkplaats van Emperador op de landengte van Panama.


   De werkplaats van Emperador, van welke de bijgaande groote gravure een der punten voorstelt, ontleent haar naam aan een vrij groot dorp, gelegen op de Atlantische helling van de Culebra, ongeveer op 51 kilometer van Colon. Emperador is het middelpunt van een afdeeling der groote doorgraving, tusschen de afdeeling van Obispo, aan den voet dezer helling, en de afdeeling van Culebra, op den kam der Colodilleras. Het kaartje in fig. 1 toont, dat de afdeeling van Emperador binnen een uitgestrektheid van 6 kilometer een centraal bergachtig gedeelte bevat, waarin zich verschillende hoogten als de Lapita, de Cerrito en de Campement verheffen; op een dezer rotsachtig terreinen staan de graafmachines, in fig. 3 werkend voorgesteld.

Fig. 3. Gezicht op een der punten van de werkplaatsen van Emperador.
Fig. 3. Gezicht op een der punten van de werkplaatsen van Emperador (naar een fotografie).
Klik op de afbeelding voor een vergroting [444 Kb]

   Evenals alle sectiën zijn de werkplaatsen van Emperador met den spoorweg van Colon naar Panama verbonden. Zij zijn ook verbonden met de werkplaatsen der groote afdamming, waar de treinen met wagentjes, door locomotieven voortgetrokken, de rotsstukken heenvoeren, welke den dam moeten vormen voor het water van den Chagres.
   De doorgraving van Emperador is op sommige punten 200 meter breed. De ondernemer van deze taak is de heer Jacquemin, die reeds te Suez zijn sporen verdiend heeft.

Fig. 2. De werkplaats van de Culebra op de landengte van Panama.
Fig. 2. De werkplaats van de Culebra op de landengte van Panama.

   Onmiddellijk na Emperador volgt de groote werkplaats van de Culebra en den cerro Irio zijn grootste breedte. Het kaartje in fig. 2 stelt het middelste gedeelte voor van de doorgraving der Culebra. De dertien millioen kub. meter van deze afdeeling zijn in handen van de Eng-Holl. onderneming Cutbill, Watson en van Hattum, die ook ons Noordzeekanaal gegraven heeft.
   Zooals reeds is medegedeeld, heeft deze onderneming zich verbonden om den bergrug de Culebra van zijn grootste hoogte van 120 meter tot 50 meter boven den waterspiegel van het kanaal in hoogstens twee jaren af te graven. Volgens een latere mededeeling is haar thans opgedragen om de geheele Culebra tot den bodem van het kanaal toe weg te ruimen; (de diepte van het kanaal is op 9 meter ontworpen beneden den gemiddelden waterstand in de beide oceanen, de breedte op den bodem 22 meter). Dit werk omvat nu ongeveer 22 millioen kub. meter en de aannemingssom is bij cpntract vastgesteld op 170 millioen francs. Bovendien wordt met dezelfde onderneming nog onderhandeld over de uitbreiding der werken, zijdelings vân de Culebra.

   Dat deze grootste onderneming, wat de werkkrachten aangaat, vooral een Hollandsche is, kan nog blijken uit het door de dagbladen onlangs medegedeelde bericht van het vertrek uit Nederland naar Panama van den hoofduitvoerder, den heer van Seters, met de ingenieurs W. v. Rees, J.E.H. Bakhuis en F.A. Target, benevens 7 opzichters en 13 spoorleggersbazen.

   Terwijl alzoo op de landengte zelf de werkzaamheden in vollen gang zijn, zullen aan de einden van het kanaal de havens tot het binnenkomen uit den Atlantischen en den Stillen Oceaan worden gebouwd. Een vlak vast terrein is reeds gemaakt met behulp van gruis uit de groeven van Kenuy's Bluff, in de nabijheid van de reede van Colon. Op dit terrein ontwikkelt zich een nieuwe stad, Christophel-Columbus, uit tal van magazijnen, werkplaatsen, bergplaatsen voor locomotieven, woningen voor het personeel, enz.
   De diepstgaande schepen kunnen hier laden en lossen aan een in zee uitstekende kade en zijn geheel tegen den wind beschut. Dit nieuwe Colon legt de grondslagen van een tweede Port-Saïd aan den Atlantischen Oceaan. Aan de zijde van den Stillen Oceaan biedt de aanleg eener eindhaven aan de Boca geenerlei technische bezwaren; een zeehaven, 100 meter breed, zal een wezenlijke voorhaven vormen, waar de schepen voorloopig zullen kunnen blijven liggen en welker linkeroever zal worden voorzien van ijzeren sporen, die aan den spoorweg sluiten. Reeds zijn 6 groote baggermachines aan de Boca in werking.
   De geheele landengte is verdeeld in drie secties: van Colon tot San-Pablo, van San-Pablo tot de Culebra en van de Culebra tot den Stillen Oceaan. De hoofdzetel van alle werkplaatsen is te Matachin, aan het begin der groote doorgraving; hier wordt al het materieel verzameld, hetwelk naar de onderscheidene werkplaatsen moet vervoerd worden of uit deze plaatsen wordt teruggezonden, om na herstelling den arbeid op nieuw te kunnen beginnen. De spoorweg over de landengte, tegenwoordig het eigendom der Maatschappij, begunstigt in hooge mate de onophoudelijke beweging van dit materieel, waarvan de regelmatige werking in de verschillende afdeelingen afhangt.

   Alles saamgevat, is op dit oogenblik meer dan twee derden van het kanaal in bewerking met de formeele verbintenis van de zijde der ondernemers om hun werk geheel voltooid op te leveren binnen tijdruimten, welke niet verder strekken dan het einde van '87. 't Tot stand komen van het kanaal is dus, volgens onzen schrijver, een in princiep opgelost vraagstuk; mochten de ondernemingen, die de praktische oplossing op zich genomen hebben, in gebreke blijven, de Maatschappij heeft een voldoend materiëel in voorraad, opdat de ingenieurs op een gegeven oogenblik de onderneming, welkemocht verzwakken, zouden kunnen vervangen of te hulp komen. Alle contracten bevatten een clausule, volgens welke de directeur-generaal der werken het recht heeft om met zijn eigen machines en zijn eigen personeel tusschen beiden te komen, zoodra eenig onderdeel niet binnen den bepaalden termijn voltooid mocht wezen.

   Ook het verslag, door den heer de Lesseps in de laatste vergadering van aandeelhouders te Parijs uitgebracht, omtrent den staat der werkzaamheden op de landengte, luidde zeer gunstig. Uit het verslag van den directeur-generaal werden de volgende woorden aangehaald: "Al hadden wij eerst op 1 Januari '85 een aanvang gemaakt met de droge uitgraving en al werd eerst op 1 Januari '86 met het baggerwerk begonnen dan zou het kanaal nog den 1 Januari '88 gereed zijn. Ten einde echter tegen alle mogelijke ongevallen gewapend te zijn, werd het werk der uitgraving vóór 1 Jan. '85 uitgevoerd en zal de uitbaggering geschieden vóór 1 Jan. '86.
   De heer de Lesseps verzekerde ook, dat zonder eenigen twijfel de helft van het werk reeds volbracht is. De geregelde voortgang van het werk en zijn voltooiing in '88 zouden het beste antwoord wezen aan de tegenstanders van het kanaal.
   Met het oog op de kleine teleurstellingen, die plaats gehad hebben, merkte hij op, dat alleen groote onnoozelheid zich kon verbeelden, dat zulk een reusachtig werk zonder eenigen tegenspoed volbracht kon worden, en dat de uitvoering van elk onderdeel zich liet regelen alsof het een uurwerk ware. Tot op dit oogenblik heeft men nog geen enkele fout begaan, die aan de Maatschappij een noemenswaardig verlies heeft berokkend, en geen ernstige ramp is voorgekomen.

   Terwijl in Jan. van dit jaar 550,000 kub. meter werden uitgegraven, bedroeg dit in Mei reeds 795,000.
   In April '84 waren er 17,880, in October 20,368 man aan den arbeid; sedert dien tijd is dit aantal ongeveer hetzelfde gebleven.Wat de sterfte betreft: van 1 April '84 tot 31 Maart '85 overleden 1143 personen, onder wie 328 Europeanen; het cijfer der overledenen steeg van 59 in April '84 (9 Europeanen) tot 163 (42 Europeanen) in October, maar het daalde toen weder tot 49 (21 Europeanen ) in Maart '85.
   Omtrent den opstand, die in Mei l.l. te Panama en te Colon uitbrak, deelde de heer de Lesseps mede, dat deze weinig verlies aan de Maatschappij berokkende. Aan de Culebra, waar het oproer het ergst was, kwam het verlies voor rekening van den ondernemer.
   Het totale bedrag der onkosten van de doorgraving, zooals deze thans definitief ontworpen is, beloopt 700 millioen francs; hierbij zijn echter nog de kosten van beheer te voegen en de rente op het aanlegkapitaal uitbetaald. Het internationale congres begrootte eertijds de uitgaven voor het tot stand brengen van het kanaal op 1070 millioen francs, maar de Maatschappij kocht ook den Panama-spoorweg aan, benevens terreinen in de nabijheid van Colon en Panama, zoodat zij een nieuwe leening zal moeten sluiten tot dekking van die uitgaven, welke niet op de oorspronkelijke begrooting voorkomen.

   Met het oog op deze gebeurtenis moge wellicht het laatste jaarverslag wat te gunstig gekleurd zijn, toch meenen we hieruit en uit hetgeen ons door den heer Maxime Hélène werd medegedeeld, te mogen besluiten, dat zonder niet te voorziene gebeurtenissen, zoo al niet in '88, dan toch slechts weinige jaren later, het kanaal van Panama geopend zal worden en daarmede het tweede reuzenwerk dezer eeuw volbracht zal wezen.
   Gaarne zal iedereen den reeds bejaarden ontwerper van beide werken toewenschen, dat hij ook van dit werk nog even gunstige uitkomsten moge beleven als van het kanaal van Suez, welks aandeelen thans reeds tot het viervoudige hunner oorspronkelijke waarde gestegen zijn.
   Welken invloed het kanaal van Panama, eenmaal voltooid, op het wereldverkeer oefenen zal, is niet met zekerheid vooraf te bepalen, maar dat deze groot zal moeten wezen, kan iedereen voorspellen, die met de wereldkaart voor zich, de aanzienlijke verkortingen nagaat, welke vele groote handelswegen, door het volgen van het kanaal, zullen ondergaan.

H.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline