Panama [I]


← overzicht
Inhoud
Start
De doorgraving der landengte van Panama [I].

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Juli 1885 - 5e jaargang


   Er is geen grootscher werk in deze, ja in alle eeuwen ondernomen, dat meer de algemeene belangstelling verdient, dan de doorgraving der landengte van Panama, het reuzenwerk, waarmede sedert eenige weinige jaren duizende handen bezig zijn. De omvang, de aard en het groote belang van dezen arbeid zijn reeds in ons tijdschrift geschetst1, zoodat we mogen veronderstellen, dat onze lezers daarmede bekend zijn, maar nu ook wel zullen willen vernemen, hoever op dit oogenblik de werkzaamheden gevorderd zijn. Met een schets van den bekwamen schrijver van Les nouvelles routes du globe, Maxime Hélène, als gids, zijn we in staat aan dien wensch te voldoen. Een voorafgaande vluchtige herinnering zal misschien niet overbodig zijn om ons de grootschheid van het werk weder duidelijk voor den geest te roepen.
   Gelijk men weet, is het de bedoeling der ondernemers, met den onmisbaren Ferdinand de Lesseps aan het hoofd, een kanaal te graven door de landengte van Panama, de smalle strook lands, die Noord- en Zuid-Amerika vereenigt, ten einde voor de scheepvaart van den Atlantischen Oceaan naar de Stille Zee en omgekeerd een veel korteren weg te banen.

Fig. 1. Stand der werkzaamheden aan het kanaal door de landengte van Panama.
Fig. 1. Stand der werkzaamheden aan het kanaal door de landengte van Panama.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.

   Volgens het aangenomen plan van Wyse en Reclus zal dit kanaal (zie het bijgevoegde kaartje, fig. 1) van Colon aan den Atlantischen Oceaan loopen tot Panama aan den Stillen Oceaan. tusschen deze beide plaatsen is reeds eenige jaren geleden door een Amerikaansche maatschappij een spoorweg gebouwd en het ontworpen kanaal zal bijna over zijn geheele lengte dezen spoorweg volgen.
   Het neemt een aanvang in de baai van Limon en bereikt 9 kilometer verder bij de dorpen Chagres en Gatun, de rivier de Chagres, die het voorts op onderscheidene plaatsen doorsnijdt tot Matachin, waar het de genoemde rivier verlaat; van hier loopt het kanaal door het dal van den Obispo, een riviertje, dat op den bergrug de Culebra ontspringt, daarna doorsnijdt het dezen bergrug, een voortzetting van de Cordilleras de los Andes, volgt dan het stroomgebied van den Rio Grande en eindigt in de golf van Panama, waar het om de gewenschte diepte te kunnen verkrijgen, een eind in zee moet worden verlengd.

   De lengte van het kanaal is 73 kilometer, de breedte op den bodem zal minstens 22 meter bedragen en de diepte 8.5 meter bij laag water; in de losse gronden zal de breedte op de waterlijn tot 56 meter beloopen; in de rotsen, waar de helling der oevers slechts gering kan zijn, zullen houten betimmeringen worden aangebracht, om hetschuren der schepen langs de rotsen te voorkomen. Op bepaalde afstanden zullen evenals in het kanaal van Suez verbreedingen worden gemaakt; in de gewone terreinen zullen deze stations op 10 kilometer, in de rotsachtige op 5 tot 6 kilometer afstands van elkaar verwijderd zijn. Deze stations zullen een lengte hebben van 500 meter en een breedte van 44 tot 64 meter.
   Als de grootste moeielijkheden zijn reeds van het begin af geacht, in de eerste plaats, het doorgraven van de Culebra, over een lengte van 16 kilometer en in de tweede plaats, de afdamming van de Chagres, tusschen Matachin en Cruces, welke rivier in den regentijd geweldig zwelt en aan beide zijden buiten haar oevers treedt; van dit laatste werk alleen zijn de kosten op 40 millioen gulden geraamd. De raming voor het geheele kanaal brdraagt 346½ millioen gulden.

   Den 1en Januari 1880 werd de arbeid aangevangen; laat ons thans zien, wat in de verloopen jaren tot stand is gebracht.
   Een enkele blik op fig. 1 leert ons, dat een lange reeks van werkplaatsen, de smalle strook over de geheele lengte bedekken. Twintig duizend werklieden zijn voortdurend aan de Culebra bezig om daar de diepe voor van het kanaal uit te graven. Naast dit levend heir, een nog machtiger, ofschoon onbewust leger van kostbare werktuigen als graaf- en baggermachines, een menigte locomotieven, een 6000tal waggons, 200 kilometer rails, duizende karren, bergen steenkool, schuiten gevuld met dynamiet; de kaaien van Colon schijnen bezaaid met het reserve-arsenaal voor den grooten en beslissenden slag. Om zich een denkbeeld te vormen van de verbazende voorbereidingsmiddelen, welke noodig waren om het eigenlijke werk te kunnen beginnen, heeft men slechts de veertiendaagsche berichten te lezen, die de Maatschappij uitgeeft.

   Zoowel thans als vroeger is de aandacht hoofdzakelijk gevestigd op twee ounten: de plaats, waar men bezig is met het doorboren van de Culebra, waar het houweel tot 120 meter diepte in de kern der Cordilleras moet dringen - en de afdamming van de Chagres te Gamboa. Wat het eerste werk betreft, zijn de voorloopige inzichten bevestigd; de bergmassa, welke het kanaal zal doorboren, bestaat grootendeels uit half-harde rotssoorten; de voortgezette peilingen met de diamantboor hebben geleerd, dat de rotsen tot op een aanmerkelijke diepte uit nagenoeg horizontale lagen leisteen bestaan. Ongetwijfeld zal men mijnen moeten laten springen in de Culebra en zelfs in tot dusver ongehoorde afmetingen, maar de tijd en de kosten voor het gansche werk geraamd, zullen waarschijnlijk niet veel overschreden worden. Wat de mogelijkheid zelf betreft van de snelle doorgraving der Cordilleras, daarover bestaat niet de minste twijfel; het is een kwestie van doorboring, hetzij met behulp van mijnen voor de gewone ontploffngen, hetzij door putten, die aanzienlijker hoeveelheden ontploffingsmiddelen kunnen bevatten. Nu heeft deze mechanische wijze van graven tegenwoordig een volkomenheid bereikt, die niet licht zal overtroffen worden; het dynamiet, reeds zoovele jaren in gebruik, zal ook hier niet falen.

   Nog onlangs werden ten behoeve van de haven van Genua meer dan 20000 kubieke meter steen losgemaakt door de elektrische ontploffing van een enkele lading dynamiet van 5000 kilogram, geborgen in een voor dit doel geboorden put. Bij de Culebra zelfs zijn reeds 30000 kubiek meter rots door hetzelfde middel verplaatst. Het staat nu reeds vast, dat de bedding, die de beide zeeën zal verbinden, tot stand gebracht kan worden door de bestaande, betrekkelijk eenvoudige hulpmiddelen.
   Bij het begin der groote doorsnijding van de Culebra, op 6 kilometer van Emperador, vindt men de groote werkplaats voor de afdamming van de Chagres. De belangrijkheid van dit werk is in een der aangehaalde opstellen aangetoond.2

   Een wal van 7 millioen kubiek meter zal daar de 1000 millioen kubiek meter water tegenhouden, waarvan het niveau tijdens de sterkste wassing van den stroom zich tot 60 meter boven het watervlak van het kanaal kan verheffen. In de laatste voordracht door den directeur-generaal der kanaal-maatschappij, Dingler, voor de aandeelhouders gehouden, heeft deze het groote nut der afdamming van de Chagres uiteengezet. Door het tot stand komen van dit werk worden de overstromingen der rivier belet; de voor de scheepvaart nadeelige stroomingen, die het onstuimige water van de Chagres in het kanaal zouden veroorzaken, worden voorkomen; de aanslibbingen, die zich onvermijdelijk in den nieuwen zeeweg zouden gevormd hebben, zijn niet meer te duchten. Door den stroomloop van de Chagres en dien der naburige rios te regelen, verzekert de afdamming bij Gamboa den geregelden dienst van het kanaal en maakt zij den ongestoorden doortocht tusschen de beide Oceanen mogelijk.

   De wijze, waarop dit werk wordt uitgevoerd, in afmetingen, die in de jaarboeken der publieke werken zonder voorbeeld zijn, kenmerkt zich evenwel door een eenvoud, die des te beter den buitengewoon grootschen aard van het werk doet uitkomen. Als men in aanmerking neemt, dat de doorsnijdingen der Culebra, om en nabij Gamboa, aan de bergen 40 tot 50 millioen kub. meter rotsen zullen ontnemen en dat de afdamming van de Chagres er slechts 7 millioen vordert, ziet men al dadelijk, dat er geen afzonderlijke bewerking van steengroeven noodig zal zijn, en er, hoe verbazend groot het werk ook moge zijn, alleen een verplaatsing gevorderd wordt van het puin, dat aan den berg is ontnomen, naar de nabijzijnde plaats van den dam. Daarbij is de plaats van den dam zelf natuurlijk gevormd door de gunstige ligging van de stroombedding tusschen den berg Obispo en den berg Santa-Cruz, twee onbewegelijke muren, op 150 meter afstand van elkander verwijderd, tegen welke de voorzijde van den wal voor het bekken van een milliard kubiek meter water zal steunen. Daar achter zullen de 7 millioen kubiek meter rotsblokken, naarmate zij loskomen, worden uitgestort, en de afdamming is tot stand gebracht.

   Laat ons nog eens in bijzonderheden nagaan, hoedanig het groote werk is, dat bij Gamboa wordt uitgevoerd. De Chagres, wier bochtige loop op het kaartje (fig. 1) gezien wordt, is vooral als equatoriaalstroom onderhevig aan plotselinge en verbazend sterke aanwassen. In den winter kan zij tot 1600 kubiek meter water in de secunde voortdrijven, terwijl zij des zomers met 13 kubiek meter tevreden is.
   Hare zijrivieren, of rios, gedragen zich op dezelfde wijze: de Rio Trinidad, de Rio Gatuncillo stijgen des winters tot een waterdebiet van 400 kubiek meter.
   Het is niet mogelijk, deze onstuimige watermassa in het kanaal te doen uitstroomen, zonder de scheepvaart te benadeelen, hetzij door tegenstroomingen, hetzij door aanslibbingen.
   Het overtollige water, bij Gamboa verzameld, zal daarom worden afgeleid door groote tunnels of duikers, ter breedte van 8 tot 40 meter, die de verschillende deelen van de bedding der Chagres, welke aan denzelfden kant van den oever gelegen zijn, zullen verbinden, om dus het water naar zee te voeren. De kanaalbedding zelf zal geheel vrij blijven van dit afgeleid water, hetzij zooals bij de doorsnijdingen, door de taluds van dezr, hetzij in de lager gelegen strekem door middel van dijken, die wel spoedig door een krachtigen tropischen plantengroei zullen bedekt worden.

   Nu deze twee hoofdwerken op de beschreven wijze verzekerd zijn, is hun tot stand komen slechts een kwestie van tijd en deze is eigenlijk reeds opgelost door de contracten, welke de ondernemers dier werken hebben aangegaan. Men kan daarom volkomen gerust wezen omtrent den gang dier werken tot aan de toekomstige opening van het kanaal.
   Wat de verdere toekomst betreft, die de degeljkheid van het werk zal moeten toonen, stelt onze gids het grootste vertrouwen in de bekwaamheid der praktische mannen, die aan het hoofd staan. Zeker heeft het niet ontbroken aan tegenwerpingen. Toen, om er maar een te noemen, het publiek werd ingelicht aangaande de ongehorde, bijna ongelooflijke afmetingen van de hierboven beschreven ruimte bij Gamboa, die een geheel meer omvat, kwam er bezorgdheid aan den dag betreffende de mogelijke vulling van dit réservoir, door dezelfde aanslibbing, welke men bij het kanaal trachtte te voorkomen. En inderdaad voert de Chagres een aanzienlijke hoeveelheid slib aan, maar wat een hoofdstoornis zou geweest zijn in den zeeweg, is slechts een geheel bijkomende zaak bij de afdamming.
   De heer Dingler heeft berekend, dat de Chagres in duizend jaren in den vergaarbak niet meer dan 30 millioen kubiek meter slib kan aanvoeren. Dit is zeker een aardig cijfer, maar het verdwijnt toch bij vergelijking van het milliard, dat de bak kan bevatten. Een glas water in een vat wijn! En dan nog wordt dit eerst verkregen in duizend jaar! Men kan de bezorgdheid moeielijk verder drijven.

   De Culebra en de Chagres, langen tijd de donkere punten als het ware, zijn thans merkbaar opgeklaard. Behalve deze twee, zijn er nog 35 andere groote werkplaatsen, alle verbonden met den spoorweg van Colon naar Panama. Zij liggen blijkens het kaartje dicht genoeg bij elkander, om de lijn van werkzaamheden als onafgebroken te mogen beschouwen. Tot aan den 25sten kilometer ongeveer ontmoet men slechts baggermachines, eerst te Colon ten behoeve van de haven, vervolgens te Gatun, vanwaar zij zich bewegen naar de werkplaats te Pena-Blanca. Tot aan de vlakte van Panama telt men eindelijk meer dan 60 graafmachines; te Buhio-Soldado, waar het kanaal een hoogte van ongeveer 50 meter doorsnijdt; te Buena Vista, Tabernilla, San-Pablo, waar een draaibrug over het kanaal zal gebouwd worden ten behoeve van den spoorweg. Te Gorgona, snijdt het kanaal herhaalde malen de korte bochten van de Chagres. Van de nu volgende werkplaats, Matachin, zullen grootendeels de rotsblokken worden gehaald, die voor den dam zullen moeten dienen. Verderop ligt de werkplaats Gamboa, aan den voet van den Cerro Obispo, een der natuurlijke steunmuren van het afdammingswerk. Al deze plaatsen kunnen beschouwd worden als nog te liggen in het lage gedeelte van het kanaal, ofschoon zij hier en daar eenige van de hoofdketen afgezonderde bergmassaas doorklieven. Eerst bij de Corosita, aan den 45sten kilometer, begint de eigenlijke Cordilleras, en deze snijdt men over een lengte van 15 kilometer om daarna in het dal van den Rio-Grande te komen. Drie werkplaatsen zijn te Emperador en drie aan de Culebra; dit hoofdpunt is voor ons nog bijzonder belangrijk omdat daar een Nederlandsche aannemer3 met dito polderjongens gevestigd is, die aan het Amsterdamsche Noordzee-kanaal of elders in ons land hun sporen op een soortgelijk gebied verdiemd hebben. Vervolgens nog drie werkplaatsen te Paraiso en te Pedro-Miquel, waar de spoorweg weder den zeeweg zal kruisen. Dan komt men in de vlakte van Panama. Te Corosal, op den 60sten kilometer, zal de toegangshaven tot het kanaal, van de zijde der Stille Zee, worden aangelegd. De groote Amerikaansche baggermachines werken hier in de moerassige streken. De laatste werkplaats is aan den mond van den Rio-Grande, de Boca-Grande, waar een zeehaven van 100 meter breedte zal komen, als een voorhaven, die de schepen vóór hun komst in het bassin van Corosal zal opnemen.

Fig. 2. De graafmachine Osgood aan de Culebra. (Naar een fotografie)
Fig. 2. De graafmachine Osgood aan de Culebra. (Naar een fotografie)

   Onder het verbazend uitgebreide materiëel, op deze hoofdwerkplaatsen aanwezig, bekleeden de graaf- en baggermachines de eerste plaats. Van elk dezer werktuigen zien we een model in fig. 2 en fig. 3, een graafmachine, die aan de Culebra in werking is en een baggermachine te Gatun. De eerste neemt de te vervoeren rots- en aardblokken op in een bak van plaatijzer, van anderhalven kubiek meter inhoud, hangende aan een soort van hellenden kraanbalk, langs welken de kettingen door een stoomlier bewogen worden. Door middel van deze kettingen wordt de bak op en neer bewogen en een tweede stelsel van kettingen geeft hem een horizontale beweging. De genoemde hellende kraanbalk kan in verschillende richtingen gedraaid worden en den bak voor de ontlading in de waggons loodrecht boven den voor het vervoer aangelegden spporweg brengen. De behandeling van dit werktuig, dat ons aan de graafmachine herinnert, die velen onzer lezers op de koloniale tentoonstelling te Amsterdam hebben zien werken, is zoo eenvoudig, dat de bak een tot twee malen in de minuut kan gevuld en geledigd worden, zoodat ongeveer 1000 kubiek meter puin in een dag van 10 uren worden afgevoerd.

Fig. 3. De groote baggermachine te Gatun.
Fig. 3. De groote baggermachine te Gatun. (Naar een fotografie)

   De reusachtige baggermachine te Gatun in werking en eveneens van Amerikaansch maaksel, is niet minder merkwaardig; zij voert 16 bakken van een kubiek meter inhoud, waarmede 1000 kubiek meter in het uur worden uitgebaggerd.
   De beide afbeeldingen van deze werktuigen zijn naar een fotografie genomen.
   Het is duidelijk, dat deze twee werktuigen slechts een gering deel uitmaken van het raderwerk van het verbazend uitgebreide mechanisme, hetwelk daar tegenwoordig in volle werking is en dat niet zal stilhouden, voordat de kanaalbedding gereed is om de wateren der beide zeeën in zich op te nemen. Hoeveel jaren, vragen we met onzen gids, zullen deze machines, des daags onder de tropische zon, des nachts onder de schittering van de elektrische lampen, haar zware ketens van bakken nog voortrollen? Is het reeds mogelijk bij benadering den tijd te bepalen, waarin het reuzenwerk voltooid zal zijn, het oogenblik, waarop de Lesseps zijn tweeden triumf zal vieren? Zijn antwoord is, dat de vele deskundigen, die de landengte bezocht hebben, tot welke nationaliteit zij ook behooren, ons in hun meer of min uitvoerige rapporten verzekeren, dat hetgeen tot heden tusschen Colon en Panama verricht is, de helft van het gansche werk bedraagt, zoodat in 1888 de opening van het kanaal ka worden tegemoet gezien.
   Zoodra onze gids aan zijn belofte, om deze verzekering nader te ontwikkelen, zal hebben voldaan, hopen we van zijn verdere beschouwing kennis te nemen en ze onzen lezers mede te deelen.
H.
1 Zie "de Natuur", jaarg. 1883, blz. 65, 111 en 155.
2 Zie "de Natuur", jaarg. 1883, blz. 113.
3 De heer van Hattum.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline
→