Elektrisch licht


← overzicht
Inhoud
Start
Twee ongewone proeven met het elektrisch licht.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Februari 1885 - 5e jaargang


   De oorspronkelijke wijze, waarop vele Amerikanen gewoon zijn te handelen, als zij de belangstelling van het publiek willen wekken in zaken, die hun na aan het hart liggen, is algemeen bekend. Tal van zonderlinge advertenties in hun nieuwsbladen bewijzen, dat de Amerikanen op het gebied der réclame meesters zijn.
   Dat ook groote maatschappijen dáár, van geruchtmakende réclames niet afkeerig zijn, kunnen een paar gevallen getuigen, waarin het elektrisch licht als middel en, zoo we ons niet vergissen als doel tevens, de hoofdrol speelde. Beide zijn ontleend aan Scientific American.
   Op de elektrische tentoonstelling, in het vorig jaar te Philadelphia gehouden, was natuurlijk de Edison Electric Lighting Comp. uit New-York door een groot aantal toestellen voor de elektrische verlichting vertegenwoordigd.

Fig. 1. De elektrische neger op de Tentoonstelling te Philadelphia. Fig. 1. De elektrische neger op de
Tentoonstelling te Philadelphia.
   Om de aandacht der bezoekers te trekken, had deze Maatschappij de aardigheid verzonnen om haar adreskaarten te doen uitdeelen door een langen neger, die een helm droeg, waarop een Edison-gloeilamp was bevestigd (fig. 1, naar een afbeelding in Scientific American, maar door een Fransch teekenaar verfraaid.) De lamp op den helm was met twee geleiddraden verbonden, welke onder de kleeding verborgen waren en uitliepen op twee koperen platen onder de hielen der laarzen van den neger.
   In de omgeving van de plaats, waar de Maatschappij tentoonstelde, waren hier en daar koperen platen in den grond geslagen, die in geleidende verbinding waren met de polen der dynamo-machine, welke tot de verlichting diende.
   Als de neger met elken hiel op een dezer platen stond, kon hij door een onmerkbare beweging den stroom naar de lamp op zijn hoofd sluiten of afbreken, en dus de lamp plotseling doen ontbranden of uitdooven, zonder de handen noodig te hebben, waarmeê de kaarten werden rondgedeeld.

   Het is wel te begrijpen, dat verscheidene zenuwachtige menschen, gelijk het Amerikaansche weekblad vermeldt, verschrokken door de onverwachte verschijning van dit licht en dat ook de toeloop van nieuwsgierigen zoo groot was, dat de neger zich telkens moest verplaatsen, om de circulatie niet te stremmen.
   Als een verdere verbetering was men voornemens strooken koper onder een karpet te leggen en de hielen van scherpe punten te voorzien, zoodat de verlichting bij elkem stap kon plaats hebben, maar de tijd schijnt ontbroken te hebben, om deze verbetering aan te brengen.
   Volgens het genoemde tijdschrift werd deze grap door sommige landlieden in ernst opgenomen en vroegen zij naar de kosten van deze toepassing, daar dit juist iets was, wat zij noodig hadden, om het huis rond te loopen.

   Een tweede réclame voor het elektrisch licht van dezelfde Maatschappij werd op een veel grooter schaal te New-York zelf gemaakt. Het was een proef met de elekrtische verlichting, welke ook uit een wetenschappelijk oogpunt niet zonder belang was, daar zij toonde, dat een volledig uitgeruste installatie voor een dergelijke verlichting, in volle werking, geheel kan verplaatst worden, zonder dat de stroom wordt afgebroken of de lampen aan eenige lichtverzwakkng zijn blootgesteld.
   Men weet, dat in Amerika tijdens de verkiezing van een nieuwen President door de voorstanders der verschillende candidaturen allerlei optochten gehouden worden, om mede te werken tot het slagen van den gewenschten candidaat.
   Ook de beambten der genoemde Maatschappij kozen bij de laatste verkiezing partij en hielden, om hun keuze te ondersteunen, in den avond van den 31 Oct. ll. met eenige andere partijgenooten, op eigen kosten, een optocht, zooals er nog geen had plaats gehad. De van ouds gebruikelijke toortsen, fakkels of lampions waren door elektrisch lichtende lampen vervangen.
Fig. 2. Een der deelnemers aan den optocht met elektrisch licht te New-York. Fig. 2. Een der deelnemers
aan den optocht met elektrisch licht te New-York. (Zie fig.3).


Fig. 3. Optocht met elektrisch licht, te New-York, 31 October 1884.
Fig. 3. Optocht met elektrisch licht, te New-York, 31 October 1884.
[Klik op de afbeelding voor een vergroting - 245 Kb]

   Op het voorste gedeelte van een grooten rolwagen (zie de gravure) stond een dynamo-machine van 200 ampères, daarachter een stoomwerktuig van 40 paardekracht.
   De beweegkracht werd door een drijfriem op de dynamo-machine overgebracht.
   Om zeker te zijn van een voldoende hoeveelheid stoom te kunnen maken, koos men de machine van een groote stoombrandspuit, weljer ketel ook in beweging een snelle stoomvormer is. Van den ketel naar de machine liepen twee buizen, de eene voor de toelating, de andere voor den uitlaat van den stoom. De laatste was voorzien van een driewegskraan, waarmede de stoom kon geleid worden naar de open lucht of naar den schoorsteen, om de trekking te vermeerderen.
   Achter de stoommachine volgden twee gewone waterbakken, te zamen bijna 4,5 kubiek meter water houdende en door buizen met de voedingspomp verbonden.
   Tusschen de waterbakken waren twee kolenwagens. De wagen met de dynamo- en de stoommachine werd getrokken door 6 paarden, voor elkaar gespannen enslechts bestuurd door de stem van den voerman.
   Op den vloer van den wagen was een stroomwisselaar geplaatst, van welken vier geïsoleerde koperdraden uitliepen, twee verbonden met een touw aan den eenen kant en de twee andere met een touw aan den anderen kant van den wagen. Dit touw, 400 meter lang, was de band, die de deelnemers aan den optocht vereenigde. Het vormde een gesloten rechthoek, in welks midden de voertuigen zich bevonden, omgeven door de mannen voor en achter.
   Op afstanden van 1,5 meter waren aan dit touw afleidingen gemaakt, van welke twee draden naar een lamp voerden, die op een helm was geplaatst, waarmede elke deelnemer getooid was. In fig. 2 is een der manschappen aan zulk een afleiding afzonderlijk voorgesteld. Elke lamp had een lichtsterkte van 16 candles. Ook naar elk paardentuig liepen draden voor twee lampen en aan den wagen bevonden zich nog 24 lampen. De aanvoerder van den optocht te paard, droeg een staf, gewapend met een licht van 200 candles.
   De geheele stoet, uit 250 man bestaande, voerde ongeveer 300 lampen mede.
   Het eerste en het laatste gedeelte van den tocht had zonder eenige stoornis plaats; het licht was krachtig en drong door tot in alle hoeken en stegen van de straten, welke men langs liep. Maar in het midden van den optocht overkwam een ongeval, waardoor alle lampen plotseling gedoofd werden. Het werd veroorzaakt door vuil uit de waterbakken, hetwelk de buis verstopte, die naar de pomp leidde.
   Toen deze buis was schoongemaakt, ging alles weer naar wensch.
   Gedurende twee uren trok de stoet onder een grooten toeloop van nieuwsgierigen door de voornaamste straten van New-York. Edison zelf was, naar men verzekert, aanwezig in een der rijtuigen, welke de machines volgden en werd door het volk luide toegejuicht.
   Het zal sommigen onzer lezers wellicht belang inboezemen te weten, wie der candidaten bij deze oorspronkelijken optocht den kiezers werd aanbevolen. Scientific American vermeldt dit niet, maar in La Nature wordt medegedeeld, dat het niet was degeen op wien zich korten tijd daarna de meerderheid der stemmen vereenigde.
H.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline