|
|
De kleur van den hemel.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Februari 1885 - 5e jaargang |
In bijna alle meteorologische en geografische werken vindt men opgegeven, dat de tropische hemel zich door een buitengewoon diepe en duidelijke blauwe kleur kenmerkt. Deze meening is volgens H. Zöller geheel en al onjuist. In zijn werk "Pampa's und Anden" zegt hij o.a. hierover het volgende: "Het is een ingewortelde meening, dat de Tropengordel den meest blauwen hemel en de gloeiendste kleurschakeeringen bezit; juist omdat deze meening zoo algemeen verbreid is, wensch ik in een korte weerlegging daarvan te treden. De hemel is in de tropische landen niets minder dan prachtig blauw, zijn kleur is even vaal en bleek als de hemel van Berlijn. Vanwaar komt die algemeen verspreide onjuistheid, die uit het eene boek in het andere wordt overgenomen, en zelfs wordt medegedeeld door menschen, die werkelijk in de tropen geleefd hebben? Wij zullen beproeven de oorzaak van die onjuistheid te verklaren. Reeds hij, die van Keulen naar Parijs reist, zal een zeker onderscheid waarnemen in de kleurtinten en in het blauw van den hemel. Reeds het Bois de Bologne bezit kleuren, die eenige tinten levendiger zijn dan die van de Berlijnsche diergaarde of den zoölogischen tuin te Keulen.
Dit valt nog meer op, wanneer men zich zuidelijker wendt, b.v. naar het meer van Genève. In Boven-Italië bemerkt men weer een toename van kleuren, bij Rome weder een, en hij die het verschijnsel verder zoude willen vervolgen, zoude ontdekken, dat het in de gloeiende kleuren, den zwart-blauwen hemel, het roode, violette en zelfs groenachtige purper van de schemering van Noord-Afrika en vooral van Egypte zijn hoogste punt heeft bereikt. Dringt men in zuid-oostelijke richting zuidelijker door, naar Indië, dan vergezellen ons de gloeiende kleurschakeeringen van het Oosten langs de geheele kust van Arabië tot voorbij Sokotara. Hij, die echter in Ceylon, op Java of waar ook in de Oost-Aziatische tropische streken komt, zal geen blauw-zwarten hemel meer vinden, maar niettegenstaande den weelderigsten, tropischen plantengroei de gewone kleurschakeeringen van Midden-Europa. De schilder, dien het gelust heeft de palmen van Java met purperkleuren tot achtergrond weer te geven, deze schilder heeft stellig en zeker gelogen. En evenals in Zuid-Azië is het in tropisch Noord-Australië, in Brazilië en in West-Indiën.
Men vergeet maar al te zeer, dat het blauw des heels en de tint van het landschap zeer weinig met de temperatuur en zeer veel met den vochtigheidstoestand der lucht te maken hebben. Want hoe zoude het mogelijk zijn, dat in die met vocht overladen tropische landen, waar de kleederen en de schoenen, die slechts een paar dagen in een kast blijven hangen zonder dagelijks gelucht te worden, met een dikke laag schimmel bedekt worden, dat daar de hemel een diep blauwen tint heeft? Egypte en het oosten hebben hun gloeiende purpertinten te danken aan de zuiverheid en droogheid der lucht. Dezelfde toestand doet zich ook in Califirnië voor en zelfs, ofschoon zelden, in sommige gedeelten van tropischen landen, b.v. op de hoogvlakten van Voor-Indië. In het algemeen vindt men het intensieve blauw des hemels en de levendige kleurschakeeringen veel meer in de subtropische dan in de tropische landstreken. De meeniing, dat de kleuren levendiger worden, hoe meer men den evenaar nadert, omdat dit nu eenmaal in Italië en Egypte het geval is, die meening berust op een dwaling.
In sommige gevallen is de verklaring der kleurverhoudingen van een land bijna evenzoo moeielijk als wanneer men van den een of anderen persoon zoude willen opgeven, waarom hij een roode of een bleeke gelaatskleur heeft. Ook de landen hebben evenals de menschen hun individueel karakter. Peru b.v., onder alle tropische landen een der droogste, een land, waar het bijna nooit regent. bezit niettegenstaande zijn vele kale, het zonlicht terugkaatsende, steenachtige vlakten, even matte kleurshakeeringen als b.v. Keulen. In dit geval is de verklaring deze, dat de hoogere luchtlagen het geheele jaar door, in den winter iets meer, in den zoogenaamden zomer iets minder, met een grijzen nevel beladen zijn, die hoogstens in den vorm van dauw, maar nooit als reen in de lagere droge luchtlagen en op de dorre aardoppervlakte geraakt. |
| W. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
↑ |
|