|
|
Het Fransche kanon van 34 cM.
Naar het stelsel van den kolonel der Artillerie De Bange. [II]
(Vervolg van blz. 242.)
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 November 1885 - 5e jaargang |
De Revue d'artillerie geeft in haar Augustusaflevering een beschrijving van het kanon van 34 cM., dat ingericht naar de denkbeelden van den Franschen kolonel der artillerie De Bange, door de voormalige Établissements Cail, op de Antwerpsche tentoonstelling werd ingezonden. Daar bedoeld tijdschrift haar gegevens van den kolonel De Bange zelf ontving, zoo kan men aannemen, dat de opgenomen figuren juist zijn en is het ons mogelijk door een schets duidelijk te maken, wat men eigentlijk door de frettage biconique te verstaan heeft en in hoeverre het sluitstuk, bij dezen vuurmond aangebracht, afwijkt van dat, wat wij in de 8e aflevering van dit tijdschrift beschreven [deel 1]
Zooals de lezers zich zullen herinneren, gaven wij op blz. 240, fig. 5 [figuur 5 deel I], het Fransche kanon van 15,5 cM. in doorsnede te zien, ten einde in het algemeen een denkbeeld te geven, hoe men, door het leggen van eenige lagen banden of ringen om een stalen kern, kanonnen vervaardigt, in staat om op den duur weerstand te bieden aan de groote gasspanningen, welke bij de verbranding der lading ontwikkeld worden. Het zal dus onnoodig zijn een dergelijke figuur weer te geven van het 34 cM. kanon, dat op enkele punten, 4 lagen banden of ringen heeft. Daarentegen geeft fig. 1 een duidelijke voorstelling van den bijzonderen vorm der ringen en van de wijze, hoe zij om de stalen kern een verband vormen, waardoor het geheel beter weerstand zal bieden aan drukkingen, die in de richting van de as van het kanon werken. |
Fig. 1a. Kern van het kanon van 34 cM., stelsel de Bange.
- Doorsnede over een gedeelte aan de achterzijde. |
Fig. 1b. Doorsnede over een gedeelte ter hoogte der tappen.
- Lengte 1/10, dikte 2/10 en kegelvormigheid 10/10 van de ware groote. |
Zooals men ziet, grijpt de eene laag ringen, als 't ware in de andere en kan dus een der ringen niet voor- of achterwaarts, zonder de andere mede te voeren. Ten einde die teekening sprekender te maken, zijn daarbij verschillende schalen toegepast, n.l. 1/10 voor de lengte, 2/10 voor de dikte, en 10/10 voor de kegelvormigheid. Die kegelvormigheid is natuurlijk aan enge grenzen gebonden, want, zooals men zich herinneren zal, worden de ringen van de eene laag, na warm gemaakt te zijn, over de kern, of over die eener andere laag gebracht, 't geen niet zou kunnen geschieden, wanneer zij al te kegelvormig uitgedraaid waren. Ten einde een natuurlijke voorstelling te krijgen, geeft fig. 2 de doorsnede aan van ring A in fig. 1, op de helft der ware grootte. |
Fig. 2. Doorsnede van band A van fig. 1a. (1/2 deel der ware grootte). |
Zooals wij op blz. 238 [deel 1] reeds zeiden, zou het sluitstuk van dit zware kanon in hoofdzaak overeenkomen met dat van het 9 cM. kanon, waarvan we een beschrijving en teekening gaven. Daar in genoemde Revue de juiste teekening en beschrijving van het sluitstuk voorkomen, zoo gelooven wij wel te doen met deze ook hier ter aanvulling van ons artikel, mede te deelen. |
Doorsnede over AB. |
In het sluitstuk A, dat over zijn geheele lengte doorboord is, wordt een doorboorde stang tot afsluiter B geschroefd (fig. 3 en 4). In de Fransche beschrijving noemt men deze stang "grain de lumière" d.i. zundgattap; wij willen, met het oog op de voorgaande beschrijving, den naam van stang behouden. Deze stang steekt aan de voorzijde van het sluitstuk uit, en steunt met een kraag of borst P op den bodem eener uitholling, die in het sluitstuk gemaakt is tot opname van een blok C. Dit blok heeft, behalve een gat tot doorlating der stang, een inzinking voor kraag P en is voorzien van twee uitsteeksels, die, aan de voorzijde, in uitvijlingen R van den kraag en aan de achterzijde in inzinkingen T, daartoe op den |
| bodem der uitholling van het sluitstuk gemaakt, grijpen. Op deze wijze zijn sluitstuk A, stang B en blok C aan elkaar verbonden en kan de stang niet losdraaien.
Om het vooreinde van de stang wordt nu achtereenvolgens gebracht het dubbele of eigenlijk de twee afsluitkussens D en D, den kop E (tête mobile zooals de Franschen hem noemen) met ringvormigen steel L en de langwerpig ronde opsluitschijf F, welke met een spie G bevestigd wordt. Zooals men uit de teekening ziet, scheidt de ringvormige steel de beide kussens en komt zijn ondereinde in de ruimte tusschen het sluitstuk en het blok C; zoowel de afsluitkussens als de kop kunnen dus om de stang draaien en de laatste zich ook naar achteren verplaatsen, wanneer de gasdruk op haar werkt en zij, dien druk voortplantende op de afsluitkussens, deze samenperst. Die afsluitkussens, samengesteld als het reeds op blz. 237 [deel 1] beschrevene en even als dit, door tinnen schotels en gespleten geelkoperen ringen, gesteund en beschermd, zetten zich onder den druk van den kop uit, waardoor aan de gassen door het buitenste de weg naar het sluitstuk, en door het binnenste die langs de stang van den afsluiter worden afgesneden.
Nog valt op te merken, dat in den kop eenige gaten M zijn aangebracht, die met een veerkrachtige stof gevuld worden en waardoor de ontstane drukkingen zich zooveel mogelijk gelijk over beide afsluitkussens kunnen verdeelen. |
Fig. 3. Sluitstuk en afsluiter van het 34 cM. kanon van de Bange. |
Fig. 4. Sluitstuk en afsluiter van het 34 cM. kanon van de Bange. |
De uitholling of verwijdering N dient tot opname der gassen, die tusschen den kop en de stang doordringen, en zich daar uitzettende in spanning verlezen en dus minder nadeelig zullen werken op de stang.
In dezelfde Revue komt ook de beschrijving en teekening voor van het pijpje, dat dienen moet om de lading te ontsteken en dat zóódanig is ingericht, dat het alle gasontsnapping door het kanaal van de afsluiterstang belet. Dat ook het gasontsnappen langs dien weg vermeden moest worden, is natuurlijk, als men bedenkt dat, behalve het verlies aan gas, wat men er door lijden zou, het kanaal zelf zeer spoedig door de kracht, waarmede die gassen trachten zouden te ontvluchten, uitgesleten zou zijn. |
Fig. 5. Gasafsluitend pijpje tot ontsteking der lading van het 34 cM. kanon. |
Fig. 5 geeft een voorstelling van het pijpje.
Het bestaat uit een buiten en een binnenhuls; de buitenhuls wordt door klemming bevestigd aan een beweegbaar blokje of afsluiter (tête mobile) b; door dit lokje en de, met wrijvingsgas gevulde, binnenhuls gaat een trekstang van koperdraad, bij c eindigde in een dikker, en aan het uiteinde gekarteld gedeelte; het achtereinde van den afsluiter loopt door een afsluitkussentje e en eindigt in de binnenruimte f van een kop, welke aan het vooreinde voorzien is van een of meer schroefdraden g, die over twee, tegen elkaar overliggende, sectoren weggevijld zijn en waarmede het pijpje in het kanaal (zundgat) van de stang van den afsluiter bevestigd wordt.
Op het achtereinde van den kop is een cilindervormige greep of handvat h, van een kruk voorzien, geschroefd; twee klinknagels z beletten het losschroeven. In dien greep bevindt zich een ruime opening s, waarin de ring k, die aan het achtereinde van de trekstang c bevestigd is, uitkomt.
Zoodra nu aan de trekstang getrokken wordt, haalt men het gekartelde uiteinde door de wrijvingsas, deze ontbrandt, ontsteekt de vulling van de groote huls en daarna de lading; het beweegbaar blokje wordt achteruit geduwd, het afsluitkussentje e in elkaar geperst, gasontsnapping langs het kanaal belet en doordien het dikkere gedeelte van c in het beweegbaar blokje dringt ook aan de gassen de weg door dat blokje afgesloten. |
Fig. 6. Sluitstuk A (fig. 3 en 4) van achteren. |
Om het pijpje te kunnen plaatsen in het achtereinde van het kanaal is de afsluiterstang voorzien van een onderbroken schroefdraad en heeft men er twee rusten p fig. 6, op aangebracht; tegen deze rusten komen de nokken x van het pijpje, wanneer dit een kwartslag omgedraaid en daardoor in het sluitstuk goed geplaatst is.
Om verder zeker te zijn, dat het pijpje niet afgetrokken kan worden of het moet goed geplaatst zijn, heeft men op het achtereinde van het sluitstuk een tuimelaar aangebracht, die om een spil l draait en waarvan een der armen voorzien is van een haak, die in den ring van de trekstang c geplaatst kan worden, als de opening van den greep naar den tuimelaar is toegekeerd, m.a.w. wanneer het pijpje goed geplaatst is. Door om den anderen arm van den tuimelaar een touw te doen en daaraan te trekken, trekt men de trekstang door de as en heeft de ontsteking plaats.
Ten einde niet al te veel van het geduld der lezers van de "De Natuur" te vergen, willen wij een nadere beschrijving van het affuit, dat bij het kanon van 34 cM. behoort, en mede in meergemelde Revue voorkomt achterwege laten; hoewel dergelijke voorwerpen, die van buitengewoon gewicht, geroepen zijn, om hevige schokken te doorstaan en toch met een minimum van kracht bewogen moeten worden, zeker ook ten volle de aandacht verdienen van een ieder, die in de constructie van dergelijke moordtuigen weerspiegeld ziet het streven van den menschelijken geest om alle kunsten, alle wetenschappen dienstbaar te maken aan het zich scheppen van wapenen, noodig tot zelfbehoud en zelfverheffing in den strijd des levens.1 |
1 Enkele afmetingen van het kanon van 34 cM.:
De totale lengte is 11,06 M.; de lengte der ziel is 10,48 M.; de kruitkamer is lang 2,80 M. en in ml. 347 mM.; de lengte van het getrokken gedeelte is 7,86 M., het aantal trekken is 144, de diepte der trekken is 1,5 mM., de breedte der trekken is 5 mM. en de breedte der velden 2,41 mM., de broekzwaarte is 0, de minimum schootshoek is -15º en de maximum is + 33º; de hoogte van de as der tappen boven de bedding is 3,50 M. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
↑ |
|