|
|
Het Fransche kanon van 34 cM.
Naar het stelsel van den kolonel der Artillerie De Bange. [I]
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Augustus 1885 - 5e jaargang |
Vele lezers van De Natuur zullen zich herinneren, hoe in 1870 het Fransche leger herhaaldelijk geslagen werd, en hoe tal zijner vuurmonden den Duitschers in handen vielen. Maar ook weten zij zeker, dat het diep vernederde Frankrijk zich met veerkracht weder ophief, en alle pogingen in het werk stelde de verloren krachten zoo spoedig mogelijk te herwinnen.
Vooral spande de Fransche artillerie al haar krachten in om de industrie van haar land en de geestesgaven harer leden dienstbaar te maken aan het scheppen van een nieuw materieel, waarmede zij eventueel op nieuw en met vrucht den strijd zou kunnen aanbinden, of wel, met hoop op goeden uitslag, den indringer te gemoet zou kunnen treden.
Onafgebroken werkt die artillerie nog voort aan het verbeteren van haar materieel en op de tentoonstelling te Antwerpen zal zij der wereld toonen, hoe het Frankrijk van heden in staat is, zich wapenen te smeden, die, wanneer men de schriftelijke bescheiden kan gelooven, in juistheid van treffen en kracht van uitwerking alles overtreffen, wat tot nu te bestaat.
Van alle Fransche artilleristen, komt zeker in de allereerste plaats den kolonel De Bange grooten lof toe voor zijn onvermoeid pogen om de Fransche industrie, op het gebied der staalfabrikatie voor geschut, vrij te maken van het buitenland en door het ontwerpen van een eigen stelsel van gasafsluiting de eer der Fransche artillerie hoog te houden en haar een lauwerkrans te doen behalen op het proefveld van Belgrado en in den strijd tegen China.
Wij willen trachten den lezers van De Natuur een denkbeeld te geven van het grootste kanon, dat in Frankrijk naar het stelsel van dien kolonel is ingericht en herinneren hen daarbij aan den kleinen vuurmond1, die mede naar dat stelsel ingericht was en op de tentoonstelling te Amsterdam te zien was in de machine-galerij.
Het bedoelde kanon is vervaardigd van staal en heeft een kaliber, d.w.z. een inwendige middellijn van 34 centimeter. Het weegt 37½ ton of 37500 K.G. en heeft een lemgte van 11,2 M. Aan het achtereinde - kulas - heeft het kanon een middellijn van 1,04 M. terwijl de kruitkamer een middellijn heeft van 0,245 M. De tappen, dat zijn de rechts en links van den vuurmond uitstekende cilindervormige armen, waarmede het kanon op zijn affuit rust, zijn op 3,75 M. van het achtereinde aangebracht, terwijl een weinig meer naar voren de vizierkorrel is geplaatst.
De wijze van kulassluiting is gelijksoortig met die van het veldgeschut, maar verschilt natuurlijk in afmetingen. Figuur 1 is de teekening van het sluitstelsel van het kanon van 9 cM. |
Fig. 1. Sluitstuk en afsluiter (zonder mof) van het De Bange-kanon van 9 cM.
- K. Kern van het kanon. - S. Sluitstuk. |
Alvorens dat sluitstuk nader te beschrijven, willen wij met een enkel woord eenige algemeene beschouwingen mededeelen.
Zooals men weet, dienen de vuurmonden in het algemeen tot het met kracht naar den vijand slingeren van zware voorwerpen, die men projectielen noemt. Een ieder weet toch, dat er zoolang de wereld bestaat, strijd onder haar bewoners is geweest en dat spoedig door dezen de hand is uitgestrekt naar voorwerpen, met wier hulp ze hun persoonlijke krachten konden vermeerderen tot bereiking van hun doel, dat is: tot het vernietigen van al wat hen, in hun waanwijsheid, zoogenaamd in den weg stond of wel tot vermeerdering van hun verdedigingvermogen. De uitvindng van het kruit, een mengsel van salpeter, zwavel en houtskool, bracht de menschheid spoedig op het denkbeeld een holle buis te nemen, een steenen of ijzeren bal darrin te plaatsen, achter deze wat kruit te leggen en daarachter een steun te plaatsen, die met een bout vastgezet, weerstand kon bieden aan de spanning der gassen, welke door de verbranding van het kruit ontwikkeld werden en den bal met kracht langs het vooreinde der buis moest uitdrijven.
Het spreekt echter van zelf, dat een groote hoeveelheid gassen naar achteren ontweek en dus voor het voortrijven van het projectiel verloren ging; spoedig ging men er dus toe over of liever gezegd, door de zucht naar grooter krachtsontwikkeling werd men tot de uitvinding gedreven, in een massief blok metaal een niet doorloopend kanaal bij gieting uit te sparen of wel, daarin te boren; een kanaal dat men dan door een veel nauwer zijkanaal (zundgat) in verbinding bracht met den buitenomtrek en waarin men nu eerst de lading en daarna het projectiel bracht om door middel van eenig los kruit, gestort in het zundgat, of een pijpje d.i. hulsje met sas gevuld in dat zundgat gestoken, de lading te doen ontbranden.
In den eeuwigduremden strijd naar macht, kon men ook niet lang tevreden zijn met deze wijze, welke spoedig geheel onvoldoende bleek om die snelheid, die juistheid en dat arbeidsvermogen, 't welk men begeerde te ontwikkelen, te bereiken, en de menschelijke geest, krachtig bijgestaan door de industrie, zocht en vond de middelen om projectielen van van 420 tot 600 kilogrammen met groote snelheid in de gewilde richting voort te drijven. Hoe vermocht men dit? Men maakte opnieuw buizen van ijzer, staal of brons of wel samengesteld uit twee dier metalen; men vond de middelen om deze van achteren zoo te sluiten, dat geen gassen meer verloren gingen; men kwam, door de scheikunde geholpen, tot mengsels, die bij verbranding gassen opleverden, welke een ontzettende spankracht bezaten, en later nog andere, die, bij grootere krachtsuitwerking minder nadeelig op de vuurmonden werkten; men wist projectielen te maken, die zonder speelruimte draaiende den vuurmond verlieten, en eindelijk kwam de kolonel de Bange tot de constructie van een vuurmond en een sluittoestel, welke wij beide thans nog nader zullen beschouwen.
Zooals wij zeiden, ontwierp hij allereerst een vuurmond, geschikt om de troepen te velde te volgen, en later eenige zwaardere kalibers, geschikt voor belegering en vestinggeschut om ten slotte te eindigen met den 34 cM., die dienen moet ter bewapening van schepen en kustbatterijen. |
Fig. 2. Achterzijde van het kanon met geopend sluitstelsel. |
Fig. 2 geeft een voorstelling van de achterzijde van het kanon, met geopend sluitstelsel. Men ziet als het ware in het kanon, waarvan de achterzijde inwendig over een zekere lengte in zes deelen verdeeld is; drie dier deelen (waarvan de arceeringen evenwijdig aan de as van het kanon loopen) zijn vlak, terwijl de drie daartusschen liggende, groeven van een schroefgang vormen, waarin de gelijkvormige nokken, ontstaande door een op drie plaatsen onderbroken schroefdraad, welke zich op het sluitstuk bevindt, grijpen moeten. Zooals de teekening doet zien, draait, links van den vuurmond, om een scharnier een ring, waardoor een blok gaat, dat aan den voorkant den vorm van een paddestoel heeft; dat blok kan in dien ring voorwaarts bewogen worden en wanneer men zich dus voorstelt, dat de ring draait, komt het paddestelvormig uiteinde voor den achterkant van den vuurmond en zal dus door het blok of sluitstuk voorwaarts te bewegen, op het oogenblik, dat de draden staan tegenover de drie vlakke deelen in den vuurmond,
dit in den vuurmond gebracht en door draaiing daarin vastgezet kunnen worden; want door het blok 1/6 slag om te draaien, vatten de deelen schroefdraad van het sluitstuk in de deelen der moer van den vuurmond. Door het doelmatig aanbrengen van nokken wordt beurtelings de verbinding van het blok of sluitstuk met het kanon of met den ring verzekerd. Geheel achter aan het sluitstuk bevindt zich een hefboom die, als het sluitstuk goed aangeschroefd is, en men hem door zijn eigen gewicht laat vallen, met zijn uiteinde zich vastzet in een gleuf en het losdraaien van het sluitstuk belet.
Hoe eenvoudig het voorgaande schijnt, moeten wij er aan toevoegen, dat de constructie er van in werkelijkheid niet zoo eenvoudig is, want men begrijpt, dat bij die constructie aan vele eischen voldaan moet worden.
Thans moeten wij echter het sluitstuk zelf nog eens nader bezien; het is toch duidelijk, dat het beschrevene niet voldoende zou zijn om de gassen te beletten zich een ongewenschten uitweg naar achteren te banen.
De inrichting va het sluitstuk of blok ter wering van gasontsnapping is meer bijzonder een vinding van den kolonel de Bange, terwijl het hoofddenkbeeld der schroefsluiting reeds veel langer bekend is. - In het sluitstuk (fig. 1) is, in de richting van de as, een kanaal cc geboord. In dat kanaal wordt de afsluiter (tête mobile) van voren ingebracht; deze is van staal, van voren eindigende in een paddenstoelvormigen kop C en van achteren van een randje l. voorzien; voorts is hij met een kraag a verbonden op een lange stang, die aanvankelijk van de kraag tot aan b cilindervormig, en daarna van b tot d afgeknot kegelvormig is. Bij d begint een tweede kraag, die het dunnere gedeelte vereenigt met den steun e, waarvan het nut later zal blijken; achter e heeft de stang dezelfde middellijn als bij d en behoudt deze met uitzondering van het gedeelte f, tot aan het achtereinde; bij f wordt om de stang, nadat de afsluiter (tête mobile) geplaatst is, een bronzen mof (fig. 3), bestaande uit twee helften, die scharniervormig aan eljaar verbonden worden, gebracht. |
Fig. 3. Bronzen mof. |
Fig. 4 |
Eerst brengt men de twee halve moffen om de stang en verbindt deze daarna met een ring, (figuur 4) op overeenkomstige wijze als men met een sleutelring twee van gaten voorziene voorwerpen aan eljaar verbinden zou; in de beide helften der mof zijn daartoe de kanalen x en ij aangebracht. Deze mof belet het voorwaarts gaan van den afsluiter. Daar echter, tijdens het vuren, de stang zou kunnen breken, heeft men, om het met kracht naar achteren uitvliegen dier stang te beletten, achter in het lijf van het sluitstuk een stalen tap m geschroefd, waartegen de steun e van de stang bij breking van deze, komt.
De afsluiter zelf is bovendien nog voorzien van een doorlopend kanaal, dat den vuurstraal van een pijpje, 't welk men achter in het wijdere gedeelte van dat kanaal kan steken, naar de lading geleidt. Aangezien echter door de groote warmte, die bij het vuren ontwikkeld wordt, het voorste gedeelte van dat kanaal uit zou branden, wordt dit voorzien van een rood koperen dop R, die gemakkelijk vervangen kan worden. Roodkoper wordt daarvoor gebruikt om dezelfde reden als de loodgieter dit neemt voor zijn soldeerbout; dit metaal toch verbrandt het minst spoedig in het vuur.
Alvorens echter de stang van den afsluiter in het sluitstuk te brengen, moet men op haar het afsluitkussen of zooals de Franschen dit noemen l'obturateur propement dit, d.i. het lichaam, dat werkelijk de gassen volkomen afsluit, brengen en zeker is dit gedeelte het voornaamste van de geheele vinding van den kolonel de Bange.
Dat afsluitkussen oo is samengesteld uit een schijf van asbest tt, doortrokken met vet (65% asbest en 35% schapenvet), die voorzien is van een gat om over de stang gebracht te kunnen worden. Ten einde dit mengsel bij elkaar te houden, is het opgesloten in een linnen zak, die van voren en van achteren omvat wordt door tinnen schotels h en v. Drie gespleten geelkoperen ringen, één x aan de voorzijde en twee van achteren ij en z, beschermen de randen van het kussen.
Laat ons thans nagaan, wat er gebeurt bij het afgaan van het schot. Wij weten toch, dat het buskruitgas, als alle gassen, naar alle zijden zich even krachtig wil uitzetten en dus met een ontzettende kracht op den paddenstoelvormigen kop van den afsluiter zal drukken; die kop plant dezen druk voort op het afsluitkussen en dit zet zich naar alle zijden uit, sluit daardoor volkomen tegen de wanden van den vuurmond en snijdt daardoor aan die gassen den weg naar achteren af. Het spreekt van zelf, dat tegelijkertijd ook de tinnen schotels en de geelkoperen ringen samengeperst worden; onder dien druk openen die ringen zich een weinig en vullen daardoor de ruimten, die zich bevinden 1º tusschen den band l van den afsluiter en de ligplaats van het afsluitkussen, 2º tusschen de voorzijde van het sluitstuk en de ligplaats van het afsluitkussen en 3º tusschen de stang van den afsluiter en het kanaal in het sluitstuk. Die ringen beletten alzoo, dat het tin zich in die tusschenruimten vastzet en de beweging van het afsluitkussen bemoeielijkt. Dat het noodzakelijk is, zóówel het vooreinde als de stang vet te houden, en zorg te dragen, dat alles zooveel mogelijk schoon blijft, behoeft zeker niet gezegd te worden.
Zooals gezegd is, komt het sluitstelsel van het zware kanon in hoofdzaak met het beschreven sluitstelsel overeen en wordt ook bij dat kanon het afsluiten der gassen verkregen doordien een afsluitkussen, samengedrukt door de spanning dier gassen zich volkomen aansluit tegen de wanden van den vuurmond.
Beschouwen wij thans het kanon, dan moeten wij in de allereerste plaats opmerken, dat het natuurlijk is, dat, om weerstand te kunnen bieden aan gasspanningen, die vermoedelijk meer dan 3000 atmosferen zullen bedragen, de wanden van zoo'n vuurmond bijzonder sterk moeten zijn. Het zou ons te ver voeren aan te toonen, dat die grootere sterkte niet alleen te verkrijgen is door het dikker en dikker maken van die wanden en wij vermeenen te kunnen volstaan met mede te deelen, dat die grootere sterkte gemakkelijker en beter verkregen wordt door uitstekende bewerking van de grondstof en door de wanden van een goed doorhamerde, daarna uitgeboorde en geharde kern als 't ware samen te drukken door er banden of ringen om te leggen en wel in één of meerdere lagen, naarmate het kaliber van den vuurmond grooter wordt. In hoofdzaak heeft de vervaardiging van het 34 cM. kanon plaats gehad als volgt:
De gegoten stalen kern en de ringen werden te Saint-Chamond vervaardigd en daarna naar Parijs gezonden, waar het kanon verder in de werkplaatsen van de voormalige "Etablissements Cail" werd samengesteld en afgewerkt2. Aan het hoofd dezer werkplaatsen staat thans de kolonel de Bange. De vooraf bewerkte kern of stalen buis had, na goed gehamerd enz. te zijn geworden, slechts een inwendige middellijn van 30 c.M. Die kern moest dus verder uitgeboord worden, waartoe een onafgebroken arbeid van 21 dagen en nachten noodig was. De kolonel de Bange had daarvoor een bijzonder werktuig uitgevonden, waarvan de samenstelling geheim wordt gehouden en waarvan alleen gemeld kan worden, dat het stuk gedurende de bewerking, onbewegelijk ligt en het snijdende werktuig of de boor draaiende voorwaarts beweegt.
(De meest voorkomende toestand ook bij andere boringen). Overigens ewrkte het werktuig automatisch en behoefde de werkman, die er bij stond, slechts toe te zien, dat de boor goed bleef.
Reeds is met een enkel woord gezegd, dat bij zware vuurmonden ter versterking van de kern om deze banden of ringen worden gelegd, waardoor op die wanden een druk wordt uitgeoefend van buiten naar binnen. |
Fig. 5. Doorsnede van De Bange-kanon van 15.5 cM.
AA. Kern van gegoten staal. - aa. Verschillende banden. - B. Het oor. - C. Tap. - DD. Band met oog. - E. Ligplaats voor het sluitstuk. |
Fig. 5 stelt een doorsnede voor van het Fransche kanon van 15,5 c.M. waarbij, naar men ziet, om de gegoten stalen kern twee lagen ringen zijn aangebracht. Die kern is evenals van alle Fransche kanonnen van goed doorhamerd gegoten staal, waarin een gat geboord is en die in olie gehard wordt; de ringen zijn van poedelstaal uit gewalste banden vervaardigd en worden ook gehard.
De kolonel de Bange vermeende echter dat, hoe doelmatig dergelijke cilindervormige ringen ook zijn bij kalibers van 15 en 24 c.M., zij onvoldoende zouden blijken bij een vuurmond van 34 c.M. waarin men grootere spanningen wilde ontwikkelen; omdat die ringen wel in staat zijn weerstand te bieden aan drukkingen, die loodrecht op de as van het kanon werken, maar wier wrijving op elkaar en op die kern onvoldoende zou zijn om scheuringen te voorkomen tengevolge van drukkingen in de richting van de as des vuurmonds, terwijl hij zich ook niet kon vereenigen met de wijze, waarop de Engelschen zulks trachten te voorkomen, door die banden als 't ware met een mantel bij elkaar te houden en er op die wijze één lichaam van te maken. Hij bedacht daarop een ander stelsel van omwinding, een zoogenaamde frettage biconique, dat strekken moet om de kern en de om haar gebrachte ringen zoowel loodrecht op als volgens de lengte van de as van den vuurmond als 't ware tot één lichaam te maken.
Hij liet daarom de buitenomtrekken der kern en der ringen den vorm geven van op elkaar volgende afgeknotte kegels, zoodanig gerangschikt, dat een innig verband tusschen deze ontstond.
Op deze wijze is de kern van het 34 c.M. kanon van vier lagen ringen voorzien, die door hun bijzonderen vorm als 't ware in elkaar grijpen. Door deze banden tot 300 à 400 graden te verwarmen, kon men hen gemakkelijk plaatsen. Alle ringen om de kernen der voormonden worden op dezelfde wijze geplaatst; zij wier inwendige middellijn kleiner is dan de uitwendige middellijn der kern, worden namelijk in ovens warm gemaakt, zoodat zij uitzetten en daarna om de kern gebracht, waarna ze afgekoeld worden door een werktuig, waarmede stralen koud water over den geheelen buitenomtrek van den warmen ring gespoten worden.
Nadat de ringen op hun plaats gebracht waren, werd het kanon op een draaibank geplaatst om uitwendig te worden afgedraaid, waarna de ziel (d.i. de inwendige ruimte) voorzien werd van 144 trekken, die 1,5 mM. diep zijn. Zooals men weet dienen de trekken, die men in de hedendaagsche vuurwapens vindt, en die als 't ware schroefgangen daarin vormen, om aan het projectiel een draaiende beweging om zijn lengteas te geven, wanneer het door de kracht van de buskruitgassen, in die trekken en tevens voorwaarts wordt gedreven. Door die draaiende beweging, welke het projectiel, gedurende den geheelen weg, welken het aflegt, (men noemt dien weg de kogelbaan) behoudt, bewaart het dan beter de hem eenmaal gegeven richting, al ontstaat daardoor ook een vrij regelmatige afwijking naar de zijde, waarheen die draaiing plaats heeft. Die afwijking kan men echter, dank hare regelmatigheid, corrigeeren. Ook omtrent het beloop en de helling van den schroefgang, welken die trekken volgen, zou veel te zeggen zijn;
wij bepalen ons echter tot de mededeeling, dat die, welke in het 34 cM. kanon voorkomen, progressief zijn, d.w.z. aanvankelijk maakt de schroeflijn met een der beschrijvende lijnen van de ziel een hoek van 30 minuten, die langzamerhand aangroeit tot aan de monding, waar hij 7 graden bedraagt. Men zal daaruit begrijpen, dat de snelheid van draaiing van het projectiel om zijn as toeneemt van af den achterkant tot aan de monding. Tot het insnijden der trekken heeft men ook een bijzonder werktuig moeten maken; gedurende dat trekken, bleef de vuurmond onbewegelijk enbewoog zich de beitel, welke de trekking insnijdt.
Omtrent de affuit en het raam, waarop het kanon van 34 cM. zal komen te rusten, valt in het algemeen het navolgende op te merken. Zoowel de affuit welke 22.000 kilo, als het raam dat 20.000 kilo weegt, is van ijzer vervaardigd. Evenals de andere affuiten van zware Fransche vuurmonden wordt de terugloop van de affuit op het raam gebroken of liever gezegd, langzamerhand uitgeput door hydraulische remmen, terwijl het weder in batterij, d.i. naar voren loopen van de affuit, bevorderd wordt door het werken van een hefboom op een excentriek, waardoor de staart van de affuit op rollen komt te rusten. Zoowel aan de voor- als aan de achterzijde van het raam zijn stootkussens of buffers aangebracht; de eerste om den schok te breken bij het in batterij loopen, de andere, om voor het geval de rem onklaar raakt, den achteruitloop van de affuit te breken. |
Fig. 6. Het groote kanon naar het stelsel van den Franschen Kolonel de Bange. Schiet tot 18000 meter.
[Klik op de afbeelding voor een vergroting] |
Door middel van een stel getande raderen, werkende op een getanden boog aan het kanon bevestigd, kan de gewenschte richting, aan de as van den vuurmond gegeven worden3, terwijl de zijdelingsche richting gegeven wordt door het raam om de spil, die aan het vooreinde zit, te doen draaien. Zie fig. 6.
Het laden geschiedt met behulp van een kraan, die met de hand bewogen wordt.
Thans dienen wij nog wel iets mede te deelen omtrent de projectielen en de lading, welke bij dit kanon gebruikt worden. Naarmate de inwendige inrichting van het projectiel heeft dit een gewicht van 420 tot 600 kilogram, en kan het tot 40 kilo samengeperst kruit als springlading bevatten. De lengte van het projectiel is 3,74 kalibers, dat is 3,74 x 34 cM. of ruim 1,27 Meter. Evenals de meeste tegenwoordig in gebruik zijnde granaten en granaatkartetsen is het cilindervormig met een peervormige punt. De buskruitlading wisselt af van 180 tot 200 kilo, 't welk afhankelijk is van de buskruitsoort, die gebezigd wordt. De lading wordt ontstoken door middel van een pijpje, dat na ontstoken te zijn, als afsluiter werkt voor de gassen, die anders langs het zundgat zouden ontsnappen.
De aanvankelijke snelheid, dat is de snelheid per secunde, waarmede het projectiel uit den vuurmond gedreven wordt, bedraagt 650 meter, de berekende maximum-dracht is 17 tot 18 kilometer of ruim 3 uren gaans.
De luitenant-kolonel Hennebert zegt omtrent de juistheid van treffen, wele hij van dezen vuurmond verwacht, o.a. het volgende: Het stalen kanon van 24 cM. van den kolonel de Bange schiet zóó juist, dat elk afgeschoten projectiel een voorbij varend schip moet treffen en dat het spel, wat men, door uit dien vuurmond te schieten, met den vijand speelt tot zinspreuk heeft: Bij elken slag wint men. (Wij zouden zeggen: elk schot een eendvogel). Om die reden moet dan ook de juistheid van treffen van den 34 cM. zoo mogelijk nog grooter zijn.
Is het werkelijk waar, wat de luitenant-kolonel Hennebert zegt omtrent de groote waarde van den 24 cM.? En zal de gunstige meening van dezen hoofdofficier omtrent den 34 cM. bewaarheid worden? Dit moet de toekomst leeren.
Het komt ons niet ondienstig voor, hier de uitkomst mede te deelen van een beproeving van een stalen 24 cM. en lang 7,2 M., die onlangs ten behoeve van ons goevernement te Essen, bij de firma Krupp in tegenwoordigheid eener commissie van Nederlandsche artillerie-officieren, genomen werd. Bij een lading van 68 kilo werd een aanvankelijke snelheid van 529 M. en bij een van 72 kilo een aanvankelijke snelheid van 549 M. verkregen, terwijl onderstaand tabelletje een overzicht geeft van de juistheid van treffen. |
| Afstand in Meters. |
Grootte der buskruit-lading in KG. |
50% spreiding in |
| Lengte in Meters. |
Hoogte in Meters. |
Breedte in Meters. |
| 2026 |
68 |
9,6 |
0,7 |
0,36 |
| 2026 |
72 |
16,6 |
0,76 |
0,12 |
| 3000 |
68 |
14,2 |
0,76 |
1,68 |
| 4000 |
68 |
16,4 |
1,55 |
1,23 |
| 6022 |
68 |
25,9 |
|
2,00 |
| 7637 |
68 |
31,9 |
|
2,20 |
| Ter opheldering van het bovenstaande staatje diene het volgende. Door middel der waarschijnlijkheidsrekening is men in staat geweest te berekenen, hoe 99 van een honderdtal schoten, die geheel onder dezelfde omstandigheden, dus met dezelfde lading, onder denzelfden richtingshoek enz. enz. gedaan worden, zich verdeelen en vond, dat wanneer A B, (fig. 7) de afstand is tusschen het projectiel dat òf het verst òf het hoogst, òf het meest rechts ging en dat, hetwelk òf het minst ver, òf het minst hoog, òf het meest links ging en men dezen afstand in acht deelen verdeelt bijv. door de punten a. b. c. d. e. f. en g., 99 der 100 projectielen zich verdeelen zullen als boven iedere strook is aangegeven. Nu ziet men, dat op de strook c d, die rechts en d e die links van het midden van A B ligt, 25 schoten komen.
Daarom nu noemt men de strook c e, die der 50% verspreiding. Als men dus uit den beproefden 24 cM. op 7637 meter 100 schoten doet, dan zullen 50 dier schoten vallen binnen een rechthoek, die 31,9 M. lang en 2,20 M. breed is. Door vergelijking van dergelijke tabellen wordt bij de artillerie de juistheid van treffen van verschillende vuurmonden beoordeeld. |
Fig. 7. De verdeeling der projectielen. |
Gaan wij thans verder de beschouwingen van den luitenant-kolonel Hennebert na:
De grootste vuurmond, die tot nu toe door Krupp vervaardigd werd, heeft een kaliber van 44 cM. en men bereikte daarmede slechts een aanvankelijke snelheid van 450 M. Die vuurmond kost nagenoeg 1,500,000 franken. De 34 cM. van den kolonel de Bange zal minder kosten en het projectiel heeft een aanvankelijke snelheid van 650 meter. Dank zij de bijzondere wijze van het aanbrengen der stalen banden of ringen, voldoet deze vuurmond aan alle eischen omtrent veiligheid, lichtheid en daarom ook aan die van zuinigheid, welke men zich stellen kan.
Voor alles dient het zware kanon als marine-geschut, d.w.z. tot bewapening van een oorlogsvaartuig of om op de kwetsbaarste punten der kust in batterij gebracht te worden. Het kan echter ook als vesting- of belegeringsgeschut gebruikt worden. Vooral bij een belegering kan men er goede diensten van verwachten, want tot nu toe is de verste dracht van alle bekende vuurmonden 10 kilometer en dit is voor het de Bange-kanon een betrekkelijk geringe afstand.
Gedurende geruimen tijd waren de fabrieken van Armstrong en Krupp, de eenige die artillerie-vuurmonden leverden aan die rijken, welke zelf geen fabrieken hadden. Europa, Amerika en het verre Oosten zijn als 't ware overstroomd met de voortbrengselen op dit gebied uit Engeland en Duitschland; Frankrijk meent thans tegen dat monopolie te kunnen reageeren. In de laatste jaren toch werden tal van vuurmonden afgeleverd door de werkplaatsen Forges et Chantiers de la Méditerranée en de voormalige Etablissements Cail. Vooral hadden deze laatste een groot en officieel geconstateerd succes. Met eenparigheid van stemmen werd toch aan die werkplaatsen op de tentoonstelling te Amsterdam, het eerediploma uitgereikt en na dien tijd werd de kolonel de Bange door hare majesteit de koningin van Engeland, tot ridder der Bath-orde benoemd en behaalde hij te Belgrado welverdiende lauweren in een wedstrijd, dien wij niet onvermeld mogen laten.
Toen het Servische gouvernement besloten had een nieuw veldmaterieel in te voeren, werd te Belgrado een commissie benoemd, aan welke opgedragen werd verschillende stelsels van vuurmonden vergelijkend te beproeven.
In November 1884 werden die proeven genomen. Drie concurrenten traden daarbij op, n.l. het kanon Krupp van 84 m.M. (model van de Nederlandsche artillerie); het Armstrong-kanon van 75 mM., en het de Bange-kanon van 80 mM. (model der Fransche artillerie). Het programma omvatte als hoofdpunten het doen van marschen en het vuren op afstanden tusschen 1000 en 4000 meter, en ten einde de deugden en gebreken der verschillende sluitstelsels te doen uitkomen, een snelvuur van 30 schoten.
De schietuitkomsten deden op glansrijke wijze de groote voordeelen van de Bange's vuurmond uitkomen. Bij het vuren op 2500 meter raakte het Armstrong-kanon onklaar, terwijl de kanonnen Krupp en de Bange den tweestrijd vervolgden. Bij het snelvuren was na het tiende schot het sluitstuk van het Krupp-kanon zeer moeielijk te bewegen, na het twintigste schot moest men het met olie overgieten en dan nog kon het niet dan met groote moeite bewogen worden. Het afgeven der dertig schoten duurde 34 minuten en bij het onderzoek, na het vuren gehouden, bleek, dat het sluitstuk geheel vuil was door gasontsmapping. Bij het uit elkaar nemen, bleek verder, dat de afsluitplaat vrij aanzienlijk was ingevreten.4
Het de Bange-kanon vuurde zijn dertig schoten in 22 minuten af en wel zonder dat eenig ongeval plaats had. Bij het laatste schot kon het sluitstelsel even gemakkelijk behandeld worden als bij het eerste schot, zonder dat het noodzakelijk was geweest een der deelen schoon te maken of te smeren. Bij het gehouden onderzoek bleek, dat de afsluiter en het afsluitkussen behoorlijk gewerkt hadden en geen gasontsnapping, hoe gering ook, had plaats gehad.
Met eenparigheid van stemmen verklaarden de Servische officieren, die leden der commissie waren, dat het sluitstelsel de Bange verre de voorkeur verdiende boven het sluitstelsel Krupp. Ten slotte ontleenen we aan het Militair blad van 15 Juni 1885, dat het aantal trekken in het hier beschreven kanon 140 bedraagt; de hellingshoek aan den kulas 0º en aan de monding 7º bedraagt, en de prijs van den vuurmond 1,200,000 francs beloopt. |
| P.J. in de Betoü. |
1 Een van 80 mM. kaliber.
2 Deze aanmaak duurde een geheel jaar, maar de kolonel de Bange vermeent een volgend in 9 maanden te kunnen afwerken. De Engelschen hebben 15 maanden noodig voor een zwaar kanon.
3 Het is mogelijk 30º elevatie en 15º declinatie te geven.
4 De Kruppsluiting berust voornamelijk op het goed dragen van een afsluitplaat, die in het sluitstuk zit tegen een afsluiting welke in den vuurmond geplaatst is. Sluit die plaat niet volkomen tegen den ring, dan ontwijken de gassen, die op plaat of ring groeven vormen, welke natuurlijk een verder afsluiten van de gassen geheel onmogelijk maken. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
→
| ↑ |
|