Duivenpost


← overzicht
Inhoud
Start
De duivenpost.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Maart 1885 - 5e jaargang


   Wij ontleenen aan het werk van A.L. Ternant, over Telegrafie, de volhgende bijzonderheden over de Duivenpost, welke wij vertrouwen dat den lezers van "De Natuur" welkom zullen zijn.
   De snelle overbrenging van tijdingen door middel van duiven is zoo oud als de geschiedenis. Reeds bij de Grieken was het gebruikelijk, door middel van duiven de namen van de overwinnaars bij de Olympische spelen, aan wie er belang bij hadden, bekend te maken. Uit de gedenkteekenen van het oude Egypte blijkt, dat de zeevaarders van den Nijl, en die van de eilanden Cyprus en Kandia zich ten tijde der Pharao's van reisduiven bedienden, om hun behouden aankomst aan hun verwanten kenbaar te maken. Duiven werden door de Romeinen ook mede naar het circus genomen en los gelaten, wanneer zij na wedrennen of zwaardvechters-vertooningen den uitslag daarvan te huis wilden doen weten; in latere tijden ook om door middel van die vogels hun middagmaal te bestellen.
   Onder de Romeinsche republiek hadden de duiven een nuttiger en edeler rol te vervullen.
   "Zij hebben" zegt Plinius, "voor zeer belangrijke zaken gediend. Tijdens het beleg van Modena zond Decimus Brutus naar de legerplaats der Consuls brieven, welke hij aan de pooten der duiven bevestigde".
   S.J. Frontinus deelt eveneens eenige bijzonderheden omtrent ditzelfde feit mede. Hertius (één van de beide Consuls, die beproefden Brutus te ontzetten, zegt hij, had eenige duiven, welke hij in het donker en zonder voedsel liet; vervolgens bond hij haar met een zijden draad zijn berichten om den hals en liet ze dan zoo dicht mogelijk bij de stadsmuren los. De duiven, verlangend naar licht en voedsel, vlogen dan boven op de gebouwen, waar Brutus ze deed opvangen. Hij bleef zoodoende op de hoogte van alles, vooral sedert hij er voor had gezorgd op bepaalde plaatsen, waar de duiven gewoonlijk neder vlogen, voedsel in gereedheid te hebben.
   Uit de mededeelingen van Plinius is op te maken, dat ook de Romeinsche legers postduiven hebben gebruikt. Men kan toch moeielijk anders de verbazende snelheid verklaren, waarmede Julius César bericht ontving van de verschillende opstanden Gallië en welke hem dikwijls in staat stelde met zijne legioenen op het eerste teeken van opstand in dat wingewest, de Alpen af te dalen.
   In het bloeiende tijdperk der Arabische beschaving in het Oosten werd de duif geregeld voor de post gebezigd. Stelselmatig geschiedde dit door de Mahomedaansche vorsten van Egypte en Syrië (1167-1450).
   Deze organisatie van dien postdienst, door Volney in zijn "Reis door Syrië en Egypte" beschreven en vertaald naar een Arabisch handschrift van den grootvizier van een Egyptisch sultan, schijnt des te merkwaardiger, daar tot het einde der vorige eeuw, door geen enkele regeering in Europa nog een telegraafstelsel was aangenomen, dat hiermede te vergelijken is. Volney zegt het volgende:
   "De kooien of hokken voor boodschapduiven" bevinden zich in torens, welke door het geheele rijk op geregelde afstanden met het oog op de algemeene veiligheid en rust, zijn opgericht".
   Te Moussel is men het eerst begonnen zich van duiven te bedienen voor het overbrengen van brieven. Die brieven bevatten slechts eenvoudige mededeelngen en werden onder den vleugel der duiven vastgemaakt. Zij waren voorzien van den datum en het uur van afzending en werden altijd in duplo verzonden. Bij de aankomst van den vogel bracht de schildwacht hem bij den Sultan, die de depeche zelf los maakte. Goed gedresseerde duiven waren zeer duur; men noemde ze de engelen der koningen.
   Toen de Fatiniden Egypte overweldigden, werd door hen ook in dit lamd die luchtpost ingevoerd en zij hechtten daaraan zooveel gewicht, dat er een speciaal fonds voor het beheer er van werd aangewezen. Onder de registers van dezen tak van dienst was er een, een soort van stamboek, waarin de rassen van de meest geschikte duiven waren geclassificeerd.
   "Sedert geruimen tijd zijn de duivenkooien van Saïd tengevolge van de onlusten, welke dit land beroerd hebben, vernield; doch die van Beneden-Egypte bestaan nog (1450).
   "Er waren in het geheele Rijk een-en-twintig zulke kooien, die door den Staat onderhouden werden om den dienst zijner depeches te bespoedigen. Het paleis op den Berg, de residentie der vorsten tijdens hun verblijf te Kaïro, was het middelpunt van dezen sneldienst. Verschillende reeksen duivenkooien strekten zich uit in de richting van Alexandrië, Damiëtte en Gaza. Deze laatste stad was rechtstreeks verbonden met Jerusalem, Damaskus, Belbeck en Tripoli. De gemiddelde afstand van de eene duivenpost tot de andere was omstreeks 80 kilometers, soms meer, soms minder, al naar de ligging der plaatsen; zoo waren er van Kaïro tot Gaza vijf stations, nanelijk: van het Paleis op den Berg tot Belbeis 54; Van Belbeis tot Salakièh 54; van Salakièh tot Catieh 84; van Catieh tot Varadeh 96 en van Varadeh tot Gaza 160 kilometers.
   "Iedere duivenkooi had haar directeur en haar wachters, die de aankomst der duiven verbeidden. Bovendien waren er dienaren en muildieren op iederen post voor respectieve ruilingen of omwisselingen van duiven."
   Het lijdt geen twijfel of deze inrichtingen waren zeer kostbaar, doch haar nut was onbetwistbaar en het is onbegrijpelijk, dat de regeeringen van Europa er niet aan gedacht hebben, haar landen met dit middel van gemeenschap te begiftigen, waarmede zij toch ten tijde van de kruistochten bekend waren. Immers Joinville, de geschiedshcrijver dier tochten, meldt ons, dat de ontscheping van Lodewijk den Heilige te Damiette (1249) den Sultan van Kaïro onmiddellijk door duiven werd aangekondigd. De Saracenen, zegt hij in zijn gedenkschriften, lieten den Sultan door boodschapduiven tot drie malen weten, dat de koning was aangekomen."
   Ook in Verlost Jerusalem van Tasso komt een duif voor, die door een sperwer vervolgd, dood in de legerplaats der Christenen kwam neervallen. Onder een der vleugels van deze luchtboodschapster vond men eenbriefje, welks inhoud de Christenen met de plannen der Muzelmannen bekend maakte.
   De duivenpost werd eveneens te baat genomen door den Sultan Saladin tijdens het beleg van Ptolemais, en door dit middel kwam ook de Sultan van Kaïro den afloop van den slag van Mansourah te weten, die zoo ongelukkig voor de Christenen eindigde.
   In het westen van Europa was omstreeks de tijden, dat in het oosten de duivenpost door de zorgeloosheid der Turken ongeveer in het laatst der zestiende eeuw te loor ging, Willem de Zwijger de eenige die van haar gebruik maakte, en wel in den strijd tegen Spanje. Bij het beleg van Haarlem in 1572, zond hij zijn instructiën aan den bevelhebber Ripperda door middel van postduiven. Ook bij het beleg van Leiden moeten de inwoners langs dien weg van den prins bericht hebben gekregen, dat pogingen werden aangewend om het land onder water te zetten.
   Het merkwaardig beleg van Venetië door de Oostenrijksche troepen in 1849, toen Manin tot dictator was uitgeroepen geworden, is een voorbeeld uit den nieuweren tijd van het nut, dat postduiven aan een belegerde plaats kunnen opleveren. Het waren de zoo bekende duiven van het St. Markusplein, waarvan men zich bij die gelegenheid bediende, zonder dat de stad er evenwel door gespaard bleef.
   In het begin dezer eeuw begon men postduiven in België, Engeland en eenige plaatsen in het noorden van Frankrijk te gebruiken, zoowel voor het overbrengen van beursorders als van dagblad- en particuliere berichten. Later werd dit verkeermiddel meer geregeld geexploiteerd door het bekende Reuter's Office, dat bij het eerste ontstaan der elektrische telegrafie ook een tijd lang beide middelen combineerde en zich toen van de duivenpost bediende om de nog eenigen tijd voortdurende gapingen in de telegraaflijnen aan te vullen.
   Het onmetelijk fortuin, dat de Gebroeders Rotschild bezitten, hebben zij hoofdzakelijk aan het gebruik van den postduivendienst te danken en de firma mocht uit erkentelijkheid wel een duif in haar wapen brengen. In 1815 bracht een postduif aan de huizen Rothschild te Parijs en te Londen de tijding van Napoleon's nederlaag te Waterloo. De gelukkige bankiers hadden gedurende drie dagen ongestoord den tijd om de Londensche beurs een onmetelijk bedrag aan efecten tegen de laagst denbare koersen in te koopen, tot op het oogenblik, dat de afloop van den slag bij de regeering zelve bekend kon zijn. Er kwam nog bij dat die tijding, welke ook door den Engelschen kustseinpost was overgebracht, door den mist was afgebroken geworden na de beide woorden: Wellington defeated... hetgeen aanvankelijk aan de nederlaag van de Engelschen deed geloooven en een aanmerkelijke daling van alle staatsfondsen uitlokte, terwijl de depeche in haar geheel luidde: Wellington defeated the French at Waterloo, een mededeeling, welke het huis Rotschild drie dagen lang in zijn bezit had.
   Vóor de opheffing der Staatsloterij in Frankrijk (1832) werden de duiven gebruikt om, zelfs op groote afstanden de opgave der getrokken prijzen over te brengen; ook de koersen der openbare fondsen werden bij groote dobberingen door deze boodschapsters overgebracht en de postduivendienst zou zonder twijfel langzamerhand vele verbeteringen hebben ondergaan, als de elektrische telegraaf niet was gekomen om er voortaan, naar het zich liet aanzien, alleen een voorwerp van liefhebberij van te maken. Toch schijnen de middelen door het voorgeslacht aangewend, om door middel van duiven te correspondeeren, weder eenigszins tot hun recht te komen. Zoo heeft de Transatlantische maatschappij in 1876 besloten aan iederen kommandant van haar schepen een paar postduiven mede te geven, om hen in staat te stellen hun terugkomst tien uren van te voren aan te kondigen; want de postduif kan in 5 uren den afstand afleggen, voor welken een stoomschip 14 à 15 uren noodig heeft; op die wijze kunnen ook de passagiers mededeelingen doen aan hun betrekkingen. De genoemde maatschappij heeft met het oog op die gemeenschap op verschillende punten van de kust, zoowel in Frankrijk als in Amerika, goed voorziene kooien aangelegd.
   Spanje heeft het postduivenstelsel toegepast ten behoeve van zijn kustvaartuigen. De Brethren van Trinityhouse hebben eveneens besloten de verschillende vuurschepen van de Engelsche kust door middel van postduiven met de kust in gemeenschap te brengen. Tengevolge van de slingering dier drijvende bakens bij zwaren golfslag, wordt de telegrafische gemeenschap dikwijls onmogelijk gemaakt, terwijl de mist hun vlaggeseinen vaak verbergt.
   Het beleg van Parijs in 1870 eindelijk, heeft de duivenpost weder geheel doen herleven. Met de ballons van Rampont dienden die vogels om tusschen de ingesloten hoofdstad en het overige gedeelte van Frankrijk een tijd lang een vrij geregeld verkeer tot stand brengen. Te betreuren was alleen, dat die dienst eerst eenigen tijd na het begin van het beleg geregeld kon werken, daar men er niet op bedacht was geweest, hem bij tijds te organiseeren.

Fig. 1. Het loslaten der postduiven. Fig. 1. Het loslaten der postduiven.    De uitzending der postduiven per ballon had te Parijs plaats in teenen manden, lang 1,5 meter, breed 1 meter en hoog 0,35 meter. De bodem was bedekt met linnen en voorzien van een laagje gedroogd run, om te beletten, dat de uitwerpselen aan de pooten kleefden. Op het run wierp men een goeden voorraad duivenboonen tot voedsel op de reis, terwijl in de breedte van een der zijden een zinken drinkbak was aangebracht. Het weder los te laten der duiven had bij de voorposten plaats en zoo dicht bij Parijs als slechts eenigszins mogelijk was. Alle manden werden gelijktijdig geopend, wanneer er verscheidene duiven moesten vertrekken (fig. 1). De vogels vliegen dan niet dadelijk weg; eenige blijven een oogenblik op den grond, anderen vliegen een weinig op, beschrijven eenige kringen en gaan dan in de richting, welke het instinct hun aangeeft; sommige oude duiven behoeven slechts 250 à 400 meters hoog te gaan, om hun richting te vinden, welke zij dadelijk volgen.
   Het oogenblik van vertrek werd zoo nauwkeurig mogelijk met behulp van goede tijdmeters aangeduid en dan aan Parijs bij de volgende expeditie opgegeven.


Fig. 2. Een postduif gedurende het beleg van Parijs, voorzien van een mikroskopische depeche.
Fig. 2. Een postduif gedurende het beleg van Parijs,
voorzien van een mikroskopische depeche.

Fig. 3. De penneschacht, waarin zich de mikroskopische depeche bevindt.
Fig. 3. De penneschacht, waarin zich de mikroskopische depeche bevindt.
Fig. 4. Poststempels van afzending en ontvangst, op den vleugel gedrukt.
Fig. 4. Poststempels van afzending en ontvangst, op den vleugel gedrukt.

   Eerst op het oogenblik en op de plaats van het loslaten, werden de buisjes - gewoonlijk penneschachten - waarin de depeches vervat waren, aan den staart der duiven vastgehecht (zie fig. 2, 3 en 4). Terwijl het gouvernement te Tours zetelde, had het vertrek gewoonlijk te Blois of in de omstreken plaats. Na de terugtrekking van het gouvernement naar Bordeaux ging het vertrekken van de duiven met meer moeite gepaard.
   Zoodra de postduiven te Parijs in haar respectieve hokken aankwamen, werden zij door een brievenbesteller eerst naar het Hoofdpostkantoor en vandaar bij den goeverneur der stad gebracht, waar de verdeeling voor de verschillende geadresseerden plaats had.

De eerste depeches, welke te Parijs aankwamen, waren met de hand op dun papier geschreven en zoo fijn mogelijk. Toch kon men ze met het bloote oog lezen. Op deze volgden de fotografische reducties, eerst op de eene, vervolgens op beide zijden van een bijzondere papiersoort. Hierbij was een loupe noodig en nog al een vrij sterke. Doch toen de mikroskopische vliesje van Dagron kwamen (fig. 5), konden ook de loupen niet meer voldoen. Op die vliesjes werden de berichten door middel der mikroskopische fotografie zóó klein overgebracht, dat er soms 2 à 3000 depeches op eenige van zulke dunne velletjes in een enkele penneschacht konden gesloten worden. Deze berichten werden bij hun aankomst te Parijs in een opzettelijk daarvoor ingerichte "leeszaal" gebracht, om daar te worden vergroot, afgeschreven en aan de geadresseerden verzonden. Die vergrooting geschiedde op de volgende wijze. In het midden der zaal, opzettelijk donker gemaakt, bevond zich op een tafel een toestel voor elektrisch licht, dat door een batterij onder die tafel geplaatst, werd voortgebracht. Aan dien toestel, waarvan de electriciteit de lichtbron vormde, bevond zich van voren een stel glazen, die den lichtstroom op een lichtvang of scherm moesten richten, welke tegen den wand was geplakt. Tusschen den lichtstroom en het bedoelde scherm bevond zich de mikroskopische depeche, welke tusschen twee glasplaten was vast gedrukt, en op het laatste kwam dan in leesbare grootte het schrift te voorschijn (zie fig. 6). Fig. 5. Een mikroskopisch, fotografisch vliesje van Dragon, in natuurlijk grootte.
Fig. 5. Een mikroskopisch, fotografisch vliesje van Dragon, in natuurlijk grootte.

Fig. 6. Vergrooting der mikroskopische depeches.
Fig. 6. Vergrooting der mikroskopische depeches.

   Gedurende den tijd, dat de gemeenschap met Parijs was afgebroken, zijn er in het geheel 95581 bijzondere telegrammen van allerlei aard aan den dienst der duivenpost toevertrouwd geworden, met een opbrengst van 432524 francs.
   De snelheid, waarmede kon gecorrespondeerd worden, was soms verrassend. De heer Dagron haalt dienaangaande het volgende voorbeeld aan:
   Daar hij voor zijn vliesje gebrek begon te krijgen aan zekere scheikundige producten, welke hij niet te Bordeaux kon bekomen, vroeg de heer Dagron ze den 18den Januari per duif-depeche aan een firma te Parijs, met verzoek ze hem per eerstvertrekkenden ballon te willen zenden. Den 24sten Januari was het gevraagde in de ateliers van den heer Dagron te Bordeaux. De postduif had slechts twaalf uren noodig gehad om den afstand van Poitiers naar Parijs af te leggen.
   Het beleg van Parijs is voor Frankrijk in zoo verre een goede les voor het vervolg geweest, dat het nu het stelsel van La Perre de Roo heeft aangenomen, die er na lange en volhardende pogingen in geslaagd is het gouvernement vierhonderd twintig postduiven van het beste Belgische ras te doen aannemen, waarvan de afstammelingen bestemd zijn de kooien te bevolken, waarmede al de vestingen en forten in Frankrijk voortaan zullen worden voorzien.

Fig. 7. Een stel bamboefluitjes voor de postduiven. Fig. 7. Een stel bamboefluitjes voor de postduiven.    Gelijk ook tijdens het beleg van Parijs bleek, kan een postduif allicht, of door een roofvogel van den weg worden afgebracht, of wel van zulk een dier een prooi worden. Tegen dit laatste hebben de Chineezen een afdoend middel. Op de plaats, waar de staart der duiven begint, binden zij een klein licht stel buisjes van bamboes vast, die onder den invloed van een sterken luchtstroom een fluitend geluid maken. Die buisjes zijn twee of drie centimeter lang, zeer licht, aan beide einden gesloten en op zijde evenals een gewoon fluitje van een opening met scherpe randen voorzien. Zes à acht van die buisjes (zie fig. 7) van verschillende lengten, zijn stevig aan elkander verbonden en verlakt tegen den regen en de vochtigheid. Dit toestel wordt op de duif vastgebonden door zijden koorden, om de drie middelste pennen van den staart, bij het punt waar deze in de huid steken. Als de duif begint te vliegen, ontstaat er een zonderlinge melodie; het instrument begint dan te werken en is zoo gevoelig, dat de minste beweging in de lucht voldoende is om het geluid te doen voortbrengen. Men begrijpt, wat dat geluid kan zijn onder de krachtige impulsie van de vlucht van het dier! Geen enkele roofvogel durft het naderbij te komen en de depeche bereikt in veiligheid haar bestemming.

   De Chineezen gewennen hun duiven aan het geraas van dit instrument door het altijd aan hun staart bevestigd te laten. Niets evenaart de lichtheid dier fluitjes dan de zorg, waarmede zij gemaakt worden. De Chineezen belasten hun duiven veel meer dan wij, want bij ons rrekent men, dat een duif geen grooter gewicht kan dragen kan dragen dan een gram, zonder in de vrijheid harer bewegingen belemmerd te worden. In China weegt het instrument op zich zelf reeds zwaarder en toch, hoewel het dier dit altijd bij zich draagt, schijnt dat het in het geheel niet te vermoeien.
E.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline