Desinfectie [III]


← overzicht
Inhoud
Start
Desinfectie [III].

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Augustus 1885 - 5e jaargang


   De desinfectie der lucht in ziekenkamers en in het algemeen in vertrekken, die bewoond worden, geschiedt het best door voortdurend luchten. Het is onmogelijk daardoor alleen alle contagiën te verdrijven; doch daarvoor is geen middel, want alle stoffen, die vernietigend op de micro-organismen werken, zijn ook schadelijk voor den zieke. Het plaatsen van houtskool, coakspoeder tot absorptie van schadelijke gassen, en het sprenkelen van azijn en eau de cologne, tot verdrijving van stank, is geen desinfectie.
   Stank of een zogenaamde verpestende lucht is niet de vijand, die onschadelijk moet worden gemaakt. Zelfs de meest reukelooze of, zooals men het noemt, zuivere atmosfeer kan door het bezit van ontelbare smetstoffen hoogst gevaarlijk zijn.
   Steeds moet men trachten de verspreiding van contagiën in ziekenkamers te voorkomen. Alles wat stof veroorzaken kan, moet vermeden worden. Het opschudden en uitkloppen van kussens, matrassen en dekens moet niet in de kamers zelf, maar in de buitenlucht geschieden.
   Het afnemen van stof van meubelen, schilderijen, wanden en vloeren geschiede met vochtige doeken, en alle voorwerpen, die veel stof kunnen opnemen en niet vochtig te reinigen zijn, worden zooveel mogelijk uit de ziekenvertrekken verwijderd.

   Wat de ziuvering der lucht betreft in vertrekken, die niet bewoond of geheel ontruimd kunnen worden, daarvoor bedient men zich het beste van Chloor. Het wordt bereid door chloorkalk met zoutzuur te overgieten. Tevens moet de lucht zoo vochtig mogelijk gehouden worden. Daar metalen voorwerpen en vele weefsels door chloor sterk worden aangetast, moet alles wat eenigszins schade lijden kan uit de vertrekken verwijderd en afzonderlijk gedesinfecteerd worden. Het is niet voldoende in zulk een vertrek een schotel chloorkalk te zetten en deze met zoutzuur te overgieten. De hoeveelheid moet groot genoeg genomen worden en daarom afwisselen met de afmetingen van het vertrek.
   Op elken M3 van een gesloten ruimte zijn ongeveer 200 à 250 gram chloorkalk en 400-500 gram zoutzuur noodig, en dit laatste moet langzamerhand over de chloorkalk gegoten worden, om een te sterk opbruisen te voorkomen. Het chloorgas late men op verschillende plaatsen in het vertrek ontwikkelen en daar het chloorzuur zwaarder is dan de danpkringslucht, zette men de ontwikkelingstoestellen zoo hoog mogelijk.
   Men zou nu meenen, dat door deze handeling ook de voorwerpen, die in het vertrek hadden vertoefd, voldoende waren gedesinfecteerd; dit is echter geenszins het geval. De microben, welke zich aan de oppervlakte bevinden, zijn wel schadeloos gemaakt, maar die welke zich in meubels, kleedingstukken en beddegoed bevinden, hebben niets geleden. Al deze zaken moeten derhalve nog afzonderlijk gezuiverd worden.
   Het verbranden van zwavel ter ontsmetting is, zooals reeds is opgemerkt, geheel zonder nut; het zwaveligzuur werkt bijna niet op de micro-organismen, evenmin als carbolzuurdampen.

   Het desinfecteeren der wanden, vloeren en zolderingen van vertrekken, wagens, enz. waarin aan besmettelijke ziekten lijdenden hebben vertoefd, vereischt een bijzondere zorg. Door de chloorberooking zijn wel de meeste micro-organismen, die aan de oppervlakte waren, vernietigd, doch er blijven nog altijd diepten, reten, spleten en andere schuilhoeken over, waar de werking niet voldoende is geweest. De aan den invloed van het chloor ontsnapte microben kunnen naderhand, door tocht of andere oorzaken, in de atmosfeer geraken en weder aanleiding tot besmetting geven.
   Het zekerste middel is het verwijderen der opperste lagen en deze door nieuwe vervangen. De behangsels moeten worden afgescheurd, doch niet voordat men eerst met vochtige doeken de daaraan klevende stof heeft weggenomen. Nog beter is het eerst de wanden met sublimaat-oplossing te behandelen.
   De afgescheurde behangsels en alle andere bekleedsels, uit het besmette vertrek afkomstig, moeten worden verbrand of diep onder den grond begraven. De vloeren worden met kali-zeep herhaalde malen geschrobd en de plafonds en zolderingen eveneens goed met zeep-oplossing behandeld.
   Het overwitten van muren en plafonds zonder dat ze eerst zijn ontsmet, en het overplakken van nieuw behangsel over het ongezuiverde oude, kan wel voor het oogenblik een voorbehoedmiddel zijn, doch zoodra de bovenste lagen afvallen of het behangselpapier loslaat, kan er weer besmetting volgen.

   Wagens, die voor het vervoer van ziek of verdacht vee hebben gediemd, moeten eerst met heet water worden schoongemaakt en zorgvuldig van alle vuil gezuiverd; daarna worden ze goed bevochtigd met een sublimaat-oplossing 1:1000, of met 5% carbolzuur in water.
   Het spreekt van zelf, dat ook de desinfectie van schepen met de meeste zorg moet geschieden en dat alleen chloorberooking daarvoor niet voldoende is. Het ontsmetten biedt daar zeer veel moeielijkheden aan, doch men kan niet zeker zijn van een goed resultaat, zoolang niet alle deelen door sublimaat-oplossing of carbolzuur bevochtigd zijn geweest.
   Alle losse voorwerpen, zooals waschgoed, verbandstukken, kleêren, huisraad kan men niet op dezelfde wijze behandelen, ten einde ze te ontsmetten. Zaken van weinig waarde verbrande men, andere, zooals instrumenten en aardewerk, stelle men aan een hooge temperatuur bloot door ze in een oven te verhitten. Waschgoed en kleeren worden op de vroeger beschreven wijze met heeten waterdamp behandeld, of men laat ze eenigen tijd verwijlen in een sublimaat-oplossing.

   Wernich raadt aan alle besmette voorwerpen, voor zoover ze daarvoor vatbaar zijn, herhaaldelijk (drie of viermaal) met water te koken. Nog betere uitwerking verkrijgt men indien, in plaats van zuiver water, voor dit uitkoken van een kalizeep-oplossing (1-2%) gebruik gemaakt wordt.
   De desinfectie van fijne chirurgische instrumenten en andere voorwerpen, die door kokend water of waterdamp beschadigd zouden worden, geschiedt het best door wasschingen met 1:1000 sublimaat-oplossing.
   De vraag op welke wijze reizigers en hun bagage, afkomstig uit besmette streken, moeten worden behandeld worden, om van een goede ontsmetting verzekerd te zijn, is niet gemakkelijk te beantwoorden. Uit al het hier boven medegedeelde is het duidelijk, dat de wijze, waarop dit tot nog toe geschiedde, geheel onvoldoende is. Zij heeft geen ander effekt dan dat zij de personen, die aan de berookingen worden blootgesteld, in alle opzichten benadeelt, zonder de ziektekiemen te schaden.
   Ontsmetting zou alleen te verkrijgen zijn, indien de reizigers gedurende de quarantaine een volledige badkuur moesten ondergaan, bestaande in het herhaaldelijk nemen van een bad met douches; en het zorgvuldig wasschen der haren met een desinfecteerende vloeistof.
   De kleederen, bagage, enz. der reizigers zouden op de boven reeds beschreven wijze behandeld moeten worden, want berookingen met chloor of zwaveligzuur dooden in de gunstigste omstandigheden alleen de bacteriën der oppervlakte; de werking dringt niet tot het inwendige door.

   Zoo zouden ook behandeld moeten worden alle balen, kisten, pakken, in een woord alle koopmansgoederen, uit besmette streken afkomstig. Volgens Wernich zouden deze maatregelen nog niet afdoende zijn, indien zij niet genomen werden op de plaats der besmetting zelve.
   Het is zeer te betwijfelen, of er mogelijkheid bestaat, om de desinfectie op deze wijze uit te voeren, er zijn bijna niet te overkomen bezwaren aan verbonden, die niet nader behoeven omschreven te worden; doch dit is zeker, dat de ontsmetting zooals zij tot nog toe plaats vond, geheel nutteloos is en daarom gerust achterwege kan blijven.
   De desinfectie van uitwerpselen, afval, enz. geschiedt ook het best met carbolzuur en sublimaat-oplossing.
   Uitwerpselen, uitbraaksel, enz. van zieken moeten, voordat ze worden weggeworpen, vier-en-twintig uur in aanraking, of liever vermengd zijn geweest met een ongeveer gelijke hoeveelheid 5% carbolzuur, of 1:1000 sublimaat-oplossing, en alle voorwerpen, die met de zieken in aanraking zijn geweest, moeten met dezelfde oplossingen gereinigd worden.

   Aangezien het vrij zeker is, dat het water dikwijls de verspreider is van de smetstoffen, dient men vooral voor goed drinkwater zorg te dragen. Op verscheidene plaatsen, vooral in onze groote steden, wordt daarin voorzien door waterleidingen, die het gezuiverde water aanvoeren. Op de meeste plaatsen echter zijn de bewoners zoo gelukkig niet, en moeten zij zich vergenoegen met het water, dat uit putten wordt opgepompt, of dat als regenwater van de daken wordt opgevangen. Dat dit water in den regel zeer onzuiver is, en allerlei schadelijke stoffen bevatten kan, behoeft nauwelijks vermeld te worden. Men zal dus goed handelen, vooral in tijden van epidemieën, zulk water niet te gebruiken, voordat men het een zuivering heeft doen ondergaan. Het zekerste middel is koken. Water, dat een half uur goed heeft gekookt, bevat geen mikroben meer, die voor ontwikkeling vatbaar zijn. Doch gekookt water is als drinkwater minder geschikt en daarom heeft men naar middelen omgezien, die het water kunnen zuiveren, zonder het zijn drinkbaarheid te doen verliezen.
   Chamberland heeft dartoe een filtreertoestel samengesteld, die het water volkomen van mikroben bevrijdt. Een beschrijving van dezen toestel kan men vinden op bladz. 133 van dezen jaargang van "de Natuur" [filtreertoestel Chamberland].
   Een andere toestel, door Johnson uitgevonden,is algemeen in Engeland in gebruik. De beschrijving daarvan zou ons nu te ver voeren. Wij komen daarop in een volgende aflevering terug. [filtreertoestel Johnson]
Dr. J.E. Rombouts


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline