|
|
Desinfectie [II].
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Juli 1885 - 5e jaargang |
Van de genoemde desinfectie-middelen zijn alleen de volgende in staat om binnen den tijd van 24 uren de miltvuursporen te vernietigen: Chloorwater, BVroomwater, JOdwater, en oplossingen in water van Sublimaat 1%, Overmangaanzure kali 5%, Osmiumzuur 1% en Carbolzuur 5%. Er vallen er dus verscheidene af, waarin men tot nog toe bij desinfectie veel vertrouwen stelde. Zelfs hevige vergiften, zooals arsenik en loodazijn missen hun werking op de miltvuursporen; eveneens die stoffen, welke overigens om hun sterke werking op organische lichamen bekend zijn, zooals ijzerchloride, ijzervitriool, chloorzink. Het ijzervitriool speelde tot heden een groote rol bij de ontsmetting; waar het echter te doen is om bacteriën-sporen te vernietigen, kan het, zooals men ziet, niet meer in aanmerking komen. Een 5% oplossing kon in 6 dagen tijd de ontwikkeling der sporen niet verhinderen.
Bij de desinfectie zal daarentegen meer gebruik moeten worden gemaakt van Sublimaat-oplossing, want deze werkt doodend op alle ziektekiemen, en dikwijls geschiedt dit reeds na een inwerking van weinige minuten. Koch heeft van de werking van sublimaat op miltvuursporen een bijzondere studie gemaakt en o.a. bevonden, dat een sublimaatoplossing van 1:5000 voldoende is, om na eenige minuten alle ontwikkeling te doen ophouden, terwijl bij een langere inwerking de desinfectie eerst bij een verdunning van 1:20000 onzeker wordt.
Bij proeven met aarde genomen, door verschillende soorten van sporen besmet, bleek het, dat oplossingen van 1:1000, 1:2000, 1:5000 alle leven vernietigden. Was de aarde echter niet met sporen, doch alleen met miltvuur-bacillen besmet, dan was een oplossing van 1:330000 reeds voldoende om tot ditzelfde resultaat te geraken.
Ook Kalizeep (gewone groene zeep) is gebleken een goed desinfectie-middel te zijn, doch alleen voor de bacillen en niet voor de sporen. Een oplossing van 1:1000 doodt alle miltvuur-bacillen in korten tijd.
De voornaamste gasvormige desinfectiemiddelen, die tot nog toe algemeen als goed staan aangeschreven, zijn: Chloor, Broomdamp, Zwaligzuur, Salpetrigzuur, Ozon en Waterstofsuperoxyd.
Ook deze gassen zijn door verschillende onderzoekers nauwkeurig beproefd, met het oog op hun ontlenende werking op miltvuur-sporen en verschillende bacteriën, en het is gebleken, dat het Chloor alle leven vernietigt, zoowel van sporen als bacteriën, mits het goed wordt aangewend. Een hoofdvereischte voor den goeden uitslag is de aanwezigheid van vocht. Droge lucht kan verscheidene volumepercenten Chloor bevatten zonder eenige werking uit te oefenen.
Bij gemiddelde vochtigheid der lucht is 1 vol.% Chloor in 24 uren voldoende; bij kunstmatig met vocht verzadigde lucht is reeds 0,3 vol.% in 3 uur in staat alle micro-organismen te dooden.
Het zal dus zaak zijn, om bij het aanwenden van Chloor tevens de lucht zoo vochtig mogelijk te maken, en ook de te desinfecteeren voorwerpen te bevochtigen. Dit kan geschieden door besprenkeling met water of door het ontwikelen van waterdamp.
Over de werking van Broomdampen zijn de gevoelens verdeeld. Volgens Fischer en Proskauer, zijn bij gemiddelde vochtigheid der lucht 3 vol.% Broom in staat, om in 24 uren alle micro-organismen te dooden en bij kunstmatige vermeerdering van het watergehalte zijn reeds 0,03 vol.% daartoe in staat. De resultaten zijn echter zeer ongunstig bij een lage temperatuur, en ook tasten de Broomdampen meubels, kleedingstukken en andere voorwerpen veel sterker aan dan Chloor. Door anderen wordt Broom als desinfectie-middel boven Chloor gesteld, doch alleen bij een temperatuur van minstens 18°C.
De proeven met beide stoffen hebben echter aangetoond, dat de desinfectie slechts oppervlakkig is, nl. dat alleen de kiemen gedood worden, die zich aan de oppervlakte der voorwerpen bevinden en dat dus de ontsmetting van kleederen, kussens en dergelijken moet geschieden door blootstellen aan heeten waterdamp of door wasschen met Sublimaat-oplossing.
Een ander gasvormig desinfectie-middel, het Zwaligzuur, of de zoogenaamde zwaveldamp door verbranden van zwavel verkregen, is gebleken bijna onwerkzaam te zijn op de verschillende micro-organismen. Het worde dus voorlopig niet meer als ontsmettingsmiddel aangewend. Over de werking van waterstofsuperoxyd, ozon, stikstofoxyde, salpeterig zuur en zoutzuur moet nog meer licht worden verspreid. Niettegenstaande reeds veel proeven daarmede genomen zijn, is men nog in het onzekere over hun vernietigende kracht. Het verdampen van carbolzuur op besmette plaatsen is ook geheel nutteloos. Zelfs na een inwerking van anderhalve maand op miltvuursporen en bacillen heeft Koch geen vermindering in ontwikkeling kunnen bespeuren. Bij verhooging van temperatuur neemt echter het ontsmettingsvermogen der carbolzuurdampen sterk toe.
Zooals reeds is opgemerkt, staan we, wat de kennis der ziektekiemen aangaat, nog niet hoog, en daaruit volgt, dat ook onze kennis der middelen, die hun ontwikkeling verhinderen, nog niet veel beteekent. De medegedeelde resultaten hebben dan ook hoofdzakelijk betrekking op de sporen en bacillen van de miltvuur-bacteriën en daar deze bekend zijn als grooten weerstand te kunnen bieden aan verschillende invloeden, mag men aannemen, dat verscheidene ziektekiemen, wanneer ze op dezelfde wijze met dezelfde middelen worden behandeld, ook hun ontwikkelingsvermogen zullen kunnen verliezen.
Hoe voorzichtig men echter moet zijn met het trekken van besluiten, bewijst het volgende door Koch, Fischer en Schill waargenomene met den tuberkel-bacillus (Bacterium tuberculosis. Koch).
De bacillus, die de onder den naam van tuberculose bekende ziekte verwekt, brengt zeer spoedig sporen voort en ontwikkelt zich het best tusschen 29° en 42°, terwijl de grenzen van den miltvuur-bacillus veel ruimer zijn (van 20°-43°). Deze grenzen kunnen dus ter desinfectie gemakkelijk overschreden worden en dan houdt alle ontwikkeling op. Maar bij den tuberkel-bacillus is daarom de desinfectie nog niet verkregen; want daar zich de sporen van dezen bacillus zeer snel ontwikkelen, kan men verzekerd zijn, dat in alle afscheidingen en uitwerpselen van aan deze ziekte lijdenden, behalve de bacillen, ook reeds sporen aanwezig zijn, die afzonderlijk moeten worden gedood. Als desinfectie-middel kan hierbij aangewend worden een droge hitte van minstens 100° gedurende verscheidene uren, nog beter echter heete waterdamp, die zelfs droge sporen in een uur tijds en natte in een kwartieruur tijds vernietigt.
Ook door koken mte water gedurende eenige minuten is de desinfectie volkomen. Sublimaat daarentegen werkt zelfs in oplossing van 1:500 niet vernietigend. 5% carbolzuur doodt in 24 uren, wanneer het in gelijk volume bij de uitwerpselen wordt gevoegd, alle sporen volkomen. Ook Anilinewater à3.2% heeft men als een goed ontsmettingsmiddel bij deze ziekte leeren kennen.
Volgens de voorloopige mededeelingen van Koch over de desinfectie van den Cholera-bacillus, ontwikkelen zich deze microben het best tusschen 30° en 40°, en schijnt de groei beneden 16° op te houden.
Door het afsluiten van lucht of het invoeren van koolzuur wordt ook hun groei verhinderd, maar gedood worden zij niet. Ditzelfde wordt ook verkregen door: |
| Wijngeest van |
10 |
: |
100 |
| Oplossing |
van |
IJzervitriool |
2 |
: |
100 |
| » |
» |
Aluin |
1 |
: |
100 |
| » |
» |
Kamfer |
1 |
: |
300 |
| » |
» |
Carbolzuur |
1 |
: |
400 |
| » |
» |
Pepermuntolie |
1 |
: |
2000 |
| » |
» |
Kopervitriool |
1 |
: |
2500 |
| » |
» |
Chinine |
1 |
: |
5000 |
| » |
» |
Sublimaat |
1 |
: |
100000 |
Jodiumoplossing en 4% keukenzoutoplossing houden daarentegen de ontwikkeling niet tegen.
De cholera-microbe van Koch wordt ook, daar hij geen sporen voortbrengt, door uitdroging gedood.
Na kennisname van het voorgaande rijst de vraag: hoe men moet handelen om een goede desinfectie te verkrijgen. Het is duidelijk, dat de methoden, die men tot nog toe volgde, òf geheel verlaten òf aanmerkelijk gewijzigd moeten worden. Zij bestaan in het ontwikkelen van chloor en zwaveligzuur, benevens het wasschen met, en het verdampen van carbolzuur en in het wegnemen van stank door aanwending van ijzervitriool-oplossing. Wij hebben gezien, dat deze stoffen in het geheel geen invloed uitoefenen, of alleen dan, wanneer ze bij voldoende concentratie en onder gunstige omstandigheden inwerken.
Ook is het bij een desinfectie niet voldoende, wanneer de kiemen slechts tijdelijk onwerkzaam zijn gemaakt; zij moeten geheel vernietigd worden. Hoe dikwijls toch is het voorgekomen, dat een besmettelijke ziekte weder uitbrak, soms na verloop van jaren, op dezelfde plaats en in dezelfde kamer, waar vroeger die ziekte had geheerscht, niettegenstaande men meende voldoende ontsmet te hebben. Nägeli deelt mede, dat te München eenige metselaars de pokken kregen, nadat ze in een kamer, waar 6 of 7 jaar geleden poklijders verpleegd waren geweest, de kalk hadden afgekrabt. Hier had men ter desinfectie waarschijnlijk alleen met kalk gewit, en de kalk had, in plaats van de contagiën te dooden, ze slechts geconserveerd.
Een goede desinfectie strekt zich uit tot het ontsmetten van de lucht; het desinfecteeren van wanden, zolders en vloeren van woontrekken, transportwagens en schepen; het desinfecteeren van losse voorwerpen, zooals huisraad, kleederen, waschgoed; verder van reizigers en hun bagage, van uitwerpselen en afval en eindelijk tot de desinfectie van het water.
Wanneer men middelen kende en ze tevens ook kon aanwenden, om de lucht volkomen van smetstoffen te zuiveren, was de groote bron van besmetting weggenomen. Want al moge het niet volkomen waar zijn wat Nägeli verkondigt, dat alleen die smetstoffen, die door de ademhaling in ons lichaam geraken, kans hebben om zich voort te planten, zeker is het, dat de lucht als de groote oorzaak van besmetting moet worden aangemerkt.
Wanneer van ontsmetting der lucht gesproken wordt, bedoelt men daarmede het zuiveren der lucht in besloten ruimten. |
| (Slot volgt.) |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
→
| ↑ |
|