Barometerstand


← overzicht
Inhoud
Start
De barometerstand: correspondentie.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Januari 1885/15 Maart - 5e jaargang


   C.J.F. te U. - Waarom is de barometerstand aan de keerkringen hooger dan aan den equator, terwijl hij toch aan de polen lager is dan aan den evenaar?
- De lagere barometerstand aan den equator wordt verklaard uit den opstijgenden luchtstroom, die zich in de hoogere luchtstreken naar de polen richt. Op de breedte van omstreeks 30° tot 40° bereikt de luchtdrukking haar maximum; dit wordt toegeschreven aan den strijd tusschen den hoogeren Z.O. met den lageren N.O. passaat, waardoor een ophooping van lucht zou ontstaan. Waarom zij vandaar naar de polen toe zoo vermindert, dat zij in de noordelijke streken zelfs lager is dan aan den equator, is, voor zoover ons bekend, nog niet voldoende verklaard.

   De heer J. Neiszen, te 's Princenhage, schrijft ons, naar aanleiding van de vraag, door C.J.F. te U. in Afl. 1 van 1885 gedaan, het volgende:
   Het komt mij voor, dat de vermindering van den barometerstand naar de polen toe veroorzaakt kan worden door de afplatting, welke de dampkring aan de polen heeft ondergaan, tengevolge van de beweging der aarde om haar as, waarin hij deelt. Die afplatting is bij de aarde, wel is waar zeer gering; maar, mij dunkt, dat zij bij den dampkring veel aanzienlijker kan zijn, hoofdzakeliji om twee redenen.
De eerste is, dat - terwijl de aarde, toen zij haar afplatting onderging, wellicht reeds in een dikvloeibaren toestand verkeerde, de dampkring daarentegen gasvormig is en zijn kleinste deeltjes derhalve veel beweeglijker zijn en daardoor te gemakkelijker aan den invloed der middelpuntvliedende kracht zullen gehoorzamen. De tweede reden is, dat de dampkring verder van het middel- of zwaartepunt ligt en een grooteren omtrek heeft dan de aarde zelf, waaruit volgt, vooreerst dat de centrifugaalkracht bij de omwenteling van den dampkring minder dan bij die van de aarde door de centripetaalkracht wordt tegengewerkt, en ten anderen, dat de deeltjes van den dampkring, als een grooteren cirkelomtrek beschrijvende bij hun omwenteling, in gelijken tijd, een grooteren afstand hebben af te leggen, en daardoor een grooetere snelheid bezitten dan die van de aarde, waardoor de centrifugaalkracht bovendien nog zeer zal worden versterkt.
   Indien wij nu mogen aannemen, dat dientengevolge de dampkring der aarde aan de polen niet onaanzienlijk zal zijn afgeplat, dan volgt daaruit evenzeer, dat de dampkring van den evenaar naar de polen van lieverlede in hoogte afneemt, en dus - als overigens de dichtheid niet of slechts zeer weinig verschilt - zijn zwaarte of drukking tevens moet verminderen. Die dichtheid kan aan de polen door de meerdere koude en daaruit voortvloeiende inkrimping wel iets grooter zijn; doch dat kan slechts weinig beduiden. Naar ik vermoed, zal zich dat verschil in dichtheid toch hoofdzakelijk alleen tot dat geringe gedeelte van den geheelen danpkring bepalen, hetwelk beneden de sneeuwlijn ligt. Boven de snneuwlijn zal, dunkt mij, de dampkring tegenover den evenaar der aarde wel ongeveer even koud zijn, als tegenover de polen.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline
→