Automotor


← overzicht
Inhoud
Start
De automotor van Abel Pifre.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 October 1885 - 5e jaargang


   Het aantal verschillende motoren voor de kleinnijverheid is weder met een vermeerderd. De maker van dezen nieuwen motor, de ingenieur Abel Pifre, heeft zich ten doel gesteld een motor samen te stellen, die overal, in de stad en in het dorp gebruikt kan worden, gemakkelijk in beweging te brengen is, geen bijzondere kennis vereischt voor zijn onderhoud en de eenvoudigheid der gasmotoren met de buigzaamheid en zuinigheid van het stoomwerktuig in zich vereenigt.
   Onze lezers weten, dat de oplossing van dit vraagstuk reeds door andere werktuigkundigen op verschillende wijzen is beproefd; stoom, heete lucht, gas en water zijn achtereenvolgens te baat genomen, om daarmede een motor in beweging te brengen, die den handwerksman of kleinen industrieël den arbeid aan huis zou kunnen verlichten. Nog in de voorgaande aflevering konden we wijzen op een nieuwe toepassing van verdunde lucht voor dit zelfde doel.

   Abel Pifre heeft gemeend zijn toevlucht weder te moeten nemen tot het reeds lang gebruikte middel, den stoom. Uit de hier volgende korte beschrijving van zijn motor moge blijken, in hoeverre hij de bezwaren tegen het gebruik van stoom, ook door niet deskundigen, heeft weten te overwinnen.
   Om het hoofdbezwaar der kleine stoomwerktuigen, de noodzakelijkheid eener aanhoudende bewaking te ontwijken, is Pifre van de gewone wijze van stoomvorming en van de gewone omzetting van het arbeidsvermogen van den stoom in arbeid afgeweken. Hij heeft een samenstel bedacht, dat om zoo te zeggen, gedurende verscheidene uren van zelf kan werken, zonder een voor den gebruiker lastig toezicht te vereischen; vandaar de naam, dien de maker aan zijn werktuig heeft geschonken.

Fig. 1. De stoommachine van Abel Pifre voor huiselijk gebruik.
Fig. 1. De stoommachine van Abel Pifre voor huiselijk gebruik.
Fig. 2. Schets van de samenstelling der stoommachine van Pifre.
Fig. 2. Schets van de samenstelling der stoommachine van Pifre.

   De automoteur, door fig. 1 in zijn geheel, en door fig. 2 in zijn samenstellende deelen voorgesteld, bestaat uit drie voorname deelen; een ketel, de eigenlijke motor en de condensor. De twee eerste staan te zamen op een zelfden voet, de condensor kan geplaatst worden, waar men dit voor het gemak het best oordeelt.
   De ketel A (fig. 2) gelijkt heel veel op een calorifère, maar gewijzigd voor het doel om overvloedig stoom voort te brengen. De vuurhaard bevindt zich onder de kolom H, die men geheel vult met de beschikbare brandstof. De verbranding geschiedt op den rooster E, in de kolom beneden. Zij blijft onafgebroken voortduren, zoo lang er cokes in de kolom zijn. Van tijd tot tijd werpt men kolen in om de oude te vervangen.

   De maker verzekert, dat dit voldoende is om een regelmatige en standvastige stoomvorming te verkrijgen, zonder de storingen, die gewoonlijk bij de kleine stoomwerktuigen voorkomen. De verbrabding wordt geregeld door de deur van den aschhaard en den sleutel in de schoorsteenpijp.
   De motor B is van het veel gebruikte, weinig plaats innemend type pilon, gelijk de Franschen dit noemen. De cilinder, de zuiger en de stoomschuiven behoeven nooit gesmeerd te worden. Wat den cilinder C betreft, deze bestaat uit een pijp G, die de uitlaatpijp F over een zekere lengte omgeeft en dient om koud water rondom deze laatste te doen circuleeren.
   De in den ketel gevormde stoom treedt in den cilinder, verplaatst den zuiger om de gewone beweging voort te brengen, die bij elk stoomwerktuig wordt aangetroffen en ontsnapt daarna door de pijp F. Hij wordt verdicht door het koude water in de pijp G en als gedistilleerd water opgevangen in het bakje K. Van hier wordt dit gedistilleerde water door de voedingspomp L naar den ketel gevoerd, die steeds tot gelijke hoogte gevuld blijft. Dit en de automatische voeding van de brandstof in den haard zijn de karaktertrekken van den nieuwen motor, welks onderhoud en bewaking tot geringe grootheden zijn teruggebracht.

   De automotor in figuur 1 is de kleinste, welken Pifre maakt, van een vierde paardekracht. Hij weegt 350 kilogram en beslaat slechts een ruimte van 1 meter lengte, 0,6 breedte en 0,7 meter hoogte. Hij is van dezelfde veiligheidstoestellen voorzien, als de groote stoomwerktuigen. Het bakje, waarin het gedistilleerde water, van het verdichten afkomstig, wordt verzameld, is voorzien van een elektrischen wekker, die waarschuwt, zoodra er eenige stoornis aanwezig is.
   Behalve voor eenige Parijsche industrieën heeft Pifre zijn motor ook toegepast op een stoombootje van 6,5 meter lengte, dat gemakkelijk door één man als machinist en stuurman wordt bediend.
   De bron, waaraan we de bovenstaande bijzonderheden ontleenen, laat ons omtrent vele andere in den steek. Het is daarom niet mogelijk over de meerdere of mindere voortreffelijkheid van dezen motor boven de onderscheidene reeds bestaande kleine stoomotoren in bijzonderheden te oordeelem; over het geheel genomen evenwel, komt het ons voor, dat de constructie van Pifre niet veel nieuws bevat en zouden we er niet gaarne voor instaan, dat deze motor zijn fraaien naam van automotor niet wel eens zal verloochenen.
H.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline