Wind


 overzicht
Inhoud
Start
Waar en wanneer waait het het hevigst.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 September 1884 - 4e jaargang


   Op deze vragen bekomt men bijna regelmatig ten antwoord: op zee waait het heviger dan op het land, en bij nacht weer heviger dan bij dag. Deze laatste bewering tracht men gewoonlijk door verhalen van vreeselijke nachtelijke stormen te bewijzen, doch daarbij speelt het grootere gevoel van angst bij nachtelijke duisternis een hoofdrol. De Schotsche meteoroloog A. Buchan heeft gedurende den geheelen tocht van den "Challenger", die drie en een half jaar duurde, dagelijks minstens twaalf maal aanteekeningen omtrent de windkracht gemaakt, en hieruit de bovenstaande vragen beantwoord. Op den Challenger werden deze 12 dagelijksche waarnemingen in het geheel gedurende 1202 dagen gedaan, waarvan 650 dagen in de volle zee en 552 dagen in de nabijheid van het land, en wel op al de vijf oceanen der aarde.
   Uit de 7800 waarnemingen in volle zee heeft Buchan berekend, dat de gemiddelde snelheid van den wind 12,5 zeemijlen per uur bedraagt; de 6624 waarnemingen in de nabijheid van het land geven daarentegen slechts een gemiddelde snelheid van 10,7 zeemijlen per uur. Om 4 uur 's morgens bedraagt het onderscheidt zelfs 5,2 zeemijlen; met het toenemen der warmte des daags neemt het onderscheid af, en bedraagt om 2 uur 's middags minder dan 3 zeemijlen per uur. Een zeemijl heeft 1852 meter.
   I volle zee heeft de wind een bijna gelijkmatige kracht; tusschen de grootste en kleinste gemiddelde kracht bedragt het onderscheid nauwelijks 1 zeemijl. In de nabijheid was de verhouding echter geheel anders; de geringste windkracht valt dan op de morgenuren tusschen 2 en 4 uur, het maximum op 2 uur 's namiddags. De invloed van de warmte overdag wordt daardoor ten duidelijkste bewezen; de geringste windsnelheid valt met de laagste, de grootste snelheid met de hoogste temperatuur samen. Daar de dagelijksche temperatuur van het zeewater in volle zee slechts zeer weinig verandert, - in den noord-Atlantischen Oceaan bedraagt het dagelijksche verschil slechts 0,7° C. - verschilt ook de windsnelheid slechts weinig, daar de dampkringslucht op een gelijkmatig warmen bodem rust, die geen opstijgende luchtstroomingen, enz. ten gevolge heeft. In de nabijheid van het land is echter het dagelijksche verschil in temperatuur der lucht boven de zee grooter en bedraagt daar 4,3° C.; op het land zelf is het verschil nog grooter. De verschillen in windsnelheid gaan daarmede hand aan hand. De windkracht stijgt tegen den tijd, dat de temperatuur het dagelijksche gemiddelde overschrijdt, en zij neemt af tegen den tijd, dat de temperatuur beneden het gemiddelde daalt. De verklaring van dat verschijnsel is niet moeilijk, als men de wrijving over de ongelijke aardoppervlakte als de oorzaak aanneemt, waarom de wind boven het land geringer snelheid heeft dan boven de zee. De opstijgende luchtstroom gedurende de hitte des daags vermindert de wrijving, de dalende luchtstroom gedurende de nachtelijke koude vermeerdert de wrijving der lucht op de ongelijke aardoppervlakte.
W.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline