Watermotor


 overzicht
Inhoud
Start
De watermotor van F.A. Zschiesche.

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Juni 1884 - 4e jaargang


De watermotor van F.A. Zschiesche.
De watermotor van F.A. Zschiesche.

   Elk stoffelijk lichaam, dat in beweging is, bezit arbeidsvermogen en kan dus gebruikt worden om beweging voort te brengen. Hoe meer massa dit lichaam heeft, maar vooral hoe grooter zijn snelheid is, des te aanzienlijker is zijn arbeidsvermogen. Zoo vertegenwoordigt een waterval des te meer arbeidsvermogen, naarmate een grootere hoeveelheid water van een grootere hoogte naar beneden komt. Er is op de aarde heel wat arbeidsvermogen van dit soort aanwezig, dat maar steeds ongebruikt blijft of in nutteloozen, ja dikwijls schadelijken arbeid wordt omgezet; in geheel Duitschland bijv. gebruikt men slechts ca. 169 000 paardekrachten door water verkregen, tegenover 885 600 door stoom, terwijl de waterkracht der voornaamste stroomen daar op 1756 600 paardekrachten geschat wordt. Toch zijn reeds sedert menschengeheugenis middelen bekend om de beweegkracht van het water op andere werktuigen over te brengen. Nog tegenwoordig gebruikt men deze nagenoeg onveranderd in den vorm van boven-, middel- en onderslagraderen. Het zijn vertikaal opgestelde raderen aan welker omtrek borden of schoepen zijn verbonden; het rad, besloten tusschen twee evenwijdige wanden, ontvangt het vallende water door een opening of schut op zijn schoepen, die door den stoot van het water in beweging gebracht, het rad ronddraaien. Valt het water op de bovenste schoepen in, dan heet het rad een bovenslagrad, stoot het tegen de onderste schoepen, dan heet het onderslagrad en komt het ergens tusschen het bovenste en het onderste gedeelte van het rad in, dan is dit een middelslagrad. Ofschoon door een wijziging in den vorm der schoepen, door Poncelet, bij deze raderen een groote verbetering werd aangebracht, werden zij in den laatsten tijd hoe langer hoe meer verdrongen door de zoogenaamde turbine van Fourneyron en anderen; dit is in hoofdzaak een horizontaal waterrad, voorzien van gebogen schoepen, die besloten tusschen een bovensten en benedensten krans, de ruimte daartusschen in gebogen cellen of buizen verdeelen. De verdere beschrijving van de vrij samengestelde inrichting der turbines moeten we hier achterwege laten om er bij gelegenheid een afzonderlijk artikel aan te wijden, opgehelderd met de onmisbare figuren, die ons op dit oogenblik niet ten dienste staan. Als voordeelen van de turbines op de waterraderen worden aangegeven, dat een turbine een regelmjatiger gang heeft dan het waterrad, dat zij meestal goedkooper van aanleg is en geringen kosten van herstelling vordert, dat haar beweging gemakkelijker wordt overgebracht en dat zij veel minder plaats inneemt dan eenig ander waterrad.
   Een enkele soort van waterraderen hebben we nog verzuimd op te merken; het zijn de schepraderen, door een niet ingesloten waterstroom gedreven, en waartoe juist de aan het hoofd van dit artikel genoemde motor gebracht moet worden. Een gewoon onderslagrad kan in een stroomend water worden geplaatst, terwijl het rad niet zijdelings door een waterloop is ingesloten; de schoepen worden dan alleen door het voortstroomende water medegevoerd en brengen het rad in een draaiende beweging. De wijzigingen, door Zschiesche in dit stelsel aangebracht, komen in de gravure vrij duidelijk uit.
   Een houten geraamte ondersteunt twee ijzeren raderen van verschillende grootte. Het grootste rad is drijfwiel; zijn as, op kussens rustende, kan hooger of lager gesteld worden; evenzoo die van het kleine rad. Men kan de raderen aldus zeer gemakkelijk tot op een behoorlijke diepte in den stroom plaatsen, hoe de stand van het water ook zij. De geheele inrichting wordt op eenig punt van een rivier opgesteld, waar een voldoende stroom is. Hoe zwakker de stroom is, des te grooter moet het drijfwiel wezen; daar het geheel eenvoudig op palen rust, kan het echter gemakkelijk van een zeker punt naar een ander, waar meer stroom is, worden overgebracht. De spaken van de wielen loopen uit in haken. welke dienen om met behulp van twee kettingen zonder eind, door schoepen met elkaar vereenigd, de wielen rond te draaien. De schoepen zijn draaibaar om een as en staan bij elke diepte van het drijfwiel in het water steeds loodrecht op het watervlak. De schoepen worden hun plaats gehouden door pennen, die men op een ijzeren kwadrant verplaats.
   Het bewegelijke onderdeel, bestaande uit de eene helft der twee kettingen met de schoepen, is geheel onder water gedompeld en wordt door den stroom medegevoerd. Het bovendeel wordt gedragen door een rol, in 't midden tusschen de beide raderen.
   De as van het kleinste rad is van een riemschijf voorzien om de beweging op andere werktuigen te kunnen overbrengen.
   de groote ruimte, die voor deze eenvoudige inrichting gevorderd wordt, zal in zeer veel gevallen wel een onoverkomelijk bezwaar tegen haar gebruik opleveren.
H.


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline