Luchtspoorweg enkele rail van Duchamp [3]

spoorweg [1]
spoorweg [2]
 overzicht


Inhoud
Start
De luchtspoorweg met enkele rail van Duchamp. [3]

Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 November 1884 - 4e jaargang


   Toen de beschrijving van den spoorweg met enkelen rail volgens het stelsel van den ingenieur Lartigue1 in Amerika bekend werd, maakten eenige technische tijdschriften de opmerking, dat dit stelsel in de Vereenigde Staten reeds geoctroijeerd was, om tot een werkelijk personenvervoer te dienen. De uitvinding zou dus geen Fransche, maar een Amerikaansche wezen.

Fig 1. De luchtspoorweg met enkelen rail van Duchamp, te Lyon.
Fig 1. De luchtspoorweg met enkelen rail van Duchamp, te Lyon.

   De Fransche ingenieur Couffinhal heeft op verzoek van den redacteur van La Nature de bewijzen van het tegendeel geleverd.
   Ofschoon deze zaak op zich zelf voor ons geen belang heeft, zoo bracht zij toch een andere inrichting volgens een soortgelijk stelsel aan het licht, die, al ware het slechts voor de geschiedenis, een korte vermelding verdient.

Fig 2. De wagen, de rail en een der palen in doorsnede.
Fig 2. De wagen, de rail en een der palen in doorsnede.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.
   Tijdens de tentoonstelling van 1872 te Lyon had de ingenieur Duchamp daar een spoorweg van 1100 meter aangelegd (fig. 1), die slechts één ijzeren rail bezat. Deze rail rustte op houten palen, die van afstand tot afstand in den grond staande, zich tot 4,5 meter daarboven verhieven. Op deze hoogte was een houten rail (fig. 2) geplaatst, langs welken aan elke zijde van den paal een katrolschijf C kon glijden, die onder aan den wagen, voor het na te melden doel, van weerszijden was aangebracht. Op den houten rail steunde een ijzeren stang I en daarboven weder een houten blok D, dat den ijzeren rail moest dragen.
   De wagen bestond uit twee symmetrische delen, die elkander aan de beide kanten van den rail in evenwicht moesten houden; hij rustte op den rail met twee katrolschijven, een van voren en een van achcteren. Het bezwaar, dat dit evenwicht door een ongelijke belasting van de beide deelen telkens zou verbroken worden, had de uitvinder opgeheven door de twee bovengenoemde, horizontale katrolschijven onder aan den wagen te plaatsen; als het evenwicht werd verbroken, kwam een dezer schijven met den houten rail D in aanraking en draaide met rollende wrijving daarlangs.
   De trekkracht werd geleverd door een stoomwerktuig van 8 paardekracht, van welke echter slechts 2 tot 3 noodig waren. Aan elk einde van de lijn stond een horizontale trommel, waarom een kabel zonder eind liep, terwijl een dier trommels door de stoommachine gedraaid werd. Het kabeltouw, dat dus de dubbele lengte van den weg had, liep overlangs door den wagen heen; stond deze stil, dan gleed het touw los over de draaischijnven E; om den wagen in beweging te brengen, klemde men hem vast aan dat gedeelte van het touw, hetwelk zich in dezelfde richting bewoog, als waarin men den wagen wenschte te doen voortgaan. Ten behoeve van deze klemming had Duchamp de inrichting bedacht, welke in fig. 3 geschetst is.

   Aan den wagen bevonden zich vier vaste draaischijven E en drie verplaatsbare: de laatste konden tot de vaste genaderd of van deze verwijderd worden door middel van een drukschroef F. Werd de kabel stevig tusschen deze draaischijven vastgeklemd, dan voerde hij in zijn beweging den wagen mede. r waren zoo twee stellen van draaischijven, het eene voor het heengaan, het andere aan de tegenovergestelde zijde van den wagen, voor het terugkomen. Wilde men onderweg stil houden, dan moest de conducteur den kabel ook met het tweede stel draaischijven verbinden. Fig 3. Inrichting voor de voortbeweging van den wagen.
Fig 3. Inrichting voor de voortbeweging van den wagen.
   Dit vreemde spoorwegstelsel is gedurende eenigen tijd te Lyon in werking geweest. De trein bestond uit twee, op de gewone wijze aan elkander gekoppelde rijtuigen, die elk 30 reizigers konden bergen. De prijs voor één plaats was 10 centimes, en dat het stelsel nog niet zoo heel slecht moet gewerkt hebben, blijkt uit de ontvangsten, die op sommige dagen ruim 250 francs bedragen hebben.
H.

1 "De Natuur", Jaarg. IV, blz. 57 [Spoorweg deel 1] en 169 [Spoorweg deel 2], 1884


webdesign & copyright
© 2001-2004 Eveline