|
|
Een elektrische klok.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Januari 1884 - 4e jaargang |
In den vorigen jaargang van dit tijdschrift, verzocht J.A.A.S. te H. een beschrijving van een uurwerk, door elektriciteit gedreven, doch zonder in verbinding te staan met een andere tijdbewaarder.
In de volgende regelen hoop ik de inrichting van zulk een uurwerk, duidelijk te maken.
Het voornaamste deel er van is de slinger. Terwijl deze in de gewone klokken alleen noodig is, tot het geven van een regelmatigen gang aan het uurwerk, dient hij hier vooral, (naast de elektriciteit) als beweegkracht. |
Fig. 1. Een elektrische klok. |
Nevenstaande fig. 1 zal dit nader verklaren. A is de slinger, die 2½ d.M. lang is (van het ophangpunt tot het slingerpunt) en dus twee schommelingen, één heen en één terug, in de secunde doet. Van onderen is hij voorzien van een weekijzer anker N. Om de wrijving tot een minimum te brengen, beweegt hij niet om een as, doch hangt hij aan een slappe, stalen veer, die stevig bevestigd is aan een arm van den standaard P P.
Ongeveer in het midden bezit de slinger een buiging, waaraan bij c, een verschuifbaar armpje is bevestigd, dat een stalen stukje g draagt, hetwelk den vorm heeft van een afgeknotte piramide. Aan den standaard PP zijn twee volkomen hiervan geïsoleerde armen C en D bevestigd. In C wordt een niet te sterke stalen veer f geklemd. |
(fig. 2). D is aan het uiteinde gespleten. In deze spleet kan deze veer zich bewegen. In den ruststand ligt zij tegen de isoleerende punt van de schroef b. De bovenste helft van D is voorzien van een contactschroef a. Een weinig links van het midden van de veer f, bevindt zich een koperen stukje d', dat verschuifbaar is en met schroefjes wordt vastgezet.
Aan d' hangt, vrij slingerend aan een asje, een zeer licht stalen stukje d, in den vorm van een wig. Onder het anker staan twee elektromagneten M. Het eene einde van hun omwindingen is met C, het andere met een pool der |
Fig. 2. |
| batterij verbonden. De andere pool is verbonden met D. De keten is dus verbroken tusschen a en f. Brengt men nu den slinger A in beweging, dan zal gedurende eenigen tijd (ongeveer een halve minuut) g de wig d wegstooten en er onder heengaan, om evenzoo weer terig te keeren. Langzamerhand vermindert echter de slingerwijdte, todat op zeker oogenblik g niet meer bij machte is, geheel onder d door te gaan, maar juist als d op den bovenkant van g glijdt, terug zal keeren. De wig d wordt dan in de hoogte gestooten, en de veer f opgelicht, de b verlaat en tegen de punt der schroef a drukt. Nu is de keten gesloten, en de stroom gaat van de batterij door de omwindingen van M over C en f naar de schroef a, en keert vervolgens over den arm D terug. Het anker N wordt aangetrokken, maar slechts voor een oogenblik, want daar de slinger zijn schommeling voortzet, gaat g onder d weg; de wig d wordt vrij, de veer f daalt, en het contact bij a is weder verbroken. Dit oogenblik van aantrekking geeft echter den slinger een stoot, die sterk genoeg is, om hem zijn vroegere slingerwijdte te doen hernemen; g glijdt weer ongestoord onder d heen, totdat het, als de schommelingen genoegzaam zijn verkort,
opnieuw d in de hoogte drijft. Hieruit blijkt, dat de slinger het grootste gedeelte van den tijd op eigen kracht arbeidt, en zoo die te veel dreigt te verminderen, een keten sluit, waardoor in de elektromagneten magnetisme wordt opgewekt, die hem zijn vroegere krachten teruggeeft. Hij blijft dus altijd in beweging. |
Fig. 3. |
Het eigenlijke uurwerk is eenvoudig genoeg (fig. 3). Om de as p, bevestigd aan den standaard PP, kan een gebogen koperen hefboom OQR draaien. Aan R is (loodrecht op het vlak van de figuur) horizontaal de arm RS bevestigd, die, als de slinger in rust is, er juist tegen aan ligt. Tevens is aan R een tweede arm RT bevestigd die, aan zijn uiteinde T in een veer uitloopt, die tegen een der tanden van het rad Z ligt. Beweegt zich de slinger naar rechts, dan zal hij den hefboom OQR, met de armen RS en RT meevoeren. De veer TU zal dan over één tand van Z glijden, en er tegen blijven liggen. Zoodra de slinger terugkeert, herneemt de hefboom eveneens zijn vroegeren stand, daar hij nu gedreven wordt door het gewicht O', aan den arm QO. |
De veer TU drukt tegen den tand van het rad Z, waardoor dit een weinig zal ronddraaien. Bij een volgende slingering teruggaande, sleept de veer TU over een volgenden tand, en duwt dezen vervolgens weder voor zich uit. Het rad Z wordt dus na elke slingering een tand verder gedraaid. Het heeft 60 tanden, en daar de slinger elke secunde één schommeling naar rechts doet, is het in 60 secunden éénmaal omgedraaid.
De beweging van den hefboom OQR en van de veer TU is beperkt door twee stiften. De eene ij stuit in het neerdalen den arm QO. De veer TU wordt hierdoor verhinderd het rad Z te ver voort bewegen. Bovendien rust TU op een tweede stift z, die haar slechts toelaat één tand tegelijk te grijpen. Het terugloopen van Z wordt verhinderd door den pal m.
Het verdere gedeelte van het uurwerk is als bij andere klokken. Het rad Z (secunderad) werkt op het minuutrad, dat op zijn beurt het uurrad voortbeweegt. Hoewel de slingeringen steeds een weinig in grootte verschillen, is de duur altijd dezelfde. Indien de slinger de vereischte lengte heeft, zal stipt elke secunde de arm RS worden weggeduwd, en in het teruggaan het secunderad één tand verder draaien. De slinger kan op de gewone wijze worden geregeld door de schroef t, die de schijf F doet dalen of rijzen.
Daar alles van een geregelden gang van den slinger, en van een juiste ontmoeting tusschen g en den wig d afhangt, kan de klok bijna geen beweging of verandering van den eens goed bevonden stand dulden. Door schroeven onder den voet, waarop zij rust, kan deze stand, zoo noodig, geregeld worden.
De twee elektromagneten van de klok, waartoe deze beschrijving aanleiding geeft, zijn achter elkaar verbonden. De klok loopt zeer geregeld, en heeft een batterij van slechts el. Leclanché. Tevens is ze ingericht, om op 4 draden, een aantal elektrische klokken in beweging te brengen.
In pendule-vorm is zij geplaatst op het Rijks-telegraafkantoor te IJmuiden, en brengt op 4 posten langs het Noordzee-kanaal even zooveel elektr. klokken in beweging, door middel van een batterij van 36 el. Leclanché. |
| IJmuiden, 16 Oct. 1883. |
L.M.V. Hengelaar. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
↑ |
|