|
|
De nieuwe gasontstekers van Dr. Naret en van J. Ullmann.
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Mei 1884 - 4e jaargang |
| In de twee eerste jaargangen van ğde Natuur1 zijn verscheidene toestelletjes beschreven, waarmede een licht ontvlambaar gas door middel van een elektrishcen stroom oogenblikkelijk kan worden ontstoken, met name die va\n Maigret, Ranque, Barbier en Loiseau. We kunnen dit aantal nu met twee nieuwe vermeerderen. Goed beschouwd, is echter slechts een van deze iets nieuws; de lezer, die zich in de inrichting van de reeds beschrevene toestelletjes herinnert, zal terstond inzien, dat de nieuwe gasontsteker van Dr. Naret, een sprekende overeenkomst heeft met de reeds bekende. |
| De Fiat-Lux, zoo noemt Naret zijn toestel, is afgebeeld in fig. 1. Een zeer dunne platinumdraad is in verbinding met de pooldraden van een batterij van 2 tot 3 elementen Leclanché, dezelfde die ook de elektrische schellen in beweging kan brengen. Als men op den knop, links van den gasbrander drukt, dan komt de gloeiende platinumdraad rechts met het ontsnappende gas in aanraking, want door dezelfde beweging wordt de gaskraan geopend en de elektrische stroom gesloten, die het dunne draadje doet gloeien. Het gas ontvlamt en blijft, ook nadat de drukking op den knop heeft opgehouden, waardoor de draad tot zijn gewonen stand is teruggekeerd, doorbranden totdat men de kraan weder sluit. |
Fig. 1. De gasontsteker van Dr. Naret. |
Fig. 2. De gasontsteker van Ullmann. |
De tweede toestel (fig. 2 en 3) van J. Ullmann, is minder eenvoudig en daarom ook duurder. Maar men kan er dan ook zooveel gaspitten meê doen ontvlammen, als men verkiest. Deze toestel bevat zijn eigen batterij en heeft de eigenaardigheid, dat niet de stroom van de batterij zelf een dunnen platinumdraad doet gloeien, maar de vonkjes, die door de inductie-stroomen ontstaan, welke bij de beweging van een trillende veer worden opgewekt, de gasvlam ontsteken.
Hij heeft den vorm (fig. 2) van een staaf van willekeurige lengte, die aan het benedeneinde in een ebonieten koker van 4 cM. middellijn en 20 cM. lengte uitloopt. |
Fig. 3. De deelen van Ullmann's gasontsteker. |
Deze koker bestaat uit twee deelen (fig. 3), van welke het eene A de batterij en het andere deel GH den inductie-klos bevat. De samenstelling der batterij wordt nog geheim gehouden; men weet alleen, dat zink en chloorzilver in de elementen gebruikt worden; zij is luchtdicht afgesloten en aan het eene einde voorzien van een schijf B en een koperen krans C, die met de polen in verbinding zijn en de batterij met den inductie-klos in gemeenschap stellen, als de twee deelen van den koker aan elkander geschroefd zijn. De veeren D en E komen dan in contact met B en C.
Volgens den maker kan men 25000 vlammen aansteken, voordat de batterij ontladen is.
In den ebonieten koker H bevindt zich de inductie-klos K, wiens dunne draad eensdeels verbonden is met de koperen buis L, anderdeels met een centralen geïsoleerden geleiddraad M, die aan het einde van de koperen buis in een punt uitloopt. Tusschen deze punt en het einde van de buis L moeten de inductie-vonkjes overspringen, welke het gas doen ontvlammen.
Om de inductie-stroomen op te wekken, drukt men den knop F van links naar rechts; door deze drukking wordt een veerend plaatje in trillende beweging gebracht, dat bij elke trilling contact maakt en dus telkens een inductie-stroom doet ontstaan, welke in het afgebroken gedeelte van den geïnducerden stroomloop tot een aantal vonkjes achtereen aanleiding geeft. In den normalen stand maakt deze veer geen contact en kan ook de sluiting van den hoofdstroom geen werking voortbrengen, gelijk bij de gewone inductie-toestellen door het zoogenaamde hamertje van Neef geschiedt. Hier wordt de veer met de hand in beweging gebracht, hetgeen voor de batterij arbeidsvermogen uitspaart en haar dus in staat stelt, gedurende langeren tijd te werken.
In dit opzicht onderscheidt zich de gasontsteker van Ullmann van alle andere toestellen van gelijken aard. Het is alleen te vreezen, dat hij voor menigeen te kostbaar zal zijn om het gebruik van een lucifer voor hetzelfde doel te vervangen. |
| H. |
| 1 Jaarg, I blz. 96, 113. Jaarg. II blz. 181. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
→ |
↑ |
|