|
|
Fotografie van bliksemstralen
Uit: De Natuur,
Populair Geïllustreerd Maandschrift,
gewijd aan de natuurkundige wetenschappen en hare toepassingen.
15 Maart 1884 - 4e jaargang |
Ieder, die wel eens, - en wie deed het niet meermalen? - een onweder met aandacht heeft gadegeslagen, heeft zich kunnen overtuigen van de zeer van elkander verschillende en dikwijls grillige vormen, waaronder de bliksemstralen zich kunnen voordoen. Des te meer echter moet het verwondering wekken, dat de voorstelling, die men zich meestal van een bliksemstraal maakt, en de afbeelding, die men er doorgaans van heeft vervaardigd, zoo hemelsbreed afwijken van hetgeen de natuur werkelijk te aanschouwer geeft.
De zigzag-vorm, die bij alle bliksemstralen van eenigszins aanzienkijke lengte wordt waargenomen, is meestal bij afbeeldingen geheel verkeerd weergegeven; in plaats van de hoeken eenigszins af te ronden en de rechte lijn nagenoeg geheel uit de teekening te verbannen, is het gewoonte den straal door drie of meer rechte lijnen voor te stellen, die met scherpe hoeken aan elkander sluiten, eenigermate in de gedaante van een kapitale N of W. Hoe deze vrij algemeene dwaling omtrent den gewonen vorm der bliksemstralen is ontstaan, is moeielijk te zeggen en des te minder begrijpelijk, omdat men ook bij de vonk eener krachtige elektriseermachine terstond de wel gegolfde, maar volstrekte niet bajonetvormige gedaante terugvindt. Stellig heeft hiertoe echter bijgedragen de verbazend korte duur van een bliksemstraal, die het ons onmogelijk maakt met juistheid en kalmte den straal nauwkeurig af te beelden.
Ook hier kan echter thans, zooals uit de proeven van Robert Haensel te Reichenberg (Bohemen) blijkt, de fotografie hare diensten bewijzen, daar het met de zeer gevoelige gelaine-broomzilver-platen is gelukt, bliksemstralen werkelijk te fotografeeren.
Op den 6den Juli 1883 richtte Haensel een gewone fotografische Camera naar een gedeelte van den hemel, waarlangs sedert eenigen tijd talrijke bliksemstralen schoten, en het gelukte hem op vier van de tien gevoelige platen, die hij gebruikte, werkelijke afbeeldingen van bliksemstralen te verkrijgen, die tot zelfs in kleine bijzonderheden nauwkeurig den vorm dier reusachtige elektrische vonken teruggegeven.
De verkregen negatieven zijn vervolgens door heliogravure gereproduceerd, zoodat de bijgaande afbeeldingen zeer nauwkeurig de door Haensel verkregen resultaten weergeven. |
 Fig. 1 |
 Fig. 2 |
 Fig. 3 |
| Heliografische afdruk van fotografieën van bliksemstralen. |
Reeds de beschouwing der eenvoudigste figuur (fig. 1) doet ons aanstonds zien, hoe weinig de traditioneele gedaante van den bliksemstraal met de werkelijkheid overeenstemt; hetzelfde ziet men in fig. 3, waar een gelukkig toeval twee verschillende stralen, die wellicht op zeer verschillende afstanden van den waarnemer gelegen waren, op dezelfde plaat zich heeft doen afteekenen. merkwaardiger echter nog is fig. 2. In deze figuur zien wij een (of twee?) stralen, die zich vorksgewijze hebben vertakt en met allerlei uitloopers zijn voorzien.
Men ziet, dat bliksemsnel fotografeeren in den waren zin van het woord niet onmogelijk is. |
Dr. H. van de Stadt. |
webdesign & copyright © 2001-2004 Eveline |
→ |
↑ |
|