Leger: geschiedenis
Legerfoto's


 Fotoalbums
Inhoud
Start
Een stukje over de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) geschreven rond 1919.


  Waar 't handel en industrie, landbouw en veeteelt voor den wind gaat, daar gaat het den burger in 't algemeen goed. En wij leefden dan ook in een gelukkig tijdperk van rust naar buiten, welvaart binnensland.
  Daar kwam 1 Augustus 1914 en deed ons opschrikken als een geweldigde donderslag. Algemeene mobilisatie met spoed. Wat was er aan de hand? Geweldige gebeurtenissen waren op til.
  Reeds lang dreigde er gevaar voor oorlog door de onderlinge jalouzie der groote Europeesche mogendheden, maar niemand geloofde in ernst, dat één der regeerende machten de verantwoordelijkheid voor zoo'n ramp op zich zou durven nemen. en toch... de oorlog kwam.
  De moord op den troonopvolger van Oostenrijk-Hongarije en zijn gemalin te Serajewo (28 Juni 1914) gaf de Donau-Monarchie aanleiding tot het stellen van een onaannemelijk ultimatum aan Servië, door een oorlogsverklaring gevolgd.
  Hierop volgde de mobilisatie van Rusland, dat Servië niet zonder steun wilde laten, verder de algemeene wapening van Duitschland, dat met Oostenrijk innig verbonden was. Den 1en Augustus verklaarde Duitschland aan Rusland den oorlog, waarop spoedig oorlogsverklaringen van Frankrijk en Engeland aan Duitschland volgden. Zóó stond de eene helft van Europa weldra in 't veld tegenover de andere. Maara zóóver was 't op dien eersten Augustus nog niet. Duitschland was tot de tanden gewapend, gereed om eenerzijds Rusland, anderzijds Frankrijk aan te vallen. En als het tot een aanval op Frankrijk kwam, zou dan de neutraliteit van België worden geëerbiedigd? Zou die van Nederland wel ontzien worden?
  Was de oorlogstoestand in 't naburig rijk voldoende aanleiding voor mobilisatie onzerzijds, het besef van 't ernstige gevaar dat ons mogelijk dreigde verklaart de beklemming en den angst in de harten der Nederlandsche burgers, veroorzaakte de grootste onrust. Wie geld bezat trachtte het in veiligheid te brengen, de winkels van levensmiddelen werden evenals de banken, bestormd. Morgen reeds kon de vijand onze grenzen overschrijden...!
  Doch al spoedig volgde er eenige ontspanning. De mobilisatie was vlot verloopen en .... de vijand trok onze grenzen voorbij, maar .... overstroomde België.
  De eerst schrik was voorbij, maar begonnen was een ellendige tijd van strijd en bloedvergieten aan de overzijde onzer grenzen, van leed en ontbering aan dezen kant er van.
  Telkens dreigde 't gevaar dat een der vijandelijke partijen ook ons land tot oorlogsterrein zou maken. Gelukkig is het daartoe nimmer gekomen, maar de voortdurende onzekerheid heeft ons genoodzaakt ons leger op de been en op bijna volle sterkte te houden, meer dan vier jaar lang. Dat het onderhoud van een half millioen gewapende mannen gedurende dien tijd schatten verslond, spreekt vanzelf. Was het daarbij maar gebleven!
  Door den oorlogstoestand te land en ter zee werd de invoer van allerlei artikelen in hooge mate belemmerd. Daardoor slonken de voorraden en stegen de prijzen onrustbarend. De meest noodzakelijke levensmiddelen zouden voor den minderen man niet te verkrijgen zijn geweest, had de Regeering daarop geen beslag gelegd en door de meest uitgebreide distributie-maatregelen gezorgd voor een gelijkmatige verdeeling der aanwezige voorraden. Die inbeslag-neming en verdeeling verslonden ook schatten.
  De maatregelen der Regeering konden veel kwaad voorkomen, niet verhinderen konden ze, dat ons land een tijd doorleefde, die met de donkere dagen der inlijving bij Frankrijk groote overeenkomst had. Het brood werd schaars toegemeten, de aardappelen waren vaak van bedenkelijke kwaliteit, tabak en sigaren waren ongehoord duur, vleesch kon maanden lang niet verstrekt worden, melk en boter dikwijls slechts bij mondjesmaat, brandstof eveneens; er werd honger en gebrek geleden en nu en dan leidde de ontevredenheid der bevolking tot verstoring der orde. (aardappel-relletjes te Amsterdam in 1917).
  Ofschoon wij niet in den oorlog werden betrokken, vielen tal van Nederlanders als offer aan den duikbootoorlog, die van Duitsche zijde gevoerd werd met gering ontzag voor de rechten der neutrale landen. De lijst der getorpedeerde koopvaardij- en visschersschepen is zeer lang en vormt een ernstige aanklacht tegen de Duitsche regeerders van die dagen. We vinden er o.a. op de "Tubantia", een van de grootse en mooiste schepen onzer koopvaardijvloot.
  De donkere tijd van den wereldoorlog werd het somberst nà a Februari 1917. Op dien datum kondigden de Duitschers den verscherpten duikbootoorlog af, verklaarden, op een enkele vaargeul na, de ons omringende zee tot verboden gebied en torpedeerden elk vaartuig, dat op dit gebied onder hun bereik kwam. Toen werd schip na schip naar den bodem der zee gezonden, éénmaal werden er in 't Kanaa; zelfs zeven van Amerika komende schepen tegelijk getorpedeerd. (Februari '17), ditmaal gelukkig zonder verlies van menschenlevens. Maar overigens zijn er zware verliezen geleden, vooral door de bevolking onzer visschersdorpen. Zoo betreurt Scheveningen o.a. het verlies van meer dan 300 mannelijke ingezetenen. Was 't wonder dat tijdens den onbeperkten duikbooroorlog handel en visscherij bijna geheel tot stilstand kwamen?
  De oorlog, die ons zooveel lijden deed, gaf aan 't Nederlandsche volk ook gelegenheid zijn beproefde liefdadigheid en gastvrijheid te toonen. Enkele dagen reeds na het uitbreken der vijandelijkheden kwam het Algemeen Steuncomité tot stand, met de bedoeling landgenooten te steunen, die als gevolg van den oorlog in hun middelen van bestaan werden benadeeld. Toen bij de beschieting van Antwerpen een groot deel der bevolking haar heil zocht in de vlucht, werd zij hier te lande met open armen ontvangen. En ook daarna vonden veel Belgen, die 't in eigen land te benauwd kregen een onderdak en een betaan in 't onze. Talrijk waren bovendien de gevallen, waarin hulp werd verleend aan vreemdelingen, als slachtoffers van mijngevaar en torpederingen op onze kusten aangedreven.
  Wij mogen om de schaduw 't licht niet voorbijzien. Al leven wij onder de gevolgen van den wereldbrand, we werden bewaard voor de ellende van den oorlog zelf. Dat wij onze neutraliteit konden hadnhaven, wij danken het aan 't wijs beleid van H.M. de Koningin en haar Ministerie (Cort v.d. Linden), die in de hoogst moeilijke dagen het schip van Staat juist den koers wisten te doen houden, die het compas der neutraliteit aanwees. En al werd dan onze staatsschuld met ruim een milliard vermeerderd, al raakten handel en nijverheid in diep verval en 't volk in armoede, het ergste is ons bespaard gebleven.
  Een zucht van verlichting ging er op, toen den 11en November 1918 de wapenstilstand tusschen de oorlogvoerende partijen werd gesloten en de vrede in zicht kwam. Nu kan men althans weer hoop koesteren op den terugkeer van betere dagen, nu was de jarenlange onrust geweken.
  Twee dagen vóór het sluiten van den wapenstilstand was de Keizer van Duitschland, na afstand te hebben gedaan van den troon, bij Eijsden als een vluchteling over onze grens gekomen. De Ex-Kroonprins volgde weldra dit voorbeeld en zoo kwamen de machtigste potentaat van Europa en zijn aanstaanden opvolgder als geïnterneerden onder de hoede en het toezicht der Nederlandsche Regeering.

Uit: Geïllustreerde Vaderlandsche Geschiedenis
door P. Louwerse
zesde verbeterde en bijgewerkte druk
Amsterdam Van Holkema & Warendorf



webdesign & copyright
© 2001-2003 Eveline