|
|
De ingang der Weesinrichting te Neerbosch
door B.V.D. SCHUUR |
 |
Naar der Weezen Toevluchtsoord
Loopt "het Laantje" lijnrecht voort:
Links, nu akkers, dan weer weiden,
Waarin 't vee zich mag vermeiden;
Rechts, - een frisch en weeldrig groen,
Kreupelhout en jong plantsoen:
Eiken, wilgen, populieren,
Elzen, berken, hazelieren,
Soms omrankt tot aan den top
Met de bellendragende hop.
Varens, stekelige bramen,
Ja, wie noemt me al de namen
Van het ruige boschtruweel,
Van 't gebloemte op 't groen fluweel,
Schitterend met bonte kleuren? -
Kamperfoelie, rijk aan geuren,
Kronkelend om stam en rijs,
Naast de lieve eereprijs,
Meizoetjes, naast pinksterbloemen,
Zwaardlelie naast korenbloemen;
Kleine gouwe en anemoon,
Bloeiende reeds vroeg zoo schoon,
Als der Lente trouwe boden,
Die den mensch naar buiten nooden.
In dat dichte hout en loof
Huist een volkje, tuk op roof.
Waar konijntjes zich verschuilen,
Loeren vosjes, lekkemuilen;
Waar het vorschendom vergaart,
Sluipt de schuwe das langs d'aard.
Nachtegalen hoort men kweelen,
Vink en merel slaan en spelen,
Talrijk is het pluimgediert',
Dat hier lustig zwiert en tiert.
Bijtjes gonzen, kevers hom'len,
Vlinders doen de bloempjes schom'len.
Doch wat leven 't boschje biedt,
Menig wandlaar merkt het niet,
Maar verhaast de trage schreden,
Vol verlangen om te treden
Door het hek aan 't eind der laan,
Waar de rechte sparren staan.
Hier is d'ingang nooit gesloten,
Niemand werd ooit afgestooten;
Voor wie God hier komen doet,
Ruischt hier steeds een welkomstgroet.
Wat verrijze of verzinke,
Dat ze eeuwen lang nog klinke:
Wees en weezenvriend saam,
Welkom hier in Jezus' naam! |
webdesign & copyright © 2001-2003 Eveline |
↑ |
|